Inspiratie - Een onvergetelijke Kerst in Afrika

Een onvergetelijke kerst in Afrika

Het was 24 december, maar in het kleine dorp, ver in de binnenlanden van West-Afrika, was niets van kerst te merken. Het weer was warm, vochtig en beklemmend. Enkele kinderen speelden met wat takjes op het kurkdroge zand. Een moeder kwam met een gevulde bak water op haar hoofd terug van de put, die twee kilometer verderop lag.

Luke trad de muffe, eenvoudige hut binnen. Hij was arts, maar zag er momenteel in de verste verte niet uit als een gewone dokter. Gekleed in een witte overall met mondkapje en handschoenen, zag hij er eerder uit als een of ander buitenaards wezen uit een Hollywoodfilm.


Hij had een hekel aan het pak, maar het was hem door zijn meerderen op het hart gedrukt, ja, verboden, om niet zonder bescherming de besmette gebieden binnen te gaan. Het ebolavirus sloeg razendsnel om zich heen en maakte geen onderscheid tussen arm en rijk, geleerd en ongeleerd, klein en groot. Genadeloos woedde de gruwelijke ziekte als een verwoestende storm om ieder te vernielen waarmee het in aanraking kwam.

Hoop voor moedelozen
De bevolking reageerde in het begin afwijzend en boos op de komst van de dokter. Maar onder die boze houding bemerkte Luke vooral angst. De meeste mensen hadden familieleden en kennissen verloren aan andere ziekten. Men was ervan overtuigd dat vreemdelingen hen met deze nieuwe, vreemde ‘ziekte’ nog meer zouden besmetten.

Luke had langzaam, met veel liefde en geduld, de genegenheid en het vertrouwen gewonnen. Het feit dat hij nu, na lange tijd, de taal enigszins kon spreken, hielp ook. Hoewel de dorpsoudste begreep dat Luke alleen wilde helpen, bleef hij argwanend. Met zijn donkere ogen hield hij de witte vreemdeling met zijn vreemde geloof in de gaten.

Luke’s ouders hadden hem vernoemd naar de bekende arts uit het Nieuwe Testament in de Bijbel: Lucas. Groot was dan ook hun vreugde toen bleek dat hun zoon zijn leven wilde wijden aan het helpen van mensen in nood. Als kleine jongen had hij de Here Jezus in zijn hart aangenomen en was hij gefascineerd door de Bijbelverhalen. Hij hield ervan om te horen over Jezus, de Wonderwerker, die aandacht had voor bedelaars en verschoppelingen. Jezus, die zieken genas en hoop gaf aan moedeloze mensen.

Naarmate Luke ouder werd, zagen zijn ouders dat zijn wens om ‘zendingsarts’ te worden geen bevlieging was. Het was hem ernst! Het was echter niet allemaal rozengeur en maneschijn. Ze waren bezorgd en beleefden momenten van vrees, wanneer hun enige zoon naar de meest donkere gebieden van de wereld vertrok om – met gevaar voor eigen leven – anderen te helpen.

Ze hadden gehoopt dat Luke met kerst thuis kon komen. Niet alleen omdat ze hun zoon in de armen wilden sluiten en samen de kerst wilden doorbrengen, maar ook zodat Luke even op adem kon komen, simpelweg onbezorgd kon genieten en tijd kon doorbrengen met familie en oude vrienden.

Och, wat zou ze als moeder graag haar zoon verwennen met zijn favoriete gerechten: geglaceerde ham, zoete aardappelpuree, zelfgemaakte appelcompote en gegrilde groenten met amandelsnippers. En natuurlijk chocoladetaart met vanille-ijs toe!

Gruwelijk virus
Luke zuchtte toen hij naar Obi keek, die op de dunne mat in de hut lag. Een versleten doek, vol gaten en vlekken, moest dienst doen als deken. De vermagerde man had hoge koorts, rilde en ademde moeilijk. Zijn ogen waren geel. Eerder had Obi al geklaagd over keelpijn, spierpijn, braken en diarree. Ebola was een gruwelijk virus en Luke begreep dat het niet lang meer zou duren of de man zou overlijden. Och, Here, bad hij, ‘heb medelijden met deze man en verlicht zijn lijden. Geef mij een kans om hem over U te vertellen.’

Luke was met grote passie en idealen naar Afrika gegaan, om in arme, afgelegen gebieden niet alleen medische hulp te bieden, maar de mensen ook te vertellen over die ene Man. Die Man die 2000 jaar geleden op aarde kwam om ieder mens redding te bieden. Luke begreep heel goed dat het zó nodig was dat deze mensen hoorden over Jezus, zodat ze nieuwe hoop kregen en gered werden.

Al drie weken na aankomst was Luke tot de conclusie gekomen dat de realiteit moeilijker was dan hij verwacht had. Zijn ouders hadden hem al gewaarschuwd: ‘Luke, velen smachten naar de liefde van Jezus. Ze weten het alleen niet en zoeken hun heil bij toverdokters en afgoden, zoals hun voorouders dit van generatie op generatie geleerd hebben. Je kunt deze taak alleen volbrengen met heel veel geduld en liefde en in de kracht van de Heilige Geest.’

Ja, geduld had hij wel geleerd! Uiteindelijk gaf hij het ook op om de dingen in eigen kracht te doen, omdat dat alleen maar averechts werkte. Hij had geleerd om zich te laten leiden door de Heilige Geest. Hoewel niet dagelijks, mocht hij toch zo nu en dan vrucht zien van deze manier van werken. God deed wonderlijke dingen!

Toen Luke ’s avonds bezweet en moe thuis kwam in de eenvoudige zendingspost, waste hij zich, at een eenvoudige maaltijd en plofte neer op het te kleine houten bed waarop een dun matras lag. Zijn gedachten dwaalden af naar thuis. Hij miste de warme, gezellige kerstsfeer, zoals hij die van thuis kende.

De kerstboom vol met lichtjes en gouden en rode glanzende kerstballen. De grote schaal met kleurrijke kerstkoekjes. Hij miste het om uit te zien naar de speciale kerstdienst in zijn thuisgemeente. Men zou zonder twijfel weer ‘Stille nacht, heilige nacht’ zingen. Zoals de meeste laatste jaren zou hij er weer niet bij zijn als de kinderen vrolijke liedjes zongen of een toneelstukje opvoerden.

Zouden de mensen in zijn thuisplaats beseffen welk een rijkdom ze hadden? Zouden ze begrijpen hoe gezegend ze waren? Zouden ze God intens dankbaar zijn voor het heldere, schone water, dat zomaar uit de kraan stroomde en waarin ze zich dagelijks konden baden?

Zouden ze erbij stil staan hoe rijk ze waren met hun stenen, warme huizen, hun kleding en eten? Zouden ze een diepe vreugde hebben dat ze in alle vrijheid naar hun kerk konden gaan, een Bijbel bezaten en met elkaar konden genieten van alles wat de gemeente had? Zouden de gezonde mensen écht dankbaar zijn voor hun gezondheid? Zouden ze wel eens denken aan en bidden voor de mensen die wegteerden door ebola?

Luke zou al die mensen willen meenemen naar de dorpjes die hij bezocht en hun willen zeggen: ‘Begrijp je het nu? Zie je waar het om draait? Kijk naar hen!’ Dan zouden er vast wel meer mensen bereid zijn om de wereld in te gaan om arme, verloren zielen in nood te helpen en hun redding te bieden door Jezus.

Licht in de duisternis
Luke werd opgeschrikt door hard geklop op de deur. Het was Saidah, de zus van Obadi, de arme man. ‘Come, you come now. Obadi sick!’ Luke stapte in de jeep en wenkte Saidah om met hem mee te gaan naar het dorpje verderop. Een kwartier later stopte Luke en zette de auto aan de kant, net buiten het dorp.

Hij pakte een plastic zak uit de stoffige achterbak en scheurde het plastic open om een nieuw veiligheidspak aan te doen. Hij haatte de witte overalls, omdat het afstand schiep tussen hem en de bevolking. Maar hij wist ook dat het niet anders kon, omdat hij anders vast en zeker zelf aan het virus zou bezwijken.

Toen Luke de hut binnenkwam en de man opgekruld zag liggen, begreep hij dat het goed mis was. Luke beval Saidah om op afstand te blijven. Hij pakte de kruk die in de hut stond en ging naast Obi zitten. De arme man keek apathisch uit zijn ogen en Luke zag druppels bloed uit zijn oren en neus komen. Hij begreep dat hij medisch gezien niets meer kon doen. Obi was te ver heen. Het was alsof de dood in het hutje zweefde om de man spoedig in zijn wrede greep te nemen. ‘Here, help me toch om er één te redden’, bad Luke in stilte.

‘Obi’, zei Luke zachtjes. De arme man reageerde niet. Luke zocht oogcontact en zei opnieuw, iets harder: ‘Obi!’ Luke pakte Obi’s hand vast en voelde de hitte van de koorts door zijn dunne handschoenen heen. Luke begon zachtjes te bidden, terwijl hij een doek in water dompelde en Obi’s gezicht depte.

Obi’s ogen lichtten op. Luke wist niet of hij alles hoorde en begreep, maar hij begon het kerstverhaal te vertellen. Hoe de engel Gabriël door God gestuurd werd naar het plaatsje Nazareth, om Maria het goede nieuws te vertellen dat ze door de kracht van God zwanger zou worden van Zijn Zoon. Deze Zoon, die Jezus genoemd moest worden, zou de mensen verlossen van alle slechte dingen.

Luke vertelde het met zo’n overtuigende liefde dat de duistere machten – die even eerder in de hut voelbaar aanwezig waren – wegtrokken. Luke vertelde over de tocht van Jozef en Maria naar Bethlehem. ‘Maar er was helemaal geen plaats voor Maria en Jozef’, zei Luke. ‘Niemand had een slaapplek voor ze. Zo kwamen ze in een stal terecht; een vieze, stinkende stal. En daar werd ’s nachts Jezus Christus, Gods Zoon, geboren.’


Luke vertelde over het engelenkoor dat verscheen aan de herders op het veld, dat zong: ‘Ere zij God in de hoge en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.’ Hij vertelde over de wijze mannen uit het Oosten, die een speciale ster hadden gezien en deze hadden gevolgd. Waarna ze bij het Kindje Jezus kwamen en hun geschenken gaven.

Een plaats zonder ziekte, pijn en verdriet
‘Obi, God stuurde Zijn enige Zoon ook voor jou naar de aarde. Jezus ging rond op aarde en deed alleen maar goed, maar de mensen doodden Hem, door Hem aan een houten kruis te spijkeren. Maar dit moest gebeuren, omdat Jezus daar in jouw en mijn plaats stierf. Daardoor hoeven wij nooit echt dood te gaan, maar mogen we na ons aardse leven voor eeuwig bij God in de hemel zijn.

Obi, als je daar komt, dan is daar geen ziekte, pijn of verdriet. Maar je kunt er alleen komen als je Jezus in je hart aanneemt.’ Obi’s ogen spraken verlangen uit. Verlangen naar die plaats waar geen pijn en verdriet was. Verlangen naar eeuwig leven. Verlangen naar die Man die van hem hield en hem al zijn slechte daden vergaf.

Met alle kracht die hij in zich had, perste hij de woorden uit zijn mond: ‘Ik wil Hem. Bid.’ Obi sloot zijn ogen en kneep zachtjes in Luke’s hand. Luke zag Obi’s krachten wegglijden en bad een eenvoudig, kort gebed. Even later stokte Obi’s adem even, zijn hand verslapte en zijn mond viel een klein beetje open. Luke begreep dat Obi gestorven was. In die donkere hut brak het Licht door en een onbeschrijflijke vrede vulde de ruimte.

Toen Luke zich omkeerde, zag hij Saidah bij de ingang onder tranen geknield zitten. Luke had er niets van gemerkt dat zij er nog was! Ze had geluisterd en had ook haar leven aan de Heer gegeven!

Dit was de mooiste kerst die Luke zich kon wensen. Was Jezus niet geboren op aarde om mensen het eeuwige leven te geven? Was Hij niet gestorven en opgestaan voor de ‘Obi’s’ en ‘Saidah’s’ van Afrika, van wie er nog zo veel waren? Luke’s hart werd gevuld met een warme liefde die alleen God kan geven. Hij dankte God voor het wonder van Kerstmis. •

Tags: