Ga-jij-vandaag-je-geloofswandel-maken

Ga jij je geloofswandel maken? DEEL 1

God beweegt vandaag nog steeds. Hij is Dezelfde God als in de Bijbel. Vandaag wil ik de volgende vragen stellen: Ga jij vandaag jouw geloofswandel maken? Wat is het wonder dat jij nodig hebt? Er zijn verschillende redenen waarom mensen hun geloofswandel zouden moeten maken. Vandaag is het moment dat Gods Geest beweegt.

De Bijbel leert ons dat wanneer er een beweging is van de Geest van God, je een handeling van geloof moet doen. Stel dan niet uit, want anders mis je het moment wanneer God jouw wonder wil doen.

In de Bijbel lezen we over verschillende mensen die een geloofswandel maakten. Al deze personen hadden een andere reden om hun geloofswandel te maken, maar Gods reactie is hetzelfde. God beantwoordde hun geloof met het wonder dat ze nodig hadden.

De geloofswandel van David
David maakte zijn geloofswandel naar Goliath, terwijl niemand het aandurfde. Goliath had het hele Israëlische leger geïntimideerd. Wat David ondernam, was niet makkelijk. Maar hij stond op zijn geloof en verwachtte het van God. Hij zei: ‘Goliath, vandaag zal de Here jou in mijn macht geven! Halleluja!’ Is dat iets wat jij ook kunt zeggen tegen jouw reus?

De geloofswandel van Esther
Esther maakte haar geloofswandel naar de koning. Ze zei: ‘Kom ik om, dan kom ik om. Maar ik ga om mijn volk te redden.’ Dat was een geloofswandel. Dat was een grote handeling van haar geloof.

De geloofswandel van blinde Bartimeüs
Bartimeüs riep: ‘Jezus, Zoon van David, help mij!’ En Jezus hoorde hem en stond stil. Toen maakte Bartimeüs zijn geloofswandel naar Jezus. Het was nodig dat Bartimeüs naar Hem toe ging, zodat hij van Jezus kon ontvangen. Op het moment dat Bartimeüs bij Jezus kwam, vroeg Hij: ‘Wat wil je?’ Toen antwoordde Bartimeüs: ‘Dat ik weer mag zien!’ En op dat moment werd hij genezen.

De geloofswandel van de Kananese vrouw
De dochter van de Kananese vrouw was bezeten door de duivel. De Kananese vrouw begon haar geloofswandel naar Jezus en zij liet zich niet stoppen. Zij ging niet weg toen Jezus niet reageerde op haar vraag. Ze liet zich niet tegenhouden toen Jezus tegen haar zei:

‘Het is niet goed het brood van de kinderen af te nemen en aan de honden te geven.’
– Mattheüs 15:26

Zij hield niet op met haar geloofswandel en ze zei:

‘Inderdaad, Here. Maar de honden mogen toch wel de kruimels opeten die van de tafel vallen.’ ‘Wat hebt u een groot geloof!’ zei Jezus. ‘U krijgt wat u hebt gevraagd.’’
– Mattheüs 15:27-28

Het resultaat van haar geloofswandel was dat haar dochter werd genezen en bevrijd van de boze.

De geloofswandel van Jaïrus 
Jaïrus’ dochtertje was ernstig ziek, op sterven na dood. Jaïrus maakte zijn geloofswandel naar Jezus toe en zei: ‘Jezus, mijn dochter is ziek. Wilt U komen en Uw handen op haar leggen, zodat zij gezond wordt?’ Dan gaat Jezus met hem mee en wekt zijn 12-jarige dochter weer tot leven.

De geloofswandel van de bloedvloeiende vrouw
De bloedvloeiende vrouw maakte haar geloofswandel naar Jezus, omdat ze wist: ‘Als ik Hem alleen maar kan aanraken, dan zal ik gezond worden!’ Ze moest moeite doen om bij Jezus te komen en het kostte veel van haar. Maar op het moment dat ze Hem aanraakte, ging er kracht uit Jezus en zij werd helemaal gezond.

De geloofswandel van Daniël
Daniëls geloofswandel begon toen hij aan het bidden was met zijn ramen open. Hij wist wat de gevolgen zouden zijn. Maar hij wist ook dat als hij God gehoorzaamde, Hij hem zou redden. Uiteindelijk moest Daniël zijn geloofswandel naar de leeuwenkuil maken. Maar Daniël bleef op God vertrouwen. En de Bijbel zegt:

‘‘Mijn God heeft Zijn engel gestuurd,’ zei Daniël, ‘om de muil van de leeuwen dicht te houden, zodat zij mij niet zouden verscheuren. Want in Gods ogen ben ik onschuldig en ook tegen u heb ik niets misdaan.’ De koning was geweldig blij en beval Daniël uit de kuil omhoog te trekken. Hij bleek totaal ongedeerd te zijn, dankzij zijn vertrouwen op God.’ – Daniël 6:23-24

God beschermde Daniël en deed dit wonder in zijn leven.

De geloofswandel van Sadrach, Mesach en Abednego
Sadrach, Mesach en Abednego maakten hun geloofswandel op het moment dat ze niet bogen voor het beeld van de koning. Dit was een geweldige geloofswandel, want hierop stond de doodstraf.

Toen ze bij de koning moesten komen, bleven ze hun geloofswandel doorzetten met gevaar voor eigen leven. Want toen de koning zei dat ze moesten buigen, was hun reactie als volgt: ‘Koning, onze God is bij machte om ons te bevrijden. Maar al doet Hij dat niet, dan zullen we alsnog niet buigen.’

Door alles heen gaven ze hun geloofswandel niet op en vertrouwden zij op God. God beantwoordde hun geloof door met hen te zijn in de brandende oven. Jezus beschermde hen en ze kwamen weer veilig uit de oven.

De geloofswandel van Mozes
Steeds wanneer Mozes naar de farao ging om Gods woorden door te geven, maakte hij een geloofswandel. Elke keer zei Mozes tegen de farao: ‘De God van de Hebreeën zegt: ‘Laat Mijn volk gaan!’’ De farao is net als de boze. Maak vandaag jouw geloofswandel en zeg tegen jouw reus, jouw farao: ‘Laat mij gaan! Laat mij los!’

De geloofswandel van Jozua
Jozua en het leger van Israël maakten een geloofswandel naar Jericho in gehoorzaamheid aan Gods Woord. Want de Here had gezegd: ‘Jozua, je moet één keer per dag om die stad lopen en de zevende dag zeven keer.’

Ze liepen rond Jericho in vol vertrouwen op God, ook al werden ze uitgelachen door de bewoners van Jericho. Waarschijnlijk werden ze vanaf de muren van Jericho bespot en uitgemaakt voor dwazen. Maar dat hield hen niet tegen.

Vandaag zullen er ook mensen zijn die denken dat wij dwaas zijn. Ze zeggen: ‘Daar bij Maasbach zijn ze gek.’ Laat ze maar lachen, want de duivel juicht te vroeg. Op de zevende dag bliezen ze namelijk op de ramshoorn en vielen de muren neer.

De geloofswandel van de vier melaatsen
In 2 Koningen 7 lezen wij over de geloofswandel van vier melaatsen. Zij maakten een geloofswandel in een tijd dat niemand zich om hen bekommerde en niemand iets van hen verwachtte. Zij leefden rondom de stad Samaria, in een tijd van grote hongersnood.

Deze hongersnood werd veroorzaakt doordat de stad was belegerd door het Syrische leger. Zij hadden hun kamp vlak bij de stad opgeslagen. De mensen in Samaria wilden geen risico’s nemen en hielden de stadspoorten gesloten. Dit zorgde ervoor dat er na een tijd geen eten en drinken in de stad was. Het was zelfs zo erg dat de mensen andere mensen begonnen te eten.

En dan vertelt de Bijbel dat buiten de poort vier melaatse mannen waren. Ze hadden niets. De melaatse mannen zeiden tegen elkaar: ‘We moeten wat doen. Want als we hier blijven, dan gaan we dood. Net als de mensen in de stad. Maar als we naar de vijand gaan en ons overgeven, dan heb je kans dat ze ons laten leven. Laten we het erop wagen om naar het kamp van de vijand te gaan.’

Ze begonnen te lopen naar de legerplaats van de Syriërs. Zij bleven doorgaan en lieten zich niet tegenhouden door de vermoeidheid in hun lichaam. Ze hadden niets gegeten, waren uitgemergeld en hun lichaam was aangetast door de melaatsheid, maar ze strompelden verder.

Ik wil vandaag tegen jou zeggen om niet op te geven en jouw geloofswandel af te maken. Hoe groot jouw nood ook is; zet door en geef niet op, want de Heer is met jou. De melaatse mannen gaven niet op en kwamen uiteindelijk aan bij het legerkamp. Maar de vijand was nergens te bekennen.

De Bijbel vertelt ons wat er gebeurd was. God was met deze vier mannen. Hij had op wonderbaarlijke wijze het geluid van de voetstappen van die vier mannen vermenigvuldigd en naar het kamp van de vijand doen overwaaien. Het klonk bij de vijand als het geruis van een heel groot leger dat op hen afkwam. Het Syrische leger was zo in paniek, dat het weggevlucht was.

Alleen God kan zo’n wonder doen. Wat Hij toen deed, kan Hij ook nu doen. God kan vandaag een wonder voor jou doen. Een wonder is iets wat je niet kunt verklaren. Het verandert de hele situatie.

God had een wonder voor deze mannen gedaan. Na maanden van hongersnood hadden ze in één moment eten in overvloed. Maar toen zeiden ze tegen elkaar: ‘We mogen dit niet voor onszelf houden. We moeten het de mensen in de stad vertellen.’ En zo is het ook vandaag.

Ik kan niet voor mezelf houden dat God een God van wonderen is. God wil dat je Hem leert kennen als een God van wonderen. De duivel heeft veel te vroeg gejuicht over jouw leven. God is met jou. God vindt jou waardevol. God wil jou helpen en Hij wil vandaag een wonder voor jou doen.

De vraag is: kan jij ook, net als al deze mannen en vrouwen, jouw geloofswandel maken en God geloven op Zijn Woord? Klik hier en lees hoe mannen en vrouwen in onze tijd hun geloofswandel maakten en hun wonder van God ontvingen.

Tags: