Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Andrew Murray DEEL 1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Andrew Murray.

Andrew Murray werd geboren op 9 mei 1828 te Graaff-Reinet in Zuid-Afrika. Zijn vader, Andrew Murray sr., had Schotland in 1821 verlaten. Nadat hij enkele maanden in Nederland was geweest, vertrok hij naar Zuid-Afrika, omdat hij daar predikant was geworden.

Toen Andrew tien jaar oud was, werd hij door zijn vader, Andrew sr., naar Aberdeen in Schotland gestuurd, samen met zijn twee jaar oudere broer John. Daar zouden ze naar school gaan en wonen bij hun oom John, die ook predikant was.

Na zijn opleiding in Schotland, ging Andrew theologie studeren in Utrecht. Toen hij zeventien was, kwam hij tot bekering. Samen met enkele christenstudenten vormde hij een groepje dat zich met gebed voor de zending bezighield. Ze noemden zich de ‘Chocolade Club’, omdat ze liever chocolademelk dronken dan jenever.

Op 9 mei 1848 werd hij door de Haagse Commissie toegelaten tot het predikambt. Hierna keerde hij terug naar Zuid-Afrika. Al snel werd hij predikant in Bloemfontein en kreeg hij de verantwoording over het gebied tussen de Oranje Rivier en de Vaal Rivier.

Dit was een grote uitdaging, want het gebied was heel groot. Maar dit was niet het enige, want het land was vol wilde dieren en nog wildere mannen: onstuimige emigranten en veldbewoners. Door de grote afstanden tussen de buitenposten, was Andrew erg druk met reizen en preken.

In januari 1845 besloot hij naar Engeland te gaan, omdat zijn gezondheid te wensen overliet. Hij ging ook naar Nederland en Schotland om daar jongeren te vinden die als predikanten en leraars naar Zuid-Afrika wilden gaan. Maar daarin had hij weinig succes. Ook duurde het langer om lichamelijk te herstellen. Al met al bleef hij een jaar en negen maanden weg. Het welkom van zijn gemeenteleden bij zijn terugkeer was overweldigend.

In 1856 leerde hij Emma Rutherfoord kennen. Zij woonde in Kaapstad. Het bleek liefde op het eerste gezicht te zijn. Ze schreven elkaar en ze trouwden op 2 juli 1856, nadat Emma 21 was geworden. De huwelijksreis was een tocht van 500 kilometer naar het verre Bloemfontein in een huifkar. Het was een zware, maar schitterende reis. Onderweg preekte Andrew op de zondag als ze op een boerderij of in een dorp verbleven.

In datzelfde jaar richtte Andrew in Bloemfontein het Grey College op voor onderwijs aan de jeugd en opleiding van leerkrachten. Hij schreef hierover: ‘Godsdienstvorming moet, vind ik, het motto worden van onze kerk, voordat we de vruchten van onze arbeid kunnen verwachten …’

Hoewel Andrew net dertig jaar oud was, had hij al een grote reputatie en kreeg hij veel uitnodigingen om voorganger te worden in andere gemