Een-geschenk-uit-het-hart

Een geschenk vanuit het hart

Kerst komt eraan! We mogen uitzien naar een geweldige tijd van gezelligheid, vriendelijkheid en liefde. Maar boven alles moeten we niet vergeten waar Kerst echt om draait: de geboorte van Jezus Christus, de Redder van de wereld. Hij kwam speciaal om Zijn liefde aan ons te laten zien door Zijn daden. Laat deze Kerst bijzonder zijn en laat Jezus’ liefde zien aan de mensen om jou heen. Lees dit verhaal en word geïnspireerd!

NEW YORK CITY is altijd een indrukwekkende stad, maar als de Kerst nadert, is het overweldigend. Etalages schitteren van licht en kleur, bontjassen en juwelen. Gouden engelen van ongeveer 15 meter lang hangen boven Fifth Avenue.

De mensen haasten zich om op het laatste moment nog cadeaus te kopen. Geld speelt geen rol. Wat wel een rol speelt, is het feit dat de ontvangers vaak alles al hebben, zodat het moeilijk is om iets te vinden waarmee je echt kunt zeggen: ‘Ik hou van je.’

Rond Kerst werd Ursula, een jonge vrouw van ongeveer 19 jaar, juist met dat probleem geconfronteerd. Ze was uit Zwitserland gekomen om bij een Amerikaanse familie in te wonen en haar Engels te verbeteren. In ruil daarvoor werkte ze als secretaresse.

Ze was haar Amerikaanse vrienden dankbaar en wilde haar dankbaarheid laten zien door hun een kerstcadeau te geven. Maar niets wat ze kon kopen met haar lage inkomen kon vergeleken worden met de cadeaus die de familie kreeg. Bovendien leek het dat haar werkgevers, zelfs zonder deze geschenken, al alles hadden.

In de eenzaamheid van haar kamertje kwam het geheime idee enkele dagen voor Kerstmis bij Ursula op. Het was bijna alsof een stem in haar hoofd duidelijk zei: ‘Het is waar dat veel mensen in deze stad veel meer hebben dan jij. Maar er zijn toch velen die veel minder hebben. Als je hierover wilt nadenken, zul je een oplossing vinden in je dilemma.’ Ursula dacht lang en hard na.

Uiteindelijk besloot ze de dag voor Kerstmis naar een groot warenhuis te gaan. Daar kocht ze iets en liet het mooi inpakken. Ze ging naar buiten, het grauwe schemerdonker in en keek hulpeloos om zich heen. Ten slotte ging ze naar een prachtig geklede portier toe.

‘Neem me niet kwalijk’, zei ze in haar onzekere Engels, ‘kunt u mij vertellen waar ik een straat kan vinden waar de armste mensen van de stad wonen?’ De portier keek bedenkelijk. ‘Nou ja, je zou het in Harlem kunnen proberen. Of verderop in de Village. Of misschien wel de Lower East Side.’

Maar deze namen zeiden Ursula niets. Ze bedankte de portier en liep verder, en baande zich moeizaam een weg tussen de stroom winkelende mensen door, totdat ze bij een lange politieagent kwam. ‘Alstublieft,’ zei ze, ‘kunt u mij de weg wijzen naar een straat waar de mensen heel arm zijn … in Harlem?’ De politieagent keek haar scherp aan en schudde het hoofd. ‘U hoort niet thuis in Harlem, juffrouw.’ En hij blies op zijn fluitje en liet het verkeer doorrijden.

Terwijl ze haar pakje voorzichtig vasthield, liep Ursula verder, met het hoofd naar beneden tegen de snijdende wind. Geen enkele straat zag eruit als de achterbuurten waarvan ze gehoord had. Ursula had het koud en was ontmoedigd en bang om de weg kwijt te raken. Wat ze probeerde te doen, leek plotseling dwaas, impulsief, absurd.

Toen hoorde ze door het lawaai van het verkeer heen het vrolijke gerinkel van een bel. Aan de overkant stond een man van het Leger des Heils zijn gebruikelijke kerstuitnodigingen te doen. Deze man zou haar natuurlijk kunnen vertellen wat ze wilde weten. Ze stak over en liep naar hem toe. ‘Kunt u mij helpen? Ik heb hier een jurkje als cadeau voor de armste baby die ik kan vinden. Kent u er één?’

‘O, ja’, zei hij. ‘Meer dan één, vrees ik. Als je kunt wachten totdat ik word afgelost, neem ik je mee naar een heel kleine baby in een gezin in mijn eigen buurt dat bijna alles nodig heeft.’ ‘Dan’, zei Ursula vrolijk, ‘wacht ik!’ Toen ze in de aangename warmte van de taxi zaten, vertelde ze haar nieuwe vriend over zichzelf en wat ze probeerde te doen. Hij luisterde stilzwijgend.

Toen ze hun bestemming hadden bereikt, keek Ursula vol verbazing naar de onheilspellende woning – donker, vervallen, één en al hopeloosheid. Een windvlaag, ijzig koud, bewoog het afval op straat en deed de wankelende afvalbakken ratelen. ‘Ze wonen op de derde verdieping’, zei de man van het Leger des Heils. ‘Zullen we naar boven gaan?’

Maar Ursula schudde het hoofd. ‘Ze zouden willen proberen me te bedanken, en dit komt niet van mij.’ Ze duwde het pakje in zijn hand. ‘Wilt u dit voor mij naar boven brengen? Zeg dat het komt van … van een familie die alles heeft.’

De volgende morgen was het huis gevuld met al de opwinding van kerstmorgen. Al spoedig was de woonkamer een zee van afgedankt cadeaupapier. Ursula bedankte iedereen voor de cadeaus die ze ontving en begon aarzelend uit te leggen waarom er niets van haar bij zat.

Ze vertelde wat ze de vorige dag had gedaan. Er was een lange stilte. Iedereen was te ontroerd om iets te zeggen. ‘Dus ziet u,’ zei Ursula, ‘ik probeer iets aardigs te doen namens u allemaal. En dit is mijn kerstgeschenk aan u.’

Een verlegen Zwitsers meisje, alleen in een grote onpersoonlijke stad. Je zou denken dat niets wat ze kon doen, invloed zou kunnen hebben op iemand. En toch had ze met het geven van haar cadeau veel invloed. Door iets te geven aan iemand die minder had, bracht ze de echte betekenis van Kerst over in het leven van deze familie, namelijk: onbaatzuchtig geven. Dat was Ursula’s geheim – en ze deelde dat met hen allen. •

Tags:
Vorig artikel

Wallpaper: Vrede op Aarde

Volgend artikel

De misleiding