Boodschap - De oude versleten opgelapte jas

De oude, versleten, opgelapte jas

De vele gelijkenissen die Jezus Zijn discipelen in de Bijbel vertelde, geven ons inzicht in de betekenis van Gods Koninkrijk en Zijn principes. De gelijkenis van de oude, versleten, opgelapte jas spreekt over het christendom en andere religieuze systemen.

‘Om duidelijk te maken wat Hij precies bedoelde, gaf Hij hun dit voorbeeld: ‘Men knipt toch niet een stuk uit een nieuwe jas om er een oude mee te verstellen? Dat zou zonde zijn van die nieuwe jas. En de oude jas zou er toch niet mee gemaakt kunnen worden, omdat de nieuwe stof zou gaan krimpen. Zowel de oude jas als de nieuwe lap zouden scheuren.’ – Lucas 5:36

Oud en nieuw
Deze gelijkenis wordt in de evangeliën drie keer genoemd. In Lucas wordt ons verteld dat er een stuk uit een nieuwe jas wordt geknipt om een oude te herstellen. Dit zorgt ervoor dat zowel de oude, als de nieuwe jas kapot gaan. De nieuwe omdat daar een stuk uit wordt geknipt, en de oude omdat die door dat nieuwe stuk verpest wordt. Mattheüs en Marcus voegen daaraan toe dat het nieuwe stuk sterker is dan het oude. De gelijkenis van de opgelapte jas volgt eigenlijk op de discussie over het onderwerp waarom de discipelen van Jezus niet vastten. De Farizeeërs en godsdienstleraars hadden kritiek dat Jezus’ discipelen gewoon aten en dronken, in plaats van te bidden en te vasten. Zij zeiden:

‘Wat een verschil met de leerlingen van Johannes de Doper en die van ons!’ – Lucas 5:33

Jezus bedoelde eigenlijk te zeggen dat Hij niet gekomen was om met een paar hervormers het judaïsme (jodendom) op te lappen, maar om de hele jas te vernieuwen. Johannes was een hervormer, een goed en groot man. Maar het enige wat hij kon doen, was een nieuwe lap stof op de oude jas plakken.

Jezus had het erover dat het principe van vasten helemaal anders voor hen zou zijn, als zij zouden beseffen wat de mantel van genade inhoudt. Maar daarvoor zouden zij nog moeten wachten op het nieuwe leven uit de Geest, waardoor ook hun uiterlijke vorm zich zou aanpassen.

Jezus maakt alles nieuw
Het judaïsme had in de dagen van Jezus zijn beste tijd gehad. Als het nieuwe met het oude vermengd zou worden, zou dit beide beschadigen. Geen mens zou het christendom erkennen, als het uit de oude jas geknipt zou worden.

Het christendom zou helemaal niet in harmonie zijn met het judaïsme. De opgelapte jas zou er slechter uitzien dan daarvoor! Een nieuw stuk uit het evangelie van genade zou niet passen op de oude, versleten jas van het wettische judaïsme. Daarom probeerde Jezus door deze gelijkenis te laten zien dat Hij niet kon toestaan dat stukken van Zijn leer over genade toegepast zouden worden op andere religieuze systemen. Jezus is niet gekomen om oude, versleten religieuze systemen op te knappen, maar om alles nieuw te maken door Zijn offer op Golgotha.

Religie op een versleten jas
In deze gelijkenis ligt de verklaring van een feit dat onder veel christenen, zeker in onze generatie, veel verwarring heeft gebracht. Veel christenen leiden een inconsequent leven. Op het ene moment zijn ze helemaal toegewijd en ernstig bezig met het praktiseren van het christendom. Op het andere moment kunnen zij totaal van God los zijn en zelfs goddeloos handelen.

We proberen dan te zoeken naar mogelijkheden om die twee kanten samen te voegen, door een middenweg te kiezen. Maar uiteindelijk blijkt dat altijd weer onmogelijk, omdat het oude en het nieuwe leven niet met elkaar samengaan.

Het is alsof er twee verschillende vruchten aan dezelfde boom groeien. Zijn deze mensen hypocriet? Vinden we het antwoord hierop niet in deze gelijkenis van Jezus? Zij hebben een stuk religie geplakt op hun oude, onheilige leven.


Op een bepaald moment, in de crisis van hun leven, hebben deze mensen gevoeld dat ze God en religie nodig hebben. Dit heeft hen ook beïnvloed, maar niet in die mate dat het hun hart heeft veranderd. Hun oude natuur leeft nog heel sterk, met de toevoeging van een beetje van de leefregels van Jezus.

De zoete smaak van hun oude zonde is nog altijd diep vanbinnen heel sterk aanwezig. Terwijl het lijkt alsof ze alles hebben opgegeven. De genade van God is nooit echt diep in hun binnenste doorgedrongen. De levensveranderende kracht van Jezus Christus heeft nooit echt de kans gekregen om de bron van het kwaad in hun wezen te stoppen en te veranderen. Zij zijn eigenlijk niet meer dan een oude, versleten, opgelapte jas.

Regelmatig zijn we getuige van hun dubbelleven. De ene keer komt hun religie naar boven, en de andere keer hun ‘eigen ik’. In de geestelijke strijd tegen hun oude natuur, verliest de nieuwe natuur steeds opnieuw. Hun ‘eigen ik’ blijft steeds weer meester in hun leven. Omdat geen van beide in staat is om de andere te beïnvloeden, wordt het touw steeds aan beide kanten heen en weer getrokken.

Zo is het ook met dat nieuwe stuk dat op de oude, versleten jas is genaaid. Want wat hebben licht en duisternis met elkaar te maken? Of het Koninkrijk van God met het koninkrijk van de boze? Religie alleen heeft geen kracht in zich om het hart van de mens te veranderen. Het is alleen maar een stuk uit de nieuwe jas knippen om de oude ermee te verstellen.

De ongelovigen die van buitenaf naar dit afbrekende schouwspel kijken, raken verward en vragen zich af of dit nu het echte christendom is. Alles wat zij zien, is een stuk religie dat op het oude, ongeheiligde leven is geplakt. Hoe meer ze naar het leven van zo’n persoon kijken, des te meer zij de kloof zien tussen hun geloofsleven en de praktijk. Bijna altijd gaat het van kwaad tot erger. Na verloop van tijd komt toch de oude natuur naar boven en wordt zichtbaar.

Een heel nieuwe jas
Dan zijn er ook nog mensen die opzettelijk religie gebruiken om er delen van hun karakter mee te verbergen. Voor sommige delen schamen ze zich zo, dat er hoe dan ook iets bedekt moet worden. Ze zoeken een lapje om dat stukje van hun karakter te verstellen, maar verlangen beslist niet naar de verandering van hun hele karakter.

Maar het is beter om de volle kracht van al onze zonden in ons leven te ervaren, dan een paar slechte gewoonten met Gods kracht te overwinnen, om Hem daarna niet meer nodig te hebben. Zo zien we dat sommige mensen naar een stukje religie zoeken, maar niet toestaan dat hun hele jas vernieuwd wordt. Zij concentreren zich alleen maar op een paar slechte plekken in de jas, maar beseffen niet dat de hele jas oud en versleten is. Vroeg of laat komen zij erachter dat er geen lapmiddel bestaat voor hun oude en zondige natuur. Want de macht van de zonde zal zich steeds dieper wortelen in hun wezen en uiteindelijk blijven ze een slaaf van de zonde.

Als God hun gebeden verhoort en hen alleen bevrijding geeft over die paar zonden, dan is dat het ergste wat hun kan overkomen. Maar als de nood in hun leven toeneemt tot het punt dat zij het in hun grote wanhoop tot God uitroepen voor een complete verandering en vernieuwing, dan kan God doen wat Hij graag wil doen; Hij maakt alle dingen nieuw. Hij lapt de oude jas niet op, maar geeft een heel nieuwe jas!

Ons geloof moet geen lapwerk zijn, maar een nieuwe mantel die van boven tot beneden geweven is met de draden van Gods genade. Het hele patroon moet in balans zijn met de vele waarheden van het christendom. Deze waarheden gaan perfect met elkaar samen, zodat er een prachtige, kleurrijke jas ontstaat.

Vandaag zijn er veel tegenstrijdigheden in het evangelie, omdat er waarheden van Gods Woord worden weggelaten. Door al die weggelaten waarheden is het patroon niet compleet. Er zijn er ook die sommige leerstellingen zo uitvergroten, dat het patroon helemaal uit zijn verband wordt gerukt. Dit zorgt er weer voor dat er een totaal vertekend beeld van het echte christendom ontstaat.

Zonder twijfel kijken ongelovigen vaak tegen slecht lapwerk aan. Dit is niet het ware christenendom, maar lapwerk van inconsequente christenen. Dit zorgt alleen maar voor tegenstand en afkeer, en uiteindelijk zelfs agressie en haat. Aan de andere kant is de mantel van genade perfect ontworpen. Het is de mantel van gerechtigheid, die in groot contrast staat met het oplappen van de oude en versleten jas.

Tags: