Discipelprofiel-Jakobus-Alfeus

Discipelprofiel: Jakobus, zoon van Alfeüs

De komende maanden bestuderen we de twaalf discipelen van Jezus. Zij zijn de grondleggers van het christendom en waren Jezus’ volgelingen. Deze maand kijken we dieper in het leven van Jakobus, zoon van Alfeüs.

‘In de stad aangekomen, gingen zij meteen door naar de bovenverdieping van het huis waar zij elkaar altijd ontmoetten: Petrus, Johannes, Jakobus, Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs, Mattheüs en Jakobus (de zoon van Alfeüs), Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus.’ – Handelingen 1:13

Jakobus is een raadselachtige discipel. We weten dat zijn vader Alfeüs heette en dat zijn moeder een van de Maria’s was die naar Jezus’ graf gingen op de paasmorgen. En dat is ongeveer alles.

Er is natuurlijk speculatie. Mattheüs’ vader heette ook Alfeüs, dus sommige mensen denken dat hij en Jakobus misschien broers zijn geweest. Maar er is geen bewijs dat zij familie waren. En er zullen vast wel meer dan één Alfeüs zijn geweest in het Palestina van de eerste eeuw.

We weten uit bovenstaande tekst dat hij een van de trouwe discipelen was die na de hemelvaart in Jeruzalem samengekomen waren. Met andere volgelingen van Jezus kozen zij Judas’ opvolger. Zij hadden besloten om iemand te kiezen die Jezus had gevolgd tijdens Zijn bediening en die getuige was van de hemelvaart. Kijkend naar deze voorwaarden, bleven er twee mannen over.

‘Jozef, genaamd Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias … Toen baden zij en wierpen het lot; en het lot viel op Mattias.’ – Handelingen 1:23, 26

Door Jakobus’ prediking, zijn gebeden en zijn voorbeeld bekeerde hij veel mensen tot Christus. De hogepriester, schriftgeleerden en Farizeeërs voelden zich bedreigd door de snelle groei van de kerk en bedachten een plan. Ze zouden deze welbekende kerkleider dwingen om zijn geloof te ontkennen voor een grote menigte.

Ze stonden op het hoogste punt van de tempel in Jeruzalem en dreigden hem er vanaf te gooien als hij niet zou ontkennen dat Jezus uit Nazareth de Messias is. Maar Jakobus weigerde mee te werken. Hij predikte op die plaats moediger dan ooit.

Toen de mensen beneden zijn moed zagen en zijn moedige woorden hoorden, prezen zij God en verhoogden de naam van Jezus. Woedend gooiden twee of drie religieuze leiders Jakobus van het dak van de tempel. Door een wonder stierf Jakobus niet door deze val; hij brak alleen zijn benen.

Toen besloten de religieuze leiders hem te stenigen. Jakobus knielde op zijn gebroken benen en bad: ‘Heer, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen.’ Een van de priesters smeekte de anderen om te stoppen, toen hij Jakobus hoorde bidden. Deze priester zei: ‘Wat zijn we aan het doen? Hij is voor ons aan het bidden. Stop het stenigen! Stop het stenigen!’

Terwijl hij dit riep, rende een andere man met een grote, zware stok in zijn hand op Jakobus af en sloeg hem op zijn hoofd. Nog steeds in gebed, stierf Jakobus meteen. Hij stierf in 63 na Christus in Jeruzalem, Israël.

Tags: