Discipelprofiel-Thomas

Discipelprofiel: Thomas

De komende maanden bestuderen we de twaalf discipelen van Jezus. Zij zijn de grondleggers van het christendom en waren Jezus’ volgelingen. Deze maand kijken we dieper in het leven van Thomas.

‘Een van de twaalf, Thomas (dat betekent Tweeling) was er niet bij. Toen de andere leerlingen hem vertelden dat zij de Here hadden gezien, wilde hij het niet geloven. ‘Ik kan het pas geloven,’ zei hij, ‘als ik de wonden van de spijkers in Zijn handen zie en met mijn eigen hand voel dat Hij een wond in Zijn zij heeft!’ Acht dagen later waren de leerlingen weer bij elkaar. Thomas was er nu ook bij. Zij hadden de deur op slot gedaan. Ineens was Jezus in hun midden. ‘Vrede,’ zei Hij. ‘Thomas, zie je Mijn handen en Mijn zij? Voel maar en twijfel niet meer. Geloof dat Ik leef!’ ‘Mijn Here en mijn God,’ zei Thomas. ‘Geloof je het nu, omdat je Mij ziet?’ zei Jezus. ‘Gelukkig zijn de mensen die in Mij geloven zonder Mij gezien te hebben.’’ – Johannes 20:24-29

Thomas staat bekend als de twijfelende discipel. In dit verhaal, het enige Bijbelse verslag waarin hij de hoofdrolspeler is, weigerde hij te geloven wat hij niet kon zien en voelen. In de eerste drie Evangeliën wordt Thomas alleen genoemd in de lijst van de discipelen.

Maar hij speelt wel een rol in verschillende passages in het Evangelie van Johannes. Johannes’ eerste verwijzing naar hem laat zien hoe toegewijd hij aan de Heer was. Jezus had de boodschap ontvangen dat Lazarus ziek was en Hij vertelde de discipelen dat Hij zou teruggaan naar Lazarus’ huis in Bethanië, dicht bij Jeruzalem.

De discipelen wilden Jezus tegenhouden, omdat de Joodse leiders Hem wilden stenigen. Maar Hij stond erop om toch te gaan. Toen zei Thomas: ‘Laten wij ook gaan om met Hem te sterven.’

Men herinnert zich vaker Thomas’ twijfel dan zijn toewijding aan Jezus. Deze twee eigenschappen samen zouden erop kunnen wijzen dat Thomas, zoals Petrus, een impulsief man was. Hij liet snel zijn toewijding zien, maar ook even snel zijn tekort aan hoop bij Jezus’ dood.

Misschien zou Thomas minder snel zijn hoop hebben verloren als hij Jezus’ woorden had begrepen vóór Zijn arrestatie en Zijn dood. Jezus gebruikte figuurlijke taal om de komende gebeurtenissen te beschrijven. Hij vertelde de discipelen dat Hij voor hen een plaats zou klaarmaken.

”Jullie kennen de weg naar de plaats waar Ik heenga.’ ‘Maar Here,’ zei Thomas, ‘wij weten niet eens waar U heengaat. Hoe zouden wij dan de weg weten?’’ – Johannes 14:4-5

Maar Thomas leerde de weg kennen. Toen hij Jezus zag, riep hij uit: ‘Mijn Heer en mijn God.’

Thomas ging naar India en Noord-Afrika. Ondanks zijn vrees om onder deze primitieve stammen te leven, gaf God hem kracht, waardoor velen in deze landen tot bekering kwamen. Rond 70 na Christus ging hij naar Calamina, India, waar men een beeld van de zon aanbad.

Thomas vernietigde het beeld en bracht een einde aan hun afgoderij. De zonnepriesters waren woest. Ze beschuldigden hem voor hun koning, die hem veroordeelde om gemarteld te worden met gloeiende metalen platen. Daarna werd hij in een brandende oven gegooid.

Tot verbazing van allen, deed het vuur Thomas geen pijn. Hij leefde nog steeds in het midden van de brandende oven. De priesters werden zo boos, dat ze speren naar hem in de brandende oven gooiden. Hij stierf rond 70 na Christus in Calamina, India.

Tags: