Lifestyle - Een dag in het leven van LS

Een dag in het leven van L.S.

L.S. stond jaren geleden voor de keuze: zelfmoord of de prostitutie in. De Here sprak tot haar en gaf haar hoop voor een nieuwe toekomst. Nu vertelt ze over de onvoorwaardelijke liefde van Jezus onder de prostituees. Dit is haar verhaal.

Verschillende ontmoetingen
Vanmiddag mag ik samen met mijn maatje weer de straat op. We hebben evangelisatiemateriaal bij ons, Bijbels en informatie over Stichting ‘De Haven’, die zich richt op hulpverlening aan prostituees. Elke keer voel ik me zo leeg, zo klein en zo helemaal niets! Ik bid voor Gods leiding, Zijn liefde en voor Zijn bescherming voor onszelf. Wij gaan een wereld binnen waar echt alles te vinden is: seks, drugs, geldzucht, hebzucht, macht, geweld en nog veel meer.

Ik mag vanmiddag weer naar de prostituees in de stad. Het zijn verschillende soorten vrouwen. Vrouwen zoals jij en ik. Getrouwde vrouwen, moeders en jonge vrouwen. Vrouwen die zijn misbruikt, verkracht, of die op zoek zijn naar liefde. Ergens is het misgegaan. Op een bepaald moment zijn ze hun waardigheid kwijtgeraakt. Hun eigenwaarde is van hen afgepakt.

Ik denk aan die jonge vrouw, slachtoffer van een loverboy. Ze was meegelokt met mooie woorden, terwijl ze niet wist wat haar te wachten stond. Nu staat ze hier achter het raam. Op het moment dat wij bij haar binnen zijn, vragen wij haar hoe het met haar gaat. Ze weet niet hoe ze hierop moet reageren.

We praten met haar en ze vertelt ons het een en ander. Aan het einde van het gesprek vragen we of we met haar mogen bidden. Ze knikt ja en voorzichtig pak ik haar handen vast. Zelf niet wetend wat te bidden, voel ik de aanwezigheid van Jezus. De woorden komen vanzelf en voor ik er erg in heb, is ze in mijn armen.

Na het ‘amen’ blijven we zo een poosje staan. Zij huilt en ik moet vechten tegen mijn tranen. Zacht roep ik vanbinnen: ‘O Heer, ik wil haar niet meer loslaten. Ik wil haar in een doosje doen en meenemen, weg van hier.’ Helaas is de realiteit anders. Ik moet haar loslaten.

Er wordt op het raam geklopt; er staat een klant. Wij gaan naar buiten en horen dat ze zachtjes de deur achter ons sluit. Daarna heb ik haar niet meer gezien. Ik ben voor haar blijven bidden. Ik wist gewoon dat Jezus haar niet meer in de steek zal laten. Ik wist zeker dat Hij met haar mee is gegaan, waar ze ook zou zijn.

Bijna een jaar later is ze op een wonderlijke manier bij een christelijke hulpverleningsinstantie afgezet. In samenwerking met andere organisaties, proberen ze haar nu uit de wereld van prostitutie te houden. Ze heeft haar leven aan Jezus gegeven en is een tijd geleden gedoopt. Dank U, Jezus!

Daarna besluiten we even langs E. te gaan. Ze is weer terug. We hebben haar een tijdje niet gezien. Zo te zien gaat het goed met haar. We praten zomaar even. Ineens komt ze met die ene opmerking: ‘Ik ben bang om dood te gaan.’ Waarom? Ze kent Jezus en gaat regelmatig naar de kerk. Ze vertelt ons dat ze echt veel van Hem houdt. Maar ze weet dat wat ze doet, niet is wat Hij van haar wil. Ze wil zo graag stoppen, maar het lukt haar niet. Haar schulden zijn te hoog. Ze heeft het geld echt heel hard nodig. Ze ziet op dit moment geen andere oplossing. Stel dat zij morgen dood zou gaan. Wat dan?

Komt dan Gods oordeel over haar? Heeft God zo veel genade dat Hij haar situatie begrijpt? Misschien ook wel goedkeurt? Of wordt ze door Hem afgewezen? En is dat dan definitief? Oh, als zij morgen dood zou gaan? Ze kent het verhaal van de overspelige vrouw. Ze kent de laatste woorden: ‘En zondig niet meer.’ We worden stil. We weten het antwoord niet. Kunnen wij hier eigenlijk wel een antwoord op geven? Sterker nog: mogen wij hier wel het antwoord op geven? Het is niet aan ons om te oordelen, toch? Ze vraagt ons voor haar te bidden.

Aan het eind van de middag komen we terecht bij K. We gaan de geur van een joint achterna en komen in haar kamertje. Ze heeft er net één op en is bezig de volgende te draaien. ‘Verslaafd’, zegt ze. We gaan bij haar zitten en raken aan de praat. Ze vertelt hoe ze hier terechtgekomen is en wat het met haar doet. Ze probeert haar gevoelens uit te leggen. Tussen de regels door herken ik haar minderwaardigheidsgevoel, de jaloezie, de emotionele schade, de muur van zelfbescherming, denken dat je het allemaal onder controle hebt. Het heeft haar gemaakt tot wie ze nu is.

Terwijl zij praat, probeer ik stil te bidden. Ik voel in deze donkere ruimte de aanwezigheid van God. Hij houdt zo ongelooflijk veel van haar. Ik weet als geen ander dat er een uitweg is; dat bij God alles mogelijk is. Hij is de volmaakte liefde. Ik probeer haar uit te leggen wat Jezus voor mij betekent.

De opdracht is om de liefde van Jezus te brengen. Hoe vertel je deze vrouwen dat Jezus, ‘een man’, van hen houdt, terwijl zij juist door één of meerdere mannen zijn beschadigd? En dan ‘houden van’ en ‘liefde’. Ja, wat is nu eigenlijk liefde? Deze vrouwen zijn verwond. Ze hebben vanbinnen een muur opgebouwd en hebben zichzelf plechtig beloofd deze nooit meer te zullen afbreken. Ze hebben zich helemaal afgesloten voor ‘liefde’. Ze hebben een knopje omgezet. Ze willen of kunnen het woord ‘liefde’ niet meer horen. Daarvoor hebben ze zich helemaal afgesloten. Het gaat allemaal vanzelf. Die muur, die zo ontzettend hoog en dik is, houdt ook ons tegen.

Mijn bekering
Het is allemaal zo herkenbaar. Het minderwaardigheidsgevoel, het wantrouwen, de pijn, het verraad. Het zat allemaal verstopt achter die ene muur waarop met grote letters stond: ‘ONBREEKBAAR’. Wat er ook nog zou gebeuren, breken zou ik niet. Tot die ene dag, 10 december 1996. Door omstandigheden zag ik geen andere uitweg meer.

Ik had de keuze uit twee opties: zelfmoord of de prostitutie in. Ik wist niet beter dan dat ik alleen maar op de wereld was gezet om gebruikt te worden. Voor mijn gevoel was mijn leven niets meer waard. Ik wilde dood. Op het moment van wanhoop heb ik het echt uitgeschreeuwd:

‘God, als U dan echt bestaat, moet U nu iets doen!’

Na het uitroepen van deze woorden werd ik heel rustig vanbinnen. Ik was in een soort roes, ging zitten en deed zonder er bij na te denken de televisie aan. Ik drukte gewoon een knopje in. Het was een kleine tv, maar op dat moment leek het beeldscherm meters groot te zijn. Het beeld bestond alleen uit een levensgroot hoofd van Henk Binnendijk van de EO. Hij keek mij recht in de ogen aan en sprak de woorden:

‘Maar dat is nog niets vergeleken met wat Ik nu ga doen! Want Ik ben iets heel nieuws van plan. Kijk, Ik ben er al mee begonnen. Ziet u het niet? Ik zal een weg maken door de wildernis van de wereld waarover Mijn volk naar huis kan terugkeren. Ik zal rivieren voor Mijn volk laten ontspringen in de woestijn!’ – Jesaja 43:18-19

Op dat moment wist ik: ‘Dit is voor mij. God bestaat echt!’ Ik was gebroken. Mijn muur was om.

Het heeft heel wat tijd gekost om samen met Jezus de puinhopen in mijzelf op te ruimen. Samen met Jezus mocht ik vergeven. Samen met Jezus ben ik de weg van herstel gegaan. Jezus heeft mij laten zien wat echte liefde is, onvoorwaardelijke liefde. Hij heeft mij teruggegeven wat van mij was gestolen. Hij heeft mij mijn eigenwaarde teruggegeven.

God laat alles meewerken voor ons bestwil. Ik heb me tijdens het proces van herstel vaak afgevraagd, waarom ik door deze situatie heen moest gaan. Een paar jaar geleden kreeg ik van God het antwoord door de Bijbeltekst uit Johannes 3:17:

‘God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar door Hem van de ondergang te redden.’

Nadat ik deze tekst had gelezen, kreeg ik het woord: ‘Daarom, ga!’ Hoe wonderlijk kan het gaan.

Op de dag van mijn bekering, waarop ik zelf nog maar twee opties had, heeft God mij van de ondergang gered. Nu mag ik Hem dienen onder prostituees. Ik mag naar hen luisteren. Ik mag er gewoon even voor hen zijn. Ik mag met hen bidden. Ik mag de onvoorwaardelijke liefde van Jezus brengen.

Tags: