De-kracht-van-positief-geloof1

De kracht van positief geloof

Het verhaal van kleine David en de reus Goliath is het verhaal van de kracht van positief geloof. Goliath was de kampioen van de Filistijnen. Iedereen was bang voor hem en niemand durfde tegen hem te vechten. Totdat de levende God Zijn kampioen stuurt: David met zijn slinger en de kracht van positief geloof!

‘De HERE is niet afhankelijk van wapens om Zijn plannen uit te voeren. Hij zal u in onze macht geven!’ – 1 Samuël 17:47

De kampioen van de Filistijnen: Goliath
De reus Goliath was de grootste, beste en sterkste kampvechter van de Filistijnen, de vijand van Gods volk, Israël. Hij was waarschijnlijk een van de meest afschrikwekkende mensen. Hij was maar liefst 3 meter lang, droeg een koperen helm, een koperen borstpantser van 55 kilo zwaar, en koperen beenbeschermers.

Hij had een enorme koperen speer in zijn hand, met een ijzeren punt van 6 kilo zwaar. Een schildknaap liep voor hem uit met een reusachtig schild. 40 dagen lang stapte deze reus het dal in en daagde het volk van God uit met de woorden:

‘Ik vertegenwoordig de Filistijnen. Kiezen jullie uit de mannen van Saul ook een vertegenwoordiger, dan zullen wij dit in een man-tegen-man gevecht uitvechten! Als jullie man erin slaagt mij te doden, zullen wij jullie slaven worden. Maar als ik hem dood, moeten jullie onze slaven worden. Ik daag de legers van Israël uit! Stuur mij een man die tegen mij wil vechten!’

Hij was erg zeker van zichzelf en had een grote mond. Alle Filistijnen hadden op hem gewed, want hij was de kampioen van de Filistijnen.

De kampioen van God: David
Toen Saul en zijn mannen de woorden van Goliath hoorden, raakten zij ontmoedigd en werden bang. Maar op zekere dag kwam Gods kampioen achter de schapen vandaan. De naam van deze kampioen was David. Niemand had op dat moment het vermoeden dat die kleine jongen Gods kampioen was, die Hij zou gebruiken om te vechten tegen deze enorme reus.

Terwijl hij zijn drie oudste broers, Eliab, Abinadab en Samma, vroeg hoe het met hen ging in de strijd, hoorde David plotseling de angstaanjagende stem van de reus Goliath. De gezichten van zijn broers trokken lijkbleek weg. David vroeg: ‘Wie is die schreeuwlelijk eigenlijk? En waarom vecht niemand tegen hem? Hij daagt niet alleen jullie uit, maar hij daagt de levende God uit. Horen jullie dat dan niet?’

Zijn broers werden boos op David en zeiden: ‘Moet jij niet op die paar schaapjes passen?’ Toen koning Saul hiervan hoorde, liet hij David bij zich brengen. Dan lezen we dat David zei:

‘Wees niet bezorgd over deze Filistijn. Ik zal met hem afrekenen … De HERE, die mij beschermde tegen de klauwen van leeuwen en beren, zal mij ook beschermen tegen deze Filistijn!’ – 1 Samuël 17:33,37

Een kleine herdersjongen
Wie was deze jongen genaamd David? Hij was eigenlijk maar een herdersjongen, die in de heuvels van Bethlehem op de schapen van zijn vader Isaï paste. We lezen in de Bijbel dat toen de profeet Samuël kwam om een nieuwe koning over Gods volk aan te stellen, David nog bij de schapen was.

‘Zeven zonen stelden zich aan Samuël voor, maar de HERE had geen van hen uitgekozen. Samuël vroeg aan Isaï: ‘Heb ik nu al uw zonen gezien?’ ‘Nee, mijn jongste zoon is niet hier. Hij is bij de schapen in het veld,’ vertelde Isaï hem. ‘Laat hem meteen halen,’ beval Samuël, ‘want wij gaan pas eten wanneer hij hier is.’ Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rood haar en vriendelijke ogen. De HERE zei: ‘Dit is degene die Ik bedoel, sta op en zalf hem.’ En terwijl David daar tussen zijn broers stond, pakte Samuël de olie die hij had meegebracht en goot die over Davids hoofd. Op dat moment kwam de Geest van de HERE over David en vervulde hem vanaf die dag.’ – 1 Samuël 16:10-13

God kijkt niet naar het uiterlijk, maar naar het hart. En wat Hij zoekt, is geloof.

‘De mensen beoordelen iemand naar zijn uiterlijk, maar Ik kijk naar zijn gedachten en hoe hij innerlijk is.’ – vers 6


Ook lezen we dat David vocht met een leeuw en een beer om de schapen van zijn vader te beschermen, en hij won.

