Studie - De gaven van de Geest

De gaven van de Geest: Spreken in tongen DEEL 2

Spreken in tongen is één van de gaven van de Geest die God de Gemeente wil geven. Deze gave is de minste van alle gaven en komt daardoor vaker voor. Omdat deze gave zo duidelijk en opvallend bovennatuurlijk is, roept deze allerlei vragen op en wordt vaak verkeerd begrepen. In deze studie gaan we dieper in op deze bijzondere gave.

In het vorige deel hebben we besproken hoe de gave van spreken in tongen tot uiting komt en wat het doel is van de gave. Deze gave van het spreken in tongen kwam en komt vaak voor in de gemeente. Daarom wordt er ook veel over uitgelegd hoe men de gave in de praktijk moet gebruiken, zodat er orde is in de samenkomsten.

Spreken in tongen & 1 Korinthiërs 14
In 1 Korinthiërs 14 wordt beschreven dat wie in tongen spreekt, zichzelf opbouwt. En op het moment dat iemand de tongentaal uitlegt, is het tot opbouw van de gemeente. De gaven van inspiratie zijn gegeven tot opbouw van de gemeente. Daarom is het belangrijk dat wanneer de gemeente bij elkaar komt en er ook ongelovigen bij zijn, de woorden die worden gesproken verstaanbaar zijn.

Betekent dit dat er niet in tongen gesproken moet worden? Nee, dat zeker niet! Maar wanneer er in verschillende talen gesproken wordt, moet er wel orde zijn. De apostel Paulus zegt het zo mooi en duidelijk:

‘Anderzijds zal een ongelovige of belangstellende zeggen dat u dol geworden bent als hij in de gemeente komt en ieder in onverstaanbare talen hoort spreken. Maar als u allemaal namens God spreekt, wordt zo iemand overtuigd en zal hij tot inzicht komen, omdat zijn geweten gaat spreken. Wat er in hem omgaat, komt aan het licht. Dan zal hij op zijn knieën vallen, God aanbidden en openlijk erkennen dat God bij u is.’ – 1 Korinthiërs 14:23-25

Het teken van spreken in tongen & de gave van spreken in tongen
Is er een verschil tussen het spreken in tongen als teken van de doop in de Geest en de gave van tongen? Nee, in principe niet. We hebben in de bediening gezien dat sommigen die bij hun doop in de Geest in tongen spraken, deze gave ‘verloren’ hadden, maar dat zij het weer ontvingen, op het moment dat ze ernaar gingen verlangen en ervoor gingen bidden. Zij ontvingen een vernieuwing van de Geest.

Het spreken in tongen bij de doop is een uiterlijk teken van de inwoning van de Heilige Geest. Wanneer iemand na deze doop nog in tongen spreekt, is dat een werking van de gave van de Geest. De gave van tongen kan in het openbaar gebruikt worden of niet, naar het verlangen van de gelovige die deze gave heeft ontvangen. De gelovige heeft hierin een vrije keuze.

Er zijn vele gelovigen die de gave bezitten, maar ervoor kiezen om deze niet te gebruiken. Paulus moedigt de gelovige juist aan om de gaven te gebruiken:

‘Daarom dring ik erop aan dat je de gave van God, die je ontving toen ik je de handen oplegde, zult ontwikkelen. Want God geeft ons niet een lafhartige geest, maar een sterke geest vol liefde en bedachtzaamheid.’ – 2 Timotheüs 1:6

De gave van tongen verdwijnt nooit bij hen die eens in tongen hebben gesproken. Het kan wel zijn dat de gave ‘slapend’ is. De gave kan opgewekt worden door gebed en vurig verlangen.

God verlangt ernaar dat alle gelovigen in tongen spreken (1 Korinthiërs 14:5). Als je nog nooit in tongen hebt gesproken, bid ervoor en verlang ernaar totdat je deze gave ontvangt. Als je eens in tongen hebt gesproken, maar nu niet meer; wek het op, want dezelfde Geest is in jou.

Het beheersen van de gave van spreken in tongen
De gelovigen die de gave van tongen bezitten, kunnen deze gebruiken naar hun eigen wil. Dit heeft als gevolg dat we deze gave kunnen gebruiken naar Gods wil of onze eigen wil en deze zo kunnen misbruiken. Maar dit maakt de gave niet minder bovennatuurlijk of goddelijk.

God heeft ons verantwoordelijkheid gegeven om deze gave te gebruiken met gepaste terughoudendheid. In 1 Korinthiërs 14:27-33 legt Paulus uit hoe wij de gave moeten gebruiken. Uit deze verzen wordt duidelijk dat de mens in staat is om de gave te beheersen en dat ook moet doen.

‘God wil geen wanorde, maar vrede en harmonie in alle gemeenten.’ – 1 Korinthiërs 14:33

De gelovigen zijn verantwoordelijk hoe zij de gave gebruiken. God heeft duidelijke richtlijnen gegeven en wij als gelovigen, moeten Gods richtlijnen gehoorzamen en daarbinnen blijven. Als er toch wanorde ontstaat, is het de bedoeling om de gelovigen liefdevol terecht te wijzen en hun het juiste te leren.

Het belemmeren van spreken in tongen
Het is belangrijk om de diensten op een ordelijke manier te laten verlopen. Maar tegelijk is het niet de bedoeling om het spreken in tongen te belemmeren of te verbieden.

‘Dus, broeders en zusters, streef ernaar namens God te spreken, maar verbied het spreken in klanktalen niet.’ – 1 Korinthiërs 14:39

De gave van spreken in tongen tot opbouw
De gave van het spreken in tongen wordt vaak uitgedeeld aan de gelovigen. En, zoals al eerder is besproken, kan de gelovige deze gave beheersen. De gelovige kan deze onderwerpen aan de wil van God of aan zijn/haar eigen wil. Of de gave goed wordt gebruikt, kan getest worden door wat de gave teweegbrengt. De gave moet namelijk opbouw en orde voortbrengen.

‘Maar het moet wel opbouwend zijn … Alles wat gedaan wordt, moet fatsoenlijk en ordelijk gaan.’ – 1 Korinthiërs 14:26, 40

We moeten Gods gaven gebruiken binnen de richtlijnen die Hij ons heeft gegeven.

De onverstaanbaarheid van het spreken in tongen
Een groot struikelpunt voor velen is de onverstaanbaarheid van het spreken in tongen. Velen hebben daar vragen over en zijn er soms ook wel angstig om. Maar het enige wat we hierover moeten weten, is dat God het zo heeft ingesteld. God heeft daarom ook de gave van vertolking ingesteld om de tongentaal verstaanbaar te maken.

Velen denken ook dat het spreken in tongen een soort van brabbeltaal is; een onsamenhangende en onbegrijpelijke aaneenschakeling van onvertaalbare klanken. Nee. Tongen waren en zijn talen. Ze zijn meestal onbekend aan degene die het horen en zijn altijd onbekend voor hen die het spreken. Maar het kan voorkomen dat de tongentaal verstaanbaar is voor de toehoorders, zoals op de eerste Pinksterdag. Een voorbeeld hiervan is het getuigenis van een zendeling:

‘Een Chinese student ontving de doop in de Geest. Toen hij in tongen sprak, werd hij duidelijk verstaan in het Engels, een taal waarvan hij geen woord kende. De woorden die hij sprak, werden opgeschreven door de zendeling die hem hoorde: ‘Zij die met Hem wandelen in witte klederen en getrouw zijn, zullen opstijgen bij Zijn verschijning. Zie, Hij komt zeer spoedig!’ Wang wist niets af van de terugkomst van de Here.’

Het doel van het spreken in tongen
Het spreken in tongen is niet bedoeld om leiding te geven in het maken van keuzes in je persoonlijke leven. Het is er om je op te bouwen, te bemoedigen en om je te vertroosten. De gave van het spreken in tongen in combinatie met de gave van vertolking is daarin hetzelfde als de gave van profetie.

Het Woord van God en andere grote gaven zijn er voor het geven van leiding. En dat nooit naar de wil van de mens, maar alleen wanneer God iets wil openbaren. Nooit tongen en vertolking alleen.

Het spreken in tongen is een heerlijke bezigheid en een gezegende gave van onze barmhartige Heer, maar het is niet de belangrijkste gave. Het is de minste van de gaven en daarom komt deze gave het vaakst voor.

Tot slot mogen we niet vergeten dat Petrus erop wees dat het spreken in tongen de rechtstreekse vervulling was van Joëls profetie van de uitstorting van de Geest.

‘En daarna zal Ik Mijn Geest over alle mensen uitstorten. Uw zonen en dochters zullen Gods woorden spreken. Oudere mannen zullen betekenisvolle dromen hebben en uw jonge mannen zullen visioenen zien. Ik zal Mijn Geest óók uitstorten op uw slaven, mannen zowel als vrouwen.’ – Joël 2:28-29

Tags: