De-vlammende-kerk

De vlammende kerk DEEL 1

We leven vandaag in een tijd dat de Kerk van Jezus Christus, ook in ons Nederland, een opwekking nodig heeft. De doop en vervulling met de Heilige Geest speelt hierbij een belangrijke rol. Het is nodig dat God opnieuw het vuur van de Heilige Geest uitstort over de gelovigen, zodat de kerk zal zijn wat zij hoort te zijn: de vlammende kerk. Deze studie beschrijft in vier delen hoe de kerk vandaag weer een vlammende kerk kan worden.

1. Hoe de kerk er vandaag voor staat

Jeruzalem in de tijd van Jeremia
‘De straten van Jeruzalem, eens vol met mensen, liggen er nu verlaten bij. Als een verdrietige weduwe zit zij daar eenzaam neer, zij treurt. Die eens de koningin van de volken was, is nu een slavin. Zij huilt de hele nacht, de tranen stromen over haar wangen. Geen van al haar geliefden is er om te helpen. Die eens haar vrienden waren, hebben haar nu verraden en zijn vijanden geworden. De wegen naar Jeruzalem liggen er treurig bij. Zij zijn niet langer gevuld met blijde drommen mensen, op weg om de tempelfeesten te vieren. De stadspoorten zijn uitgestorven, haar priesters klagen en haar jonge meisjes zijn weggesleept. Zij huilt bitter. En op het dieptepunt van Jeruzalems ellende denkt zij terug aan de goede, oude tijd. Zij denkt aan alle fijne en blijde gebeurtenissen die zij meemaakte voordat die haatdragende vijand haar neersloeg, en er was niemand die haar te hulp kon komen. Haar vijanden hebben haar leeggeplunderd en al haar waardevolle bezittingen meegenomen. Zij moest toezien hoe vreemde volken haar heilige tempel onteerden, buitenlanders die U zelfs had verboden er binnen te komen. Betekent dit niets voor u die hier voorbijkomt? Kijk om u heen en beoordeel of u ooit eerder zo’n verdriet heeft gezien als bij mij. Dit alles heeft de Here mij aangedaan op de dag van Zijn vlammende toorn.’
– Klaagliederen 1:1-2,4,7,10,12

Er is een duidelijke overeenkomst tussen wat Jeremia zag in zijn dagen en wat wij vandaag zien als we naar de Kerk kijken. Er was een groot en schokkend contrast tussen het oude Jeruzalem en het Jeruzalem dat Jeremia zag. Vandaag is er een groot contrast tussen de Kerk van een paar decennia geleden en de Kerk van nu. Jeremia geeft een opsomming van de verschillen die hij zag.

Verschil 1: De afwezigheid van mensen
Jeremia herinnert zich de dagen dat de straten van Jeruzalem vol waren met mensen. Maar nu ziet hij een ander Jeruzalem: verlaten en eenzaam. Een paar decennia geleden zaten de kerken in Nederland vol met mensen.

Kinderen werden op school en thuis al heel vroeg geleerd om op zondag naar de kerk te gaan. Het resultaat daarvan waren volle kerkbanken. Jong en oud en alles daartussenin ging op zondag naar de kerk. En niet alleen op zondag, maar ook op de christelijke hoogtijdagen, zoals Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en Kerst.

Het feit dat we twee dagen hebben om deze dagen te vieren, laat zien hoe belangrijk onze voorouders deze christelijke hoogtijdagen vonden. Ook de doordeweekse gebedsdiensten en speciale evangelisatieavonden werden vroeger heel druk bezocht door de christenen.

Tegenwoordig is het een heel ander verhaal. De nieuwe generatie weet niet eens meer wat de christelijke hoogtijdagen betekenen. Veel dominees, priesters en voorgangers preken vandaag meer voor lege dan volle kerkbanken. De doordeweekse samenkomsten worden over het algemeen door zo weinig christenen bezocht, dat de voorganger meer een algemeen praatje houdt dan dat hij een boodschap van God brengt.

Veel doordeweekse diensten zijn al geschrapt door de afwezigheid van Gods kinderen. In grote steden loopt het bezoek van evangelisatiediensten zo veel terug, dat het bijna onmogelijk is om nog een speciale samenkomst te houden om buitenkerkelijken te bereiken met het evangelie.

Verschil 2: Een groot verval
Jeruzalem was eens zo’n belangrijke stad en het centrum van de invloed, die wijd en zijd gerespecteerd werd door jong en oud. Deze stad, waar mensen en overheid respect, eerbied en vreze hadden voor God, was vervallen tot een derderangs stad. Eens was de stad een machtige rivier, maar nu was ze een zijrivier geworden.

Veel ouderen in ons land kunnen zich nog heel goed herinneren hoe de kerk het middelpunt van hun dorp of stad was, het middelpunt van de samenleving. De kerk was dan ook gebouwd in het midden van de stad. In Nederland was de kerk een van de belangrijkste factoren in het sociale, politieke en religieuze leven.

De kerk was het middelpunt waarop de samenleving rustte. De kerk werd gerespecteerd, geëerd en geliefd. Er was in Nederland een grote vreze (eerbied) voor God. Dit was niet alleen in Nederland zo, maar in het hele Westen. Het was een eer als je jezelf als land een ‘christelijke natie’ mocht noemen. Dit was het geval als de kerk de hoofdstroom van het land was. Al het andere waren zijriviertjes die bijdroegen aan die ene hoofdstroom: de kerk.

Vandaag zien we het tegenovergestelde: de kerk, eens de hoofdstroom in Nederland, hoort nu bij de kleine riviertjes. De kerk staat in Nederland al lang niet meer op de eerste plaats. En bij veel christenen is de kerk al lang niet meer het middelpunt van hun leven, hun huwelijk en hun gezin. De kerk is een derderangs plaats geworden.

Verschil 3: Vrienden waren vijanden geworden
Mensen die eens vrienden van Jeruzalem waren, hebben hem verraden en zijn vijanden geworden. Datzelfde zien wij vandaag in onze dagen. Veel scholen en gemeenschappelijke instellingen spenderen veel tijd en energie om het werk van God niet op te bouwen, maar af te breken en zelfs te vernietigen. Dat gebeurt zelfs op scholen en instanties die van oorsprong christelijk waren. In plaats van hun stand in te nemen en de Bijbel, het Woord van God, hoog te houden en te verdedigen, ontkent men de waarheid, waarde en kracht ervan.

Verschil 4: Alle schoonheid en glans was verdwenen
Velen hebben geen tijd meer om op zondag en met Pasen, Hemelvaart en Pinksteren naar de kerk te gaan. Er is zo veel te beleven op die dagen, dat men liever eropuit gaat naar allerlei attracties. Als we het over een opwekking, een herleving hebben, dan hebben we het altijd over het verleden.

Vaak hoor ik de oudere christenen zeggen: ‘Die goede, oude tijd!’  Veel christenen praten meer over wat ze vroeger voor God hebben gedaan dan wat ze vandaag voor God doen.

Het hart van Jeremia was bezwaard. Daarom zegt hij:

‘En op het dieptepunt van Jeruzalems ellende denkt zij terug aan de goede, oude tijd. Zij denkt aan alle fijne en blijde gebeurtenissen die zij meemaakte voordat die haatdragende vijand haar neersloeg, en er was niemand die haar te hulp kon komen.’ – Klaagliederen 1:7

Wij denken vandaag terug aan de Holland Wonder campagne in 1958 op het Malieveld in Den Haag. Het was een opwekking zoals Nederland nog nooit eerder had meegemaakt. Avond na avond predikte de Amerikaanse evangelist T.L. Osborn de boodschap van het evangelie. Daarbij werd evangelist Johan Maasbach op een wonderlijke manier door God uitgekozen als zijn vertaler.

Op de laatste avond kwamen maar liefst 100.000 mensen samen om de boodschap te horen. Ontelbare mensen ontvingen redding, en God deed grote wonderen van genezing. Er was een grote opwekking en herleving in ons land.

Verschil 5: Leeggeplunderd en van alle waardevolle bezittingen beroofd
Het vijfde wat Jeremia zag, brak zijn hart. Jeremia moest toezien hoe vreemde volken de heilige tempel onteerden. Dit is precies wat we vandaag in de moderne kerk zien. Veel kerken kunnen buiten bij het gebouw beter een bordje hangen met: ‘kerk voor heidenen’.

Er staan heel veel dominees en priesters, voorgangers en predikers op de kansel die helemaal niet geloven in God en de wonderen die in de Bijbel staan. Veel christenen hebben nog nooit een echte ontmoeting met Jezus Christus gehad. Ze hebben nog nooit een aanraking van Jezus gehad. Ze missen daardoor de innerlijke drijfkracht van de Heilige Geest om God dagelijks in hun leven te ervaren.

Onverschilligheid
Bij het zien van dat alles ging Jeremia de straten op en vroeg de voorbijgangers: ‘Doet het jullie dan niets? Betekent dit dan niets voor jullie?’ Er staan meer dan duizend kerken leeg in ons land, die aan de lopende band worden afgebroken. Eens vol met vrienden; nu met vijanden. Eens rustte de zegen van God op ons land. Waar is die goede, oude tijd gebleven? Vroeger waren wij, christenen, afgescheiden van de wereldse dingen, maar nu zijn we hetzelfde als deze wereld.

Waarom is het vandaag zo moeilijk om mensen te interesseren voor het evangelie zoals vroeger? Waarom zijn zo veel kerkbanken leeg? Waarom is er zo’n grote lauwheid en onverschilligheid? Het antwoord is simpel. Als de situatie van de Kerk de christenen niets doet, waarom zou het de ongelovigen wat moeten doen? De wereld is niet geïnteresseerd, omdat het de christenen niet meer interesseert. De christelijke hoogtijdagen doen de ongelovigen niets, omdat het de gelovigen niets meer doet.

Tags:
Vorig artikel

Recept: Chocolade appel

Volgend artikel

Punt van contact DEEL 1