‘Ik heb wel meegemaakt, toen ik de schapen van mijn vader hoedde, dat een leeuw of een beer opdook die een lam greep. Ik ging hem achterna met een stok om het lam te bevrijden. Toen hij mij aanviel, greep ik hem bij zijn kaak en sloeg hem dood. Ik heb dat gedaan met leeuwen en beren en ik zal het ook met deze heidense Filistijn doen, omdat hij de legers van de levende God heeft uitgedaagd!’ – 1 Samuël 17:34-36

Een ander soort geloof
David had niet méér geloof dan zijn broers en de rest van het leger van koning Saul. Nee, hij had een ander soort geloof. Voor David was God niet een sprookje, een mythe, of iets vaags. Hij was niet alleen de God van zijn vader. Nee, de levende God was Davids God.

God was voor hem een Persoon, met wie hij kon praten en wandelen, die hij kon voelen en ervaren, en die hem kracht gaf in moeilijke tijden. Voor David was God een levend Wezen. Toen een beer en een leeuw de schapen van zijn vader wilden wegroven, kon hij de levende God met heel zijn hart om hulp roepen. En dan kwam God met een buitengewone kracht tot David om ze te verslaan.

Goliath zag slechts een kleine jongen van vijftien of zestien jaar oud. Maar God zag een kleine jongen met positief geloof. God zag een jongen die met Hem praatte, wandelde en Hem kende. God zag een jongen die klein van uiterlijk was, maar beregroot van hart en geloof in de levende God.

En terwijl David op de reus afliep, begon hij zich sterk te voelen in God. David wist dat Goliath de kracht van de levende God niet kende. Hij wist dat God niet afhankelijk was van wapens om de strijd te winnen en dat Hij de strijd volledig onder controle had. Hij wist dat God Goliath in zijn macht zou geven.

Toen David de reus tegemoet ging met positief geloof, was hij de machtigste man die Goliath ooit in zijn leven heeft ontmoet, en meteen ook de laatste. Goliath had geen enkel benul dat David in zijn hand hét instrument had waarmee de levende God hem zou verslaan.

Davids positieve geloof was gericht op God, die A) de reus in zijn macht zou geven, en B) hem de precisie zou geven om de steen naar de reus te slingeren.

De kracht van positief geloof
Het gaat er niet om hoeveel kracht wij bezitten van onszelf. Het gaat erom hoe de Geest van de levende God onze kracht kan gebruiken om Zijn doel te bereiken. Dát is de kracht van positief geloof. Maar het is niet genoeg om alleen maar positief geloof te bezitten. Het moet omgezet worden in handelend, actief, werkend geloof.

David had niet alleen positief geloof; hij stelde dat geloof ook in werking. Hij liep naar het beekje, zocht met aandacht vijf gladde kiezelstenen uit, en deed die in zijn herderstas. En terwijl hij op Goliath afliep, pakte hij een steentje en deed hem in zijn slinger. Hij slingerde de steen rond en rond.

Dit werd zijn punt van contact. En het moment dat de steen uit de slinger schoot, schoot zijn geloof uit David. De steen vloog door de lucht en raakte Goliath in zijn voorhoofd, met een precisie die alleen God kan geven. De steen drong door in zijn schedel en hij viel met zijn gezicht op de grond, waarna David zijn hoofd afhakte met het zwaard van Goliath.

Het punt van contact
Davids geloof zat niet in de steen of de slinger, maar in de levende God, die de steen gebruikte om Goliath te verslaan. De steen was het punt van contact, waarin Davids geloof en Gods kracht samenkwamen. Heb jij vandaag een wonder van God nodig? Ga dan de reus in jouw leven tegemoet in hetzelfde positieve geloof als David deed. Maak een punt van contact door jouw hand op het scherm te leggen en jouw geloof in werking te stellen.

Gebed

‘Vader in de hemel, dank U voor Uw grote goedheid en genade. U bent Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig. Zoals U voor kleine David de reus Goliath versloeg, zo wilt U vandaag ook de reuzen verslaan in de levens van mensen die hun geloof in werking stellen. Here, laat Uw kracht uitgaan om hen te genezen, te bevrijden, te redden en te verlossen.
Zeg, net als David: ‘De levende God zal mij doen overwinnen!’ Zo zullen jouw geloof en Gods kracht samenkomen in een punt van contact. Ontvang vandaag jouw wonder in Jezus’ naam. Amen!’

Lees ook: ‘De gaven van de Geest’

Tags: