Studie - De gaven van de Geest

Gaven van de Geest: De gave van profetie DEEL 2

De gaven van de Heilige Geest zijn onmisbaar in de Kerk van Jezus Christus. Het Lichaam van Christus zonder deze gaven is als een lichaam zonder ledematen. Als wij ons uitstrekken naar de gaven van de Geest, zal God deze uitdelen zoals Hij wil en zullen we een krachtig Lichaam vormen. In dit deel gaan we dieper in op de gave van profetie.

In deel 1 van deze studie hebben we beschreven wat de verschillen zijn tussen de gave van profetie en de bediening van profeet. Ook hebben we het doel van de gave van profetie besproken. In alles komt naar voren dat de gave van profetie gericht is op de gemeente en dat deze dan ook alleen in de samenkomst geuit wordt. In 1 Korinthiërs 14 worden er richtlijnen gegeven hoe de gaven van inspiratie, waaronder de gave van profetie valt, ordelijk gebruikt moeten worden in de samenkomst.

A) Streven naar de gave van profetie
In vers 1 en 31 worden wij aangespoord om te streven en te verlangen naar de gave van profetie. Deze gave zou dan ook de meest beoefende gave in de gemeente moeten zijn. Deze en alle andere gaven zijn niet beperkt tot een bepaald geslacht. In Joël 2:28 staat dat zowel mannen als vrouwen zullen profeteren.

Zoals we eerder al hebben beschreven, is God bij machte om een profeet (de vijfvoudige bediening) te gebruiken om Zijn belangrijke openbaringen bekend te maken. Maar Hij is niet afhankelijk van profeten. Want door de gave van profetie kan God spreken door elke gelovige die zich naar deze gave uitstrekt.

B) Profetie en de gave van tongen
De gave van profetie staat boven de gave van tongen als het spreken in tongen niet wordt vertolkt. Maar op het moment dat de gave van tongen wordt vertolkt, zijn deze gaven aan elkaar gelijk. Dit wil niet zeggen dat de gave van profetie de andere twee gaven overbodig maakt. Ze worden namelijk niet gebruikt voor dezelfde doelen.

C) De gave van profetie is bovennatuurlijk
De gave van profetie kan begrepen worden door het menselijk verstand en spreekt niet, zoals de gave van het spreken in tongen, alleen tegen de geest. Maar dit betekent niet dat de gave van profetie niet bovennatuurlijk is. Het is en blijft een uiting van de Geest.

‘Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander … Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.’ – 1 Korinthiërs 12:7, 11

Hoewel de gave goddelijk is, wijst het de menselijke elementen niet af. Dat zien we in de verschillende bewoordingen van de verschillende profeten door de hele Bijbel heen.

D) De doop in de Heilige Geest
Een gelovige kan bij zijn doop in de Heilige Geest de gave van profetie (of andere gaven) ontvangen naast het spreken in tongen, zoals in Efeze (Handelingen 14:6). Dit betekent niet dat de gave van profetie de plaats van het spreken in tongen inneemt als eerste teken van de doop.

E) Gods Woord en de gave van profetie
De gave van profetie geeft uiting aan wat God duidelijk wil maken, maar het neemt nooit de plaats in van Gods Woord. De gave van profetie is tijdelijk (1 Korinthiërs 13:8), maar het Woord van God blijft eeuwig bestaan (1 Petrus 1:25). (Lees hier meer over in ‘Gaven van de Geest: 1 Korinthiërs 13 DEEL 2’)

Gods Woord is onze gids; het laat ons zien wat juist is en hoe wij moeten handelen. Op het moment dat er een profetie wordt uitgesproken die niet overeenkomt met het Woord van God, moet deze worden verworpen (Efeze 3:1-9). Het Woord van God is onze betrouwbare Rots waaraan wij de woorden die geuit worden, kunnen toetsen (1 Korinthiërs 14:29).

Wanneer een gelovige de gave van profetie tot uiting brengt door de Heilige Geest, is het wijs om niet te zeggen: ‘Zo spreekt de Here’, of te eindigen met: ‘de Heer heeft gesproken’. Want het kan zo zijn dat we door onze zwakheid woorden uiten die beïnvloed zijn door angstige of dwalende gedachten.

F) De verantwoordelijkheid van de gelovige
De gelovige door wie de gave van profetie tot uiting komt, moet verantwoordelijkheid nemen voor wat hij/zij zegt. Zoals we al eerder hebben beschreven, zijn de wil en het geloof van de mens werkzaam wanneer de gave van profetie tot uiting komt. De apostel Paulus zei:

‘De geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.’ – 1 Korinthiërs 14:32

Dit betekent dat de gelovige invloed heeft op het gebruik, misbruik en onderdrukking of beheersing van de gave, en daarvoor ook verantwoordelijk is. God heeft richtlijnen gegeven, zodat wij verantwoordelijk gehouden kunnen worden. God heeft door Zijn Geest de gaven gegeven aan de gelovigen. God wil dat de gaven tot uiting komen zoals Hij ze heeft beschreven in Zijn Woord.

G) Regels en richtlijnen
De regels die voor profetie gelden, zijn hetzelfde als die voor het spreken in tongen. Alle profeten mogen om de beurt profeteren, maar er mogen niet meer dan drie profetieën geuit worden door de gave van profetie in een samenkomst.

Deze regels en richtlijnen zorgen er niet voor dat de gave minder is (1 Thessalonicenzen 5:20). Richtlijnen zijn er niet ter onderdrukking, maar ter stimulering, zodat de gaven geuit worden zoals de Geest bedoelt.

H) Boodschappen door de gave van profetie
Eerder hebben wij beschreven dat de woorden die geuit worden door de gave van profetie, spreken tot het verstand van de mens. Dit betekent niet dat alle gelovigen of mensen de boodschappen zullen begrijpen. Het kan zo zijn dat sommige boodschappen die door de gave worden geuit, mysterieus zijn en moeilijk te begrijpen. Behalve voor de harten van hen voor wie ze bedoeld waren.

Dit zien we ook bij de profeten in het Oude Testament. Zij profeteerden van dingen die zij zelf niet begrepen (1 Petrus 1:10). Zo worden ook nu dingen door de Geest geuit die de betekenis van de boodschap bedekken, waardoor wij het met ons verstand niet kunnen begrijpen.

I) De gave van profetie en geloof
Bij het gebruik en de uiting van de gaven is geloof nodig, zo ook bij de gave van profetie. De woorden die door middel van deze gave worden geuit, moeten gepaard gaan met het geloof voor wat wordt gesproken.

‘Wie namens God moet spreken, doet dat naar het geloof dat hij daarvoor krijgt.’ – Romeinen 12:7

Wanneer we profeteren van grote opwekkingen en bevrijdingen in onze samenkomsten en deze vinden niet plaats, dan hebben we geprofeteerd boven de mate van ons geloof uit. Op dat soort profeteren kan geen zegen rusten.

De verantwoordelijkheid van de gelovige is bij de gave van profetie groter dan bij het gebruik van de gave van tongen. De gave van profetie sticht niet alleen de geest, maar maakt ook het verstand van de mens bewust van de boodschap. Daarnaast is de gave niet alleen gericht op jezelf, maar ook op de gemeente.

Naast het feit dat er geloof nodig is en er verantwoordelijkheid ligt bij de gelovige die de gave uit, vraagt deze gave ook om moed. Bij het vertolken van tongen heeft de gelovige bij wijze van spreken een ‘vliegende start’ door de zalving die gepaard ging met het spreken in tongen. Maar als een profeet een boodschap uit, moet hij beginnen te spreken vanuit de zalving die hij zelf door de Geest ervaart.

J) De gave van profetie en tegenstand
De Gemeente, het Lichaam van Christus, wordt opgebouwd en sterker door de gaven van de Geest. Omdat de duivel dit wil voorkomen, doet hij alles wat in zijn macht ligt om het geloof dat nodig is voor de gaven van de Geest, te vernietigen.

Als hij het geloof in vrees kan veranderen, dan kan hij zelfs de geestelijke gaven die de gelovige bezit tot zwijgen brengen. Vrees is het tegenovergestelde van geloof (2 Timotheüs 1:7). Daarom blijft het belangrijk dat geloof opgewekt wordt en dat we opmerkzaam zijn om ons geloof niet te verliezen, zodat de gaven niet ongebruikt worden.

Zelfs Timotheüs moest worden gewaarschuwd tegen het veronachtzamen van de geestelijke gave die hij bezat (1 Timotheüs 4:14-16). Hij werd door Paulus aangemoedigd om de gave juist aan te wakkeren, zodat zijn bediening niet zou worden beperkt door vrees. Ook waarschuwde Paulus dat de stem van de Geest niet tot zwijgen zou worden gebracht door verwaarlozing van zijn gave (2 Timotheüs 1:6-7).

Tags: