Abraham

Abraham DEEL 1

De komende maanden bestuderen we de fascinerende Bijbelverhalen uit The Blessing Bijbel. David Maasbach doet dit op een unieke en levendige manier, waardoor ze makkelijker te begrijpen zijn. Hieraan zullen jij en het hele gezin veel plezier beleven! Deze keer het verhaal van Abraham.

‘Abraham geloofde God en daarom beschouwde God hem als een rechtvaardig mens. God noemde hem zelfs Zijn vriend.’ – Jakobus 2:23

De roeping van Abraham
Abraham was de zoon van Terach. Hij woonde samen met zijn vrouw Sara in het land van zijn voorouders: Ur der Chaldeeën (het huidige Irak). Toen Abraham 75 jaar was, werd hij door God geroepen. God zei tegen hem:

‘Verlaat uw land en uw familie en ga naar het land dat Ik u zal wijzen. Dan zal Ik u de vader van een groot volk maken. Ik zal u zegenen en uw naam overal ­beroemd maken. U zult vele anderen tot een zegen zijn.’ – Genesis 12:1-2

Abraham was gehoorzaam en vertrok, samen met zijn vrouw Sara en zijn neef Lot, uit zijn vaderland. Hij nam al het vee en al zijn bezittingen mee, en vertrok richting de Middellandse Zee, naar het land Kanaän (het huidige Israël). Toen Abraham daar was aangekomen, sprak God opnieuw tot hem: ‘Dat land zal Ik aan uw nageslacht geven.’ Alleen was er een probleem, want Sara was onvruchtbaar en kon daardoor geen kinderen krijgen.

In Egypte
Er brak een zware hongersnood uit in Kanaän en Abraham besloot naar Egypte uit te wijken. Toen ze bijna in Egypte waren, begon Abraham zich zorgen te maken. Zijn vrouw Sara was namelijk een knappe vrouw, en hij was bang dat ze hem zouden vermoorden als ze ontdekten dat hij haar man was.

Dus zei hij tegen zijn vrouw: ‘Het lijkt me verstandig als we zeggen dat jij mijn zus bent.’ Zo gezegd, zo gedaan. Ze vertelden dat Sara de zus van Abraham was. Maar Sara’s schoonheid viel meteen op bij de Egyptenaren en ze brachten de farao hiervan op de hoogte. Hij nam Sara op in zijn harem. Maar in Gods ogen was dit een slecht idee, en Hij bracht zware plagen over de hele hofhouding.

Toen de farao erachter kwam dat die plagen werden veroorzaakt door Abraham en de levende God die hij diende, werd hij boos. Hij riep Abraham bij zich en zei: ‘Waarom heb je mij niet verteld dat Sara je vrouw is, en niet je zus? Neem haar maar ­terug en vertrek!’ Begeleid door een gewapend escorte werden Abraham en zijn vrouw met hun bezittingen het land uitgezet.

Abraham en Lot gaan uit elkaar
Abraham, Sara en Lot trokken weer terug naar het land Kanaän. Daar werden ze rijkelijk door God gezegend. Door Abraham heen werd ook Lot gezegend met veel vee. Omdat het land niet groot genoeg was voor al hun vee, kregen de herders van Abraham en Lot onderling ruzie.

Abraham vond dit verschrikkelijk en riep Lot bij zich. ‘Lot, wij zijn familie. Het is niet goed dat wij ruziemaken en dat onze herders met elkaar overhoop liggen. Het is het verstandigste als we uit elkaar gaan. Jij mag kiezen welk stuk land jij wilt nemen. Als jij naar het oosten gaat, ga ik naar het westen, en andersom.’ Lot keek goed om zich heen en koos voor het vruchtbare gebied in de Jordaanstreek in het oosten.

Lot vertrok en zette zijn tenten op in de buurt van de stad Sodom. Nadat Lot was vertrokken, zei God tegen Abraham: ‘Kijk zo ver je kunt naar alle kanten. Al dit land zal Ik jou en jouw nageslacht geven. Ik zal je zo veel nakomelingen geven dat ze, net als het stof van de aarde, niet kunnen worden geteld!’

Abraham en Hagar krijgen een zoon
Jaren gingen voorbij. Tien jaar, twintig jaar. Maar er was nog altijd geen nageslacht. Sara was nog steeds onvruchtbaar en zelfs te oud geworden om nog kinderen te kunnen krijgen. Daarom besloot ze naar Abraham te gaan met het volgende voorstel: ‘Het is onmogelijk voor ons om nog kinderen te krijgen. Neem daarom mijn dienares, Hagar, tot vrouw. Dan hebben we in ieder geval een erfgenaam.’ Abraham stemde hiermee in. Uit Abraham en Hagar werd hun zoon, Ismaël, geboren.

Abraham pleit voor Sodom
In diezelfde tijd woonde Lot niet meer met zijn vrouw en kinderen bij de grens van Sodom, maar in de stad zelf. De Bijbel vertelt ons dat het een verschrikkelijke stad was, vol met zonde. Daarom besloot God de steden Sodom en Gomorra te vernietigen met vuur uit de hemel. Maar toen zei de Here bij Zichzelf: ‘Moet Ik mijn plannen eigenlijk wel voor Abraham verbergen?’

God vertelde Abraham wat Hij van plan was te doen met deze twee steden. Abraham dacht gelijk aan Lot, die in Sodom woonde, en begon bij God te pleiten. Hij zei: ‘Stel dat er vijftig rechtvaardige mensen onder de inwoners zijn. Dan zult U de stad toch niet vernietigen?’ God antwoordde: ‘Ik zal de stad niet vernietigen als Ik er vijftig vind.’

Zo ging Abraham door met pleiten, totdat hij nog één keer alle moed bij elkaar raapte en zei: ‘Als er tien rechtvaardigen zijn, dan zult U de stad toch niet vernietigen?’ Waarop God antwoordde: ‘Ik zal de stad niet verwoesten als Ik tien rechtvaardigen vind.’ Hierin zien we duidelijk de goedheid en liefde van God.

Twee engelen kwamen bij Lot in Sodom. Het vuur kwam al bijna uit de hemel neer om de steden te vernietigen. De engelen zeiden tegen Lot: ‘Maak dat je wegkomt! Neem je vrouw en kinderen mee en vlucht naar de bergen. Maar kijk onder geen beding om.’ Lot vluchtte samen met zijn vrouw en twee dochters. De Bijbel vertelt ons dat de vrouw van Lot tijdens de vlucht omkeek en in een zoutpilaar veranderde.

Lees ook: ‘Abraham DEEL 2’

Tags: