De-vlammende-kerk

De vlammende kerk DEEL 3

We leven vandaag in een tijd dat de Kerk van Jezus Christus, ook in ons Nederland, een opwekking nodig heeft. De doop en vervulling met de Heilige Geest speelt hierbij een belangrijke rol. Het is nodig dat God opnieuw het vuur van de Heilige Geest uitstort over de gelovigen, zodat de kerk zal zijn wat zij hoort te zijn: de vlammende kerk. Deze studie beschrijft in vier delen hoe de kerk vandaag weer een vlammende kerk kan worden.

3. Hoe kan de kerk worden opgewekt?

Voorwaarden voor een opwekking
God heeft voor de gelovigen heel veel zegeningen weggelegd. Maar de Bijbel leert dat de gelovige aan bepaalde voorwaarden moet voldoen om die zegening van God te ontvangen. Op elk gebied van het leven zijn er voorwaarden gesteld waarop de Here je kan en wil zegenen.

Opwekking is geen uitzondering op die regel. Als de kerk alleen zit te wachten totdat er een opwekking komt, zal de kerk die opwekking nooit zien. Als je zelf niet in actie komt, zal je ook in je eigen leven nooit een opwekking meemaken.

God geeft ons in de Bijbel vier voorwaarden voor een opwekking:

‘Als Mijn volk zich vernedert en bidt, Mij weer zoekt en breekt met zijn zondige praktijken, dan zal Ik vanuit de hemel luisteren, zijn zonden vergeven en het land weer gezond maken.’ – 2 Kronieken 7:14

Voorwaarde 1: Vernederen
Dit betekent: je voor God buigen; je klein maken voor God; je verlagen voor God; in God je meerdere erkennen. Het is één ding om je te vernederen voor mensen, maar een ander ding om je voor God te vernederen. Sommige christenen denken aan deze voorwaarde te voldoen, omdat ze nederig zijn in de ogen van hun medemens.

Maar het tegendeel is waar. Deze mensen zijn vaak de meest hoogmoedige mensen. Het is dus mogelijk om je voor mensen te vernederen en je tegelijkertijd niet voor God te vernederen. Maar het is niet mogelijk om je voor God te vernederen en je tegelijkertijd niet voor mensen te vernederen.

Het is juist die vernedering voor God die zo essentieel is voor een opwekking. Redding kun je alleen ontvangen door je voor God te vernederen en te zeggen: ‘O God, wees mij, een zondaar, genadig.’ Als je deze ervaring nog nooit in je leven hebt gehad, dan kun je jezelf onmogelijk een christen noemen.

Op het moment dat je je eigen, vuile gerechtigheid hebt gezien als een openbaring, verlang je naar de pure gerechtigheid van God. En het moment dat je in alle oprechtheid het zondaarsgebed bidt, redt God je ziel en vergeeft Hij al je ongerechtigheid. Dat heet genade.

De kerk is haar zicht op Gods genade kwijt. Hoelang je ook een christen bent, uit jezelf ben je niets. Hoelang de kerk ook bestaat, uit zichzelf is een kerk niets dan een krachteloos instituut. Hoe meer je beseft dat het alleen door genade is, des te meer je door God gebruikt kunt worden.

De reden dat God velen niet kan gebruiken – hoe geweldig en talentvol ze ook zijn – is dat ze te veel van zichzelf denken. In het werk van God maakt het niet uit wie jij bent of wat jij kunt doen. Het draait erom wie God is en wat Hij kan doen door iemand die zich vernedert voor Hem.

Voorwaarde 2: Bidden
De tweede voorwaarde wordt pas effectief als je aan de eerste voorwaarde hebt voldaan. Een gebed dat niet uit een nederig hart komt, is krachteloos. Het is verloren tijd, verloren energie en het reikt niet verder dan het plafond vanwaar je bidt. Maar een gebed dat uit het hart komt dat zich voor God vernederd heeft, beweegt de troon en het hart van God.

Jezus geeft ons een prachtig voorbeeld in de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar.

‘Daarna vertelde Hij een gelijkenis speciaal bedoeld voor degenen die opschepten over hun eigen goedheid en die op al de anderen neerkeken. ‘Twee mannen gingen naar de tempel om te bidden. De ene was een Farizeeër die erg met zichzelf was ingenomen. De andere was een tolontvanger. De Farizeeër stond rechtop en zei dit gebed: ‘Dank U, God, dat ik niet zo ben als alle zondaars. En zeker niet zoals die tolontvanger daar! Ik bedrieg niemand. Ik pleeg geen overspel. Ik vast tweemaal per week. En ik geef U tien procent van alles wat ik verdien.’ Maar de tolontvanger stond helemaal achter in de tempel. Hij durfde niet eens omhoog te kijken, terwijl hij aan het bidden was. Hij sloeg zich van berouw en verdriet op de borst en zei: ‘God, ik ben een zondaar. Wilt U mij in genade aannemen?’ Onthoud dit goed: die tolontvanger had vergeving van God ontvangen, toen hij naar huis ging. Maar die Farizeeër niet! Want wie eropuit is meer eer te krijgen dan hem toekomt, zal worden vernederd. Maar wie nederig is, zal eer ontvangen.’’ – Lucas 18:9-14

Veel christenen in de kerk vergeten dat nederigheid tot God dé schakelaar is om Gods kracht aan te zetten.

Als ik de geschiedenisboeken lees over de opwekkingen die in het verleden hebben plaatsgevonden, dan sta ik verbaasd over de overtuiging van zonde die er was. De geschiedenis toont ons dat de overtuiging van zonde altijd kwam wanneer Gods kinderen gingen bidden tot God. Een gebrek aan overtuiging van zonden komt dus door een gebrek aan gebed.

In de samenkomsten van Charles Finney, de bekende opwekkingsprediker, was de overtuiging van zonde zo ontzettend groot, dat hij vaak zijn preek niet kon afmaken, omdat de mensen huilden en tijdens zijn preek het tot God uitriepen: ‘Vergeef mij! Vergeef mij! Vergeef mij!’

Opwekking kan komen in elke kerk en in elke kerkdienst, als er maar mensen zijn die het geheim kennen van volhardend bidden.

Voorwaarde 3: Zoeken
Als Gods volk gehoorzaam was aan Gods geboden, en zij wandelden in Zijn wegen, dan uitte God Zichzelf door Zich te laten vinden. Maar als zij in zonde leefden, en ze dwaalden van Zijn geboden en wegen af, dan wendde Hij Zijn aangezicht van hen af.

Als God dus tegen de kerk zegt om Zijn aangezicht weer te zoeken, dan betekent dit dat we zo moeten leven dat God Zijn aangezicht naar ons kan keren, door te leven in het middelpunt van Zijn wil. God kan de kerk nooit opwekken als zij niet leeft volgens Zijn principes, Zijn geboden en Zijn wegen.

Jezus bad tot Zijn Vader: ‘Laat niet Mijn wil, maar Uw wil gebeuren’ (zie Mattheüs 26:39). Wil je een opwekking meemaken, dan zal je Gods wil voor je leven moeten zoeken. Dat betekent dat Gods wil op de eerste plaats in je leven komt en je eigen dromen en ambities altijd op de tweede plaats.

Voorwaarde 4: Bekeren
Je kunt voldoen aan de eerste drie voorwaarden, maar als je niet voldoet aan deze vierde voorwaarde, kan er geen opwekking plaatsvinden. Als je je niet bekeert van je zonden, dan houdt dat je tegen om Gods kracht in je leven te ontvangen. Er zijn christenen die hun uiterste best doen om recht voor God te leven.

Maar tegelijkertijd lopen ze in hun hart rond met gevoelens van jaloezie, afgunst en haat tegenover hun medemens. Niemand weet het, maar God ziet het hart. Ze denken als een gelovige, maar leven als een zondaar. Maar je kunt niet God liefhebben en tegelijkertijd je medemens haten. God is heel duidelijk: we zullen ons moeten bekeren van onze zondige praktijken.

Tags:
Vorig artikel

Punt van contact DEEL 4

Volgend artikel

Punt van contact DEEL 3