Breng-de-koning-terug

Breng de Koning terug

Gods zegen rust op ons, wanneer wij Hem gehoorzaam zijn en Hem volgen. God wil dat wij Hem liefhebben en Hem de plaats geven die Hem toekomt. Is Jezus de Koning van je hart?

In de Bijbel lezen we over Israël, Gods volk. God had hen uitgekozen en apart gezet. Hij had hun een land beloofd dat overvloeide van melk en honing en hun dat land ook in bezit gegeven. God was met Zijn volk en Hij zorgde voor hen.

God had Zichzelf bewezen als hun God. Hij had grote wonderen voor hen gedaan. Hij had hen uit Egypte bevrijd en Hij had hun het beloofde land in bezit gegeven. Maar ook al was God zo goed voor hen, toch waren er tijden dat ze zich van God afkeerden. Ze gingen andere goden achterna en lieten Zijn geboden links liggen.

In die tijden ging het achteruit met Israël, omdat Gods zegen niet meer op hen was. Maar op het moment dat ze om genade vroegen en weer gingen leven naar Zijn wil, maakte God hen weer voorspoedig. Hij zorgde ervoor dat de oogst groot was en Hij beschermde hen in de strijd.

Tijdens de regeringsperiode van koning Saul was Gods zegen over Israël verdwenen, want koning Saul was God ongehoorzaam. Maar vanaf het moment dat koning David aan de macht kwam, kwam Gods goddelijke zegen weer over het land.

Koning David was een machtige held en een machtige koning. Hij schreef de Psalmen om God de eer te geven en hij hield veel van het volk. David hield zelfs zoveel van het volk dat hij bereid was om zijn leven voor het volk te geven. Koning David streed en vocht voor het volk, en hij diende God. Daarom ging het goed met het volk van Israël.

Maar in 2 Samuël 15 lezen we dat koning David moest wegvluchten, omdat het volk Absalom koning had gemaakt. Absalom was Davids zoon en hij had iets in zijn hart toegelaten wat niet juist was. Als je kijkt naar de dingen die hij had meegemaakt, kan je misschien nog wel begrijpen waarom hij bepaalde gedachtes en gevoelens had. Maar niets wat er was gebeurd, kon rechtvaardigen wat hij had gedaan.

Absalom had zijn hart op het koningschap gezet, terwijl het hem niet toekwam. Hij dacht zijn plan uit en begon het uit te voeren op een sluwe manier. Hij kocht een groot rijtuig en hij nam vijftig man in dienst.

Elke ochtend liet hij die mannen voor zich uit lopen naar de poort, terwijl hij op zijn rijtuig zat. Als ze dan bij de poort aangekomen waren, ging Absalom daar zitten. Wanneer de mensen door de poorten kwamen, dan sprak hij met hen. Hij deed net alsof hij de enige was die naar hen luisterde en naar hen omkeek. Zo leek het alsof koning David geen oog meer voor hen had.

Absalom sprak mooie woorden, waardoor het volk zich gehoord voelde. Hij deed zich voor als één van het volk, ook al was hij een prins en een zoon van koning David. Dit sprak het volk aan en ze vertelden het aan elkaar. Op deze manier groeide de steun voor Absalom.

Vier jaar lang bewoog Absalom zich op deze manier onder het volk. Vier jaar lang was hij bezig geweest om het volk op te stoken tegen David en hen achter hem te scharen. Absalom was een strateeg en hij had een bepaald geduld om zijn plan uit te werken.

De duivel heeft ook een bepaald geduld om een valstrik neer te leggen. Soms kan hij wel jaren bezig zijn om jou op een bepaalde manier naar beneden te halen, wat je niet ziet aankomen.

Absalom loog tegen het volk, want hij was alleen gefocust op de troon van koning David. De troon waarop hij geen recht had, hoewel hij een prins was. En na al deze jaren was Absaloms samenzwering uitgegroeid tot een heel sterk complot. Hij had het volk voor zich gewonnen en hooggeplaatste mensen aan zijn kant gekregen. Zelfs Achitofel, een belangrijke adviseur van David.

Met al die hooggeplaatste mensen en het volk aan zijn zijde, voelde Absalom zich sterk. Absalom ging naar David toe en zei: ‘Laat mij naar Hebron gaan, want ik wil een offer aan de Here brengen.’ David zag niet in waarom hij Absalom niet zou moeten laten gaan en gaf hem toestemming.

Maar terwijl Absalom naar Hebron vertrok, stuurde hij spionnen het land door om te zeggen: ‘Wanneer je de trompet hoort, dan weet je dat Absalom koning is.’ Absalom zette het hele volk tegen David op.

Maar gelukkig was er iemand die David vertelde wat er was gebeurd. Hij vertelde David dat het hart van het hele volk achter Absalom was gaan staan. David koos ervoor om te vluchten, om zo te voorkomen dat zijn hele gezin en de hele stad vernietigd zouden worden. David vluchtte Jeruzalem uit en moest zelfs de woestijn in vluchten.

Nu David was gevlucht, was het koningschap in Absaloms handen. Absalom vroeg Achitofel om advies voor zijn volgende stap. Achitofel raadde Absalom aan om naar bed te gaan met de tien bijvrouwen van David, die waren achtergebleven om voor het paleis te zorgen. Absalom volgde zijn raad op en deed dit niet in het verborgene. Er werd een tent gespannen op het dak van het paleis, zodat iedereen kon zien hoe Absalom bij de bijvrouwen van zijn vader ging liggen.

Dit is precies wat de duivel wil doen met de Gemeente. De Gemeente is de Bruid van Christus en is heilig, puur, rein en apart gezet voor de Here. De duivel wil de Gemeente openlijk bevuilen, zodat de hele wereld het kan zien.

De duivel doet alsof hij je liefheeft, maar uiteindelijk spuugt hij je uit. De duivel heeft zijn eigen plan en zijn eigen agenda, wat hij altijd zal hebben. De zogenaamde liefde die de duivel je wil geven, is niet als de liefde en trouw die God voor ons heeft.
Absalom had zijn eigen plan. Hij deed alsof hij het volk liefhad en het beste met hen voorhad.

Maar niets was minder waar, want door Absaloms plan vond er uiteindelijk een grote strijd plaats, waar 20.000 mensen stierven. Deze strijd had niets te maken met de plannen van de Heer of met gerechtigheid. Deze strijd was voortgekomen uit Absaloms vleselijke verlangens naar de troon. Het kostte uiteindelijk de levens van 20.000 Israëlieten en zelfs Absaloms eigen leven.

Het volk had zijn hoop gevestigd op Absalom en zijn beloftes. Maar in plaats daarvan had het hen alleen ellende gebracht. 20.000 van hun broeders waren gestorven en nu waren ze een volk zonder koning en zonder bescherming. Israël was kwetsbaar zonder koning.

De vijand kon van deze chaos gebruikmaken en het volk weer slaaf maken. Het volk begon na te denken wie hen in zo’n situatie zou beschermen, voor hen zou vechten en voor hen zijn leven in de waagschaal zou stellen. In 2 Samuël 19:9-10 staat:

‘Onder de Israëlieten die Absalom hadden gesteund en intussen naar huis waren gegaan, werd in het hele land druk gediscussieerd. ‘Waarom zeggen wij eigenlijk niet dat wij de koning terug willen hebben?’ was overal het gespreksonderwerp. ‘Want hij redde ons van de Filistijnen, en Absalom, die wij in plaats van hem koning maakten, heeft hem het land uit gejaagd. Maar Absalom is nu dood. Laten wij David vragen terug te keren en opnieuw onze koning te zijn.’’

Ze stuurden boodschappers naar David om te vragen of hij terug wilde komen om koning over hen te zijn. Ze kwamen tot het besef wat koning David allemaal voor hen had gedaan en dat door hem Gods zegen op het hele land rustte.

Misschien ben jij vandaag vergeten wat Koning Jezus allemaal voor jou heeft gedaan. Ben jij vergeten hoe Jezus aan het kruis werd gespijkerd om jouw zonden te dragen? Ben je vergeten dat Hij vreselijk werd geslagen, om door de wonden in Zijn lichaam genezing voor jou te bewerken? Ben je vergeten dat Hij Zijn bloed heeft laten vloeien om jou te vergeven?

Misschien heb je de geest van Absalom toegelaten in je leven en is je hart daardoor ontrouw geworden aan Koning Jezus. Misschien loop je vandaag rond met een last, ben je ziek of onrustig door angst en vrees.

Dan is mijn vraag: waarom aarzel of twijfel je nog om Koning Jezus terug te vragen als Koning van je hart? Wanneer Jezus de Koning van je hart is, zal Hij je vergeven en reinigen. Hij zal weer bij je zijn en je zult Zijn liefde weer ervaren. Zijn vrede, rust en blijdschap zullen weer in je zijn.

Als je Jezus wilt vragen om Koning van jouw leven te zijn, bid dan het gebed met mij mee:

‘O Koning Jezus, kom toch terug in mijn leven. Here Jezus, vergeef mij dat ik U heb weggejaagd als mijn Koning. Vergeef mij dat ik geen tijd en aandacht voor U had. Ik was te veel bezig met mijn eigen leven en allerlei andere dingen. Heer, ik weet dat U nog steeds over mij waakt, maar ik wil dat U als Koning terugkomt in mijn leven. Ik wil dat U zit op de troon van mijn hart. Vergeef mij voor het verdriet dat ik U heb aangedaan. O Jezus, kom weer terug in Uw tempel op de plaats waar U hoort te zitten; de plaats waar ik U nodig heb om te zitten. Heer, neem de eerste en belangrijkste plaats in. Here, ik wil U mijn hele leven geven en U gehoorzamen. Waar U regeert, daar regeert U met vrede, gerechtigheid en liefde. Kom terug in mijn leven vandaag en help mij om U trouw te blijven. In Jezus’ naam. Amen!’

Klik hier en beluister deze preek op MaasbachTV!

Lees ook: ‘Onder de jeneverbessenstruik DEEL 1’

Tags: