Studie - De gaven van de Geest

Gaven van de Geest: 1 Korinthiërs 14 DEEL 2

De gaven van de Heilige Geest zijn onmisbaar in de Kerk van Jezus Christus. Het Lichaam van Christus zonder deze gaven is als een lichaam zonder ledematen. Als wij ons uitstrekken naar de gaven van de Geest, zal God deze uitdelen zoals Hij wil en zullen we een krachtig Lichaam vormen. In dit deel gaan we dieper in op 1 Korinthiërs 14.

Spreken in tongen, ongelovigen en toehoorders
‘Broeders, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid, en word in uw denken volwassen. In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heere. Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven. Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent? Maar als allen zouden profeteren, en er kwam een ongelovige of niet-ingewijde binnen, dan zou die door allen overtuigd en door allen beoordeeld worden. En zo worden de verborgen dingen van zijn hart openbaar, en zo zal hij zich met het gezicht ter aarde werpen en God aanbidden, en verkondigen dat God werkelijk in uw midden is.’ – 1 Korinthiërs 14:20-25

In dit Bijbelgedeelte wordt de uitwerking van tongen en profetie op ongelovigen en toehoorders vergeleken. Paulus verwijst in dit tekstgedeelte naar Jesaja 28. Wanneer wij Jesaja 28 ook onderzoeken en vergelijken met dit tekstgedeelte, krijgen wij een duidelijker beeld van wat Paulus hier wilde zeggen.

‘Wie kan Hij dan de kennis bijbrengen? Wie kan Hij dan het gehoorde doen begrijpen? Wie net van de moedermelk af zijn, wie net van de borst zijn afgehaald? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje. Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet luisteren. Daarom zal voor hen het woord van de HEERE zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje, zodat zij, als zij weggaan, achterovervallen, verpletterd worden, verstrikt raken en gevangen worden.’ – Jesaja 28:9-13

Paulus wilde met de verwijzing naar Jesaja 28 duidelijk maken dat de gemeente de regels voor het spreken in tongen moest volgen. Hij wilde niet dat zij hierin ongehoorzaam zouden zijn zoals het volk van Israël in de tijd van Jesaja. Keer op keer werden zij als kinderen in de wet onderwezen en alsnog waren ze ongehoorzaam.

Vaak wordt 1 Korinthiërs 14:22 gebruikt om te beargumenteren dat tongen een teken zijn voor de ongelovigen om hen te overtuigen. Maar wanneer we kijken naar Jesaja 28 en 1 Korinthiërs 14:20-25, zien we dat de nadruk eigenlijk ligt op vers 21 en dan vooral op de woorden: ‘en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren’.

In Jesaja 28:11 wordt verwezen naar de Assyriërs, die God naar Israël had gestuurd als oordeel voor Zijn volk. Zij kwamen en spraken Gods woorden in een vreemde taal. Maar omdat de Israëlieten hen niet verstonden, maakte het geen indruk op hen. Hierdoor verworpen de Israëlieten wat zij zeiden en sloegen zo Gods woorden in de wind.

Zo is het ook wanneer wij in tongen spreken tegen ongelovigen. Zij zullen God niet horen door de tongen heen. Zij zullen waarschijnlijk ermee spotten en zeggen dat wij onzinnige klanken uitkramen. Daarom worden wij in vers 24 aangemoedigd om te profeteren als er ongelovigen zijn. Wanneer wij profeteren, zullen zij Gods woorden verstaan en Gods kracht ervaren, waardoor zij overtuigd worden van Gods bestaan.

Dit betekent niet dat God de tongentaal niet kan gebruiken om in een bestaande taal tot een ongelovige of gelovige te spreken. Dit hebben we beschreven in de studie ‘Spreken in tongen DEEL 2’. Maar onbekende talen, die vertolking nodig hebben, zijn niet gegeven voor dit doel. Hun enige doel is het opbouwen van de gelovigen.

Ordelijk verloop van de samenkomst
‘Hoe is het dan, broeders? Telkens wanneer u samenkomt, heeft iedereen een psalm, of hij heeft een onderwijzing, of hij heeft een andere taal, of hij heeft een openbaring, of hij heeft een uitleg. Laat alles gebeuren tot opbouw. En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden , ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen. Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen, maar laat hij tot zichzelf spreken en tot God. En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen. En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat dan de eerste zwijgen. Want u kunt allen, de één na de ander, profeteren, opdat allen leren en allen bemoedigd worden. En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen. Want God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.’ – 1 Korinthiërs 14:26-33

Deze verzen beschrijven het verloop van een samenkomst van gelovigen waarin de geestelijke gaven voorkomen. De gemeentes in het Nieuwe Testament kenden geen samenkomsten waar de geestelijke gaven niet tot uiting kwamen. In vers 26 zien we dan ook dat de geestelijke gaven van groot belang waren voor het verloop van de dienst. In Romeinen 12:6-8 en in dit tekstgedeelte wordt duidelijk dat iedereen met zijn bijzondere gaven moet dienen in de gemeente en dat daarvoor ook ruimte moet zijn.

De rol van de vrouw
‘Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers schandelijk voor vrouwen om in de gemeente te spreken.’ – 1 Korinthiërs 14:34-35

In dit tekstgedeelte wordt beschreven dat vrouwen in de gemeente moeten zwijgen. Maar in welke zin en in welke context is dit beschreven? Want in vers 23 lezen we dat ook de mannen moeten zwijgen. Maar de context waarin zij moeten zwijgen, is duidelijker beschreven en makkelijker terug te vinden.

De situatie waarover vers 34 en 35 spreekt, is het feit dat de vrouwen tijdens de dienst vragen hadden over het onderwijs dat werd gegeven. Die vragen werden tijdens de samenkomst geroepen. Hierbij moeten we in gedachten houden hoe het in die tijd ging. Mannen en vrouwen zaten gescheiden van elkaar. Het was dus niet mogelijk om onderling om uitleg te vragen aan de mannen.

Maar tijdens de samenkomst was het niet de tijd, de plaats of de manier waarop zij verduidelijking moesten krijgen. Daarom geeft Paulus hier aan dat de vrouwen thuis moesten vragen aan hun man wat er op dat moment bedoeld werd, zodat de diensten niet meer verstoord zouden worden.

Gods geboden
‘Of is het Woord van God van ú uitgegaan? Of heeft het alleen ú bereikt? Als iemand denkt dat hij een profeet is of een geestelijk mens, laat hij dan erkennen dat wat ik u schrijf geboden van de Heere zijn. Maar als iemand onwetend wil zijn, laat hij onwetend zijn. Daarom, broeders, streef ernaar om te profeteren, en verhinder het spreken in andere talen niet. Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren.’
– 1 Korinthiërs 14:36-40

Paulus beschrijft in deze verzen dat wat hij in dit hoofdstuk beschreven heeft, geboden van God zijn. Daarom is het belangrijk om deze geboden te gehoorzamen wanneer de geestelijke gaven in de samenkomsten geuit worden. We moeten ernaar streven om te profeteren en we mogen het spreken in tongen niet verhinderen.

Tags: