Bijbelse-feesten

Bijbelse feesten

We zien vandaag in de kerken maar weinig terug van de Bijbelse feesten die God heeft ingesteld. Steeds minder mensen gaan op de christelijke hoogtijdagen naar de kerk. Hoe zijn de Bijbelse feesten eigenlijk ontstaan en wat is hun betekenis?

Geestelijke betekenis
De Bijbelse feesten worden uitgebreid besproken in vooral het Oude Testament, in bijvoorbeeld de boeken Leviticus en Deuteronomium. Ze zijn een beeld van Gods plan met Zijn volk. Het begint al met de uittocht van Egypte tot aan het beloofde land Kanaän. Drie keer per jaar moest iedereen van het mannelijk geslacht voor het aangezicht van God verschijnen.

Ook wij kunnen in deze feesten tot God komen, want het verschijnen voor Zijn aangezicht komt van twee kanten. De Bijbel zegt:

‘Ga dichter naar God toe, dan komt God dichter bij jou.’ – Jakobus 4:8a

Deze feesten hebben een geestelijke betekenis. Hoe meer wij dat gaan zien, hoe meer Jezus’ spoedige terugkomst echt voor ons gaat leven.

1. Loofhuttenfeest
Het Loofhuttenfeest is oorspronkelijk een ‘inzamelingsfeest’, een dankfeest na de oogst. Het Loofhuttenfeest was speciaal ingesteld als een erkenning van Gods grote genade. Elke Israëliet sneed takken van bomen en bouwde daarvan een tent in het veld. Hij verliet zijn huis in de stad en ging daar zeven dagen lang in wonen.

Het was een herinnering aan de dagen dat God het volk Israël in tenten had laten wonen, toen Hij hen uit Egypte (symbool van slavernij) verloste. Het was een herinnering aan de verlossing die ze hadden gekregen en aan hun reis door de woestijn. Ook was het een bewijs van dankbaarheid dat zij gekomen waren in het land dat de Here hen als een erfelijk bezit gegeven had.

Het offeren van de ‘eerstelingen’ aan God was een manier om het Bijbelse principe van het geven te laten zien. Het staat voor de opstanding van Jezus (lees 1 Korinthiërs 15:12-23). De rode draad hierin is: ‘Mijn God is mijn Voorziener.’

2. Pascha/Pesach
Bij de uittocht uit Egypte stelde God het Pascha (letterlijk: ‘voorbijgaan’) in om Zijn volk te beschermen tegen de laatste plaag (de dood van alle eerstgeborenen) en om het te verlossen van de onderdrukking in dat land. Het was een nieuw begin. Wij als Gods kinderen maken ook een nieuw begin wanneer wij eten van het ware Paaslam, Jezus (zie Johannes 6:35-40, 1 Korinthiërs 5:7).

Pesach, ook bekend als het lentefeest, vrijheidsfeest of matzefeest, is een van de belangrijkere feesten in het jodendom. Met Pesach herdenkt men de uittocht uit Egypte (‘exodus’) en daarmee de bevrijding van de slavernij. De Bijbel zegt:

‘De Here gaat vannacht door Egypte om zijn bewoners te straffen. Maar als Hij het bloed aan de deurposten ziet, zal Hij dat huis voorbijgaan en de doodsengel niet toestaan naar binnen te gaan om de eerstgeborene te doden.’ – Exodus 12:23

Het christelijke Pasen is geïnspireerd op het joodse Pesach en het vroegere lentefeest. Maar dan wel met een nieuwe symboliek rond de kruisiging en opstanding van Jezus. Door Jezus’ bloed dat vloeide aan het kruis, zijn we bevrijd van de macht van de zonde.

3. Hemelvaart
In Handelingen 1 lezen we over de hemelvaart van Jezus op de veertigste dag na Pasen. Hij werd opgenomen in de hemel om te zitten aan de rechterhand van Zijn Vader. Vlak voordat Hij vertrok, gaf Hij Zijn discipelen de opdracht om het goede nieuws bekend te maken over de hele wereld. Hij beloofde hen dat zij het niet alleen hoefden te doen, maar dat Hij iemand zou sturen om hen te helpen, namelijk de Trooster, de Heilige Geest. Jezus zei:

‘Als de Heilige Geest op jullie neerkomt, zullen jullie kracht ontvangen om de waarheid over Mij te vertellen aan de mensen in Jeruzalem en ook in Judea en Samaria, en zelfs tot in de verste uithoeken van de wereld.’ – Handelingen 1:8

4. Pinksteren
Tien dagen na Hemelvaart is het Pinksteren. Dan herdenkt men de uitstorting van de Heilige Geest en viert men het begin van de christelijke Kerk. Pinksteren (letterlijk: ‘vijftigste’) is het feest van de eerstelingen. Het vindt zijn oorsprong in de wet van Mozes, die aan het volk Israël waren gegeven na hun uittocht uit Egypte.

In Leviticus 23:15-22 staat dat op de vijftigste dag, op de dag van de zevende sabbat vanaf het Pascha, nieuwe offers voor God moesten worden gebracht, als een soort afsluiting van Pascha. Het feest werd ook wel het Wekenfeest genoemd (zie Deuteronomium 16:10). Er moesten ‘eerstelingen’ van de graanoogst en het vee worden geofferd. Verder moest er een samenkomst worden gehouden en mocht niemand zijn gewone werk doen.

5. Poerimfeest
Het meest uitbundige joodse feest van het jaar is wel het Poerimfeest. Dit feest komt uit het Bijbelboek Esther. Men herdenkt de verlossing van de Joden in Perzië uit de handen van de slechte Haman, een hooggeplaatst persoon aan het hof van de Perzische koning.

Haman wilde alle Joden in het land uitroeien, maar dankzij de Joodse koningin Esther kwam alles uiteindelijk goed. Het Poerimfeest wordt ook wel het Lotenfeest genoemd, omdat Haman het lot (ofwel het ‘poer’) wierp om te bepalen op welke dag de Joden moesten worden uitgeroeid.

6. Jom Kippoer
Jom Kippoer of Grote Verzoendag wordt als de belangrijkste feestdag gezien in het jodendom. Het was de enige dag in het jaar dat de hogepriester de allerheiligste plaats in de tempel in Jeruzalem mocht binnengaan. De hogepriester offerde op deze dag een geitje. Ook koos het lot een geitje om (symbolisch) de zonden te dragen van het volk, dat daarna de stad uit werd geleid en in de woestijn vrijgelaten werd.

Op Jom Kippoer wordt een gebed uitgesproken waarin men vergeving vraagt voor de verkeerde dingen die men dat jaar heeft gedaan. Het besef en het toegeven van het eigen falen staat centraal tijdens Jom Kippoer. Men draagt witte kleding als symbool voor onschuld of zuiverheid.

7. Chanoeka
Chanoeka, ook wel het Lichtfeest genoemd, betekent ‘inwijding’ en verwijst naar de herinwijding van de tempel in Jeruzalem in 164 voor Christus. Onder leiding van Judas de Makkabeeër kregen de Joden de macht over Jeruzalem terug. Ze reinigden de tempel en wijdden de tempel opnieuw in. Volgens de Joodse overlevering hadden de priesters net genoeg olie bij zich om bij de herinwijding de gouden kandelaar (‘menora’) een dag te laten branden. Wonderlijk genoeg brandt het vuur acht dagen.

8. Kerstmis
Met Kerstmis herdenkt men de geboorte van Jezus. Het woord ‘Kerstmis’ komt van een combinatie van de woorden ‘Christus’ en ‘mis’. Hoewel het kerstfeest volgens de meeste christelijke tradities op 25 december wordt gevierd, geeft het Nieuwe Testament geen datum voor Jezus’ geboorte.

De keuze voor 25 december is het gevolg van de christelijke wisselwerking met andere religieuze tradities. Overblijfselen van deze heidense tradities zijn nog altijd aanwezig in ons kerstfeest vandaag. Denk hierbij aan de kerstboom, kaarsen en kerstverlichting.

Lees ook: ‘Wat vieren we met Pasen?

Tags:
Vorig artikel

Verander je levensstijl!

Volgend artikel

De opstanding