Studie - Geloofslessen van de oude leermeesters

Geloofslessen van de Oude Leermeesters – C.H. Mackintosh

 

Over C.H. Mackintosh
Charles Henry Mackintosh (1820-1896) was een Ierse prediker, Bijbelleraar en auteur en speelde een belangrijke rol in de Ierse opwekking van 1859-1860. Het grootste deel van zijn leven wijdde hij zich toe aan evangelisatie, de pastorale bediening en het schrijven van religieuze literatuur. Hij staat vooral bekend om zijn werk: Aantekeningen bij de Pentateuch, bestaande uit verschillende volumes met aantekeningen bij de eerste vijf boeken van de Bijbel.

Exodus

Het Bijbelboek Exodus spreekt onder andere over de uittocht van het volk van Israël uit Egypte. In dit artikel behandelt de bekende Bijbelleraar C.H. Mackintosh de eerste paar hoofdstukken van dit Bijbelboek, uit zijn boek ‘Aantekeningen bij Exodus’.

Israël in Egypte onderdrukt
Het hoofdonderwerp van het boek Exodus (letterlijk: ‘uittocht’) is ‘de verlossing’. De eerste verzen blikken terug op de laatste gebeurtenissen van het boek Genesis. Gods verkiezende liefde voor Zijn volk Israël komt duidelijk naar voren. De schrijver, Mozes, vestigt onze aandacht al snel op de verdere geschiedenis van Gods volk.

‘Toen kreeg Egypte een nieuwe koning, die Jozef niet gekend had. Hij voelde dan ook geen enkele verplichting tegenover de inwoners van Gosen. Hij zei tegen zijn eigen volk: ‘Die Israëlieten zijn gevaarlijk. Dat volk vermeerdert zich zo snel dat het, als er ooit oorlog komt, vast en zeker de kant van onze vijanden zal kiezen en het land zal verlaten. Wij moeten zorgen dat het zover niet komt.’’ – Exodus 1:8-10

De farao dacht dat hij kon voorspellen wat er zou gebeuren. Het volk zou zich vermenigvuldigen, er zou een oorlog uitbreken, Israël zou overlopen naar de vijand en vluchten uit Egypte. Maar het kwam niet in hem op dat God hierin ook een rol zou spelen. God en Zijn handelingen buitensluiten, is de grootste fout die de mens kan maken. Alleen wat met God verbonden en in Hem gefundeerd is, kan eeuwig blijven bestaan.

Mozes’ geboorte en opvoeding
Aan het einde van het eerste hoofdstuk lezen wij:

‘Toen gaf de farao zijn hele volk opdracht alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes in de Nijl te gooien.’ – vers 22

Door de jongetjes te doden probeerde de duivel Gods plan te doen mislukken. Zo is het vanaf het begin geweest. Maar prijs de Heer: er is iets wat sterker is dan de dood. De kracht van Gods verlossing gaat ver boven de macht van de dood. Het geloof weet dat God machtiger is dan de boze.

Een goed voorbeeld van zo’n geloof vinden wij in de ouders van Mozes. De Bijbel zegt:

‘Omdat de ouders van Mozes op God vertrouwden, hebben zij hun kind dat heel bijzonder was, drie maanden lang verborgen gehouden. Zij trokken zich niets aan van het bevel van de farao dat alle pasgeboren jongetjes verdronken moesten worden.’ – Hebreeën 11:23

Het rieten mandje waarin zij Mozes legden, werd door het geloof gemaakt. Het was als een voertuig van genade, om het kind veilig over de donkere wateren van de dood heen te brengen naar een plaats, die de levende God zou aanwijzen. Het geloof van Mozes’ moeder wordt beloond als de dochter van de farao het mandje vindt en Mozes aanneemt als haar zoon. De duivel was verslagen door zijn eigen ­wapens.

Mozes vlucht uit Egypte

‘Jaren later, toen Mozes een man was geworden, kreeg hij aandacht voor de erbarmelijke omstandigheden waaronder zijn volk moest leven. Op een dag was hij er getuige van dat een Egyptenaar een Hebreeër sloeg. Hij overtuigde zich er eerst van dat er niemand in de buurt was, sloeg toen de Egyptenaar dood en begroef het lijk onder het zand.’ – Exodus 2:11-12

Hier liet Mozes toewijding voor zijn broeders zien, maar het was geen toewijding met verstand. De tijd, door God vastgesteld om Egypte te oordelen en Israël te bevrijden, was nog niet gekomen. Mozes ‘keek naar alle kanten’. Dit hoef je niet te doen, wanneer je in Gods wil wandelt.

Als we naar Mozes’ leven kijken, zien wij hoe het geloof hem langs een heel andere weg leidde dan de voor de hand liggende weg. Het zorgde ervoor dat hij de voorrechten van het hof van de farao verachtte. Naar het menselijke verstand zou hij zijn invloed kunnen gebruiken voor het volk van God. Hij zou vóór hen kunnen handelen in plaats van mét hen te lijden.

‘Omdat Mozes op God vertrouwde, wilde hij, toen hij volwassen was geworden, niet voor een zoon van de dochter van de farao worden aangezien … In dat vertrouwen verliet hij Egypte en was hij niet bang voor de woede van de farao. Hij liet zich niet van de wijs brengen, het was alsof hij steeds de onzichtbare God zag.’ – Hebreeën 11:24,27

Mozes wandelde door geloof, en niet door zicht, en daarom liet hij alles achter. Zoals Jezus mens moest worden om ons van onze zonden te kunnen redden, moest Mozes één worden met Gods volk om hen te kunnen bevrijden van de slavernij in ­Egypte. In Mozes vinden wij een typebeeld van Christus. De Bijbel zegt over Mozes:

‘De HERE zal een profeet in uw midden laten opstaan, iemand zoals ik. U moet naar hem luisteren.’ – Deuteronomium 18:15

In de woestijn
Een belangrijke periode in het leven van Mozes waren de veertig jaar die hij in de woestijn doorbracht. Niets kon de stille gemeenschap met God overtreffen; niets kon het onderwijs en de leiding van Zijn leerschool vervangen.

Alle dienstknechten van God hebben de stille en heilige omgang met God ervaren. Mozes bij de berg Horeb; Elia bij de beek Kerit; Ezechiël bij de rivier Chebar; Paulus in ­Arabië, en Johannes op het eiland Patmos. Er is een onschatbare waarde in de fellowship met God. Dit is het echte geheim van vruchtbare arbeid. Tenzij wij in Zijn tegenwoordigheid leven, zal al ons werk nutteloos zijn.

De brandende braamstruik

‘Daar verscheen de Engel van de HERE aan hem als een vuurvlam, midden in een braamstruik. Toen Mozes zag dat de braamstruik wel vlam had gevat maar niet verbrandde…’ – Exodus 3:2

Dit wonderlijke verschijnsel liet de toestand van Gods uitverkoren volk zien. Het volk van Israël bevond zich in de vuuroven van Egypte.

Maar, net zoals de brandende braamstruik niet verteerde, bezweek Israël niet onder het vuur van de verdrukking, want God was met hen. God sprak tot Mozes vanuit een brandende ­braamstruik. Wat een mooi beeld van Gods aanwezigheid in het midden van Zijn uitverkoren en vrijgekochte volk!

Kom niet dichterbij,’ zei de HERE. ‘Trek uw sandalen uit, want u staat op heilige grond (vers 5). De plaats waar God Zijn bijzondere tegenwoordigheid laat zien, is heilig en kan niet met schoenen of sandalen betreden worden. ‘Ik ben de God van uw voorouders. Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes hield zijn handen voor zijn ogen, want hij durfde niet naar God te kijken’ (vers 6). De tegenwoordigheid van God heeft altijd tot gevolg dat de mens zich verbergt. Pas wanneer wij in een passende, nederige houding tot God naderen, kan Hij tot ons spreken.

‘Ik ben’
‘Toen vervolgde de HERE: ‘Ik heb de ellende van Mijn volk in Egypte gezien en Ik heb de jammerklachten over hun onderdrukking gehoord … ‘Zijn naam is: Ik ben die Ik ben,’ was het antwoord. ‘Zeg maar tegen hen: ‘Ik Ben heeft mij gestuurd!”’ (vers 7,14).

God handelt altijd op basis van wie Hij is. Zijn naam ‘Ik ben’ geeft zekerheid over alles van Zijn volk. De naam die God Zichzelf hier geeft, heeft een wonderbare betekenis. Wanneer wij in de Bijbel de verschillende namen bekijken die God aanneemt, dan zien wij dat zij passen bij de verschillende behoeften van Zijn kinderen. ‘Jehovah-Jireh’ (‘De HERE zal erin voorzien’, Genesis 22:14); ‘Jehovah-Nissi’ (‘De HERE is mijn Banier’, Exodus 17:15); ‘Jehovah-Tsidkenu’ (‘De HERE onze gerechtigheid’, Jeremia 23:6). Al deze namen liggen besloten in de naam ‘Ik ben’.

De God van Israël
‘Ja, zeg hun: “De HERE, de God van jullie voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, die heeft mij naar jullie toe gestuurd”. De naam HERE zal Ik voortaan dragen en zo zal elke generatie Mij noemen’’ (vers 15). Met andere woorden: Het verbond van God met het volk Israël is een eeuwig verbond. God is vandaag Israëls God, zoals toen Hij hen bevrijdde uit Egypte.

Of ze nu gehoorzaam zijn of ongehoorzaam, verenigd of verstrooid, voor de volken geopenbaard of voor hun ogen verborgen; Israël is nog steeds Zijn volk, en Hij is hun God. De Bijbel zegt over het volk Israël:

‘Nee, God heeft het volk van Zijn keuze niet afgeschreven. U herinnert zich wel hoe de profeet Elia zich bij God over Israël beklaagde … Broeders en zusters, ik wil u het geheim van Gods plan met Israël vertellen, om te voorkomen dat u afgaat op uw eigen ideeën. Voorlopig moet een deel van de Israëlieten niets van Jezus Christus hebben. En dat duurt totdat de grote massa uit de andere volken in Gods Koninkrijk is ingegaan. Dan zal heel Israël gered worden. Dat staat ook in de Boeken: ‘De grote bevrijder zal uit Sion komen om het kwaad van Israël weg te doen.’’ – Romeinen 11:2,25-26

Mozes’ staf
‘‘Wat hebt u daar in uw hand?’ vroeg de HERE hem. ‘Een herdersstaf,’ antwoordde Mozes’ (Exodus 4:2). De Here maakt gebruik van wat Mozes in zijn hand had. De staf waarmee hij Jetro’s schapen had gehoed, zou vanaf dat moment gebruikt worden om het volk van Israël te verlossen. Om een weg te banen door de diepe wateren, en water te laten vloeien uit een harde rots. God gebruikt de minste middelen voor Zijn grote doel. Hij heeft geen grote dingen nodig om grote dingen te doen.

Toen Mozes zijn staf op de grond gooide, veranderde die in een slang. Daarna greep hij op Gods bevel de slang bij de staart, en veranderde die weer in een staf. Dit laat duidelijk zien dat de oude slang, de duivel, helemaal onder de heerschappij van God is. Dan lezen we over de melaatse hand en de reiniging.

Dit laat ons de uitwerking van de zonde zien en het volmaakte werk van Christus. Daarmee heeft Hij de prijs betaald voor de schuld van de zonde. Niet alleen zal de oude slang zelf voor eeuwig overwonnen en verslagen worden, maar ook elk spoor van het werk van de duivel zal uitgewist worden door het bloed van Jezus, die ‘gekomen is om aan de activiteiten van de duivel een einde te maken’ (1 Johannes 3:8).

 

Tags: