Discipelprofiel-Mattheus

Discipelprofiel: Mattheüs

De komende maanden bestuderen we de twaalf discipelen van Jezus. Zij zijn de grondleggers van het christendom en waren Jezus’ volgelingen. Deze maand kijken we dieper in het leven van Mattheüs.

Mattheüs was een tollenaar, een belastinginner. In de eerste eeuw werd er neergekeken op belastinginners. Onder de Romeinse wet kregen belastinginners geen salaris. Meestal kocht men de Romeinse officieren om voor het voorrecht om in een bepaald district belasting te innen.

De Romeinse leiders vertelden de belastinginner hoeveel belasting er binnen moest komen in een bepaald gebied. Het was aan de tollenaar om te beslissen hoeveel geld hij per persoon zou vragen. De tollenaars zouden, met de kracht van het keizerrijk achter zich, de mensen in hun district bedreigen om zo veel mogelijk geld te ontvangen.

Vaak vroegen zij veel meer geld dan de overheid eiste en hielden zij het overschot voor zichzelf. Terwijl de andere mensen heel veel moeite moesten doen om hun belasting te betalen, waren de tollenaars vaak rijke mensen. Dit verklaart waarom mensen bereid waren om te betalen voor het voorrecht om belasting te mogen innen.

Het verklaart ook waarom tollenaars vaak gehaat werden. Maar Joden hadden nog een reden voor het haten van belastinginners. Ze waren het meest zichtbare symbool van de vreemde overheersing. Op het geld dat de tollenaars inden, stond namelijk Caesars portret afgebeeld. Dat werd gezien als een gesneden beeld, een gruwel in de ogen van God.

De meeste vrome Joden wilden niets met tollenaars te maken hebben. Maar Jezus ging openlijk met hen om. Hij riep Mattheüs om Zijn discipel te zijn. Voor de orthodoxen was dit ondenkbaar. Maar het was een teken van het nieuwe verbond, waarin iedereen aangenomen kon worden, zelfs de ‘tollenaars en zondaren’.

Toen Mattheüs nog in Jeruzalem was, schreef hij zijn evangelie aan de Joden in het Hebreeuws. Daarna trok hij naar Ethiopië. Daar bracht hij veel tot stand, zowel door zijn onderwijs als door de wonderen die hij deed. De koning van Ethiopië, koning Aeglippus, was de christenen goedgezind.

Maar toen de koning stierf, kwam een ongelovige koning op de troon. Koning Hytacus liet Mattheüs arresteren terwijl hij les aan het geven was in zijn kerk. Hij werd naar buiten gesleurd, aan de grond vastgespijkerd met korte speren, en onthoofd. Hij stierf in 66 na Christus in Ethiopië.

Tags:
Vorig artikel

POINT: Ben jij geschikt? DEEL 1

Volgend artikel

Zend het vuur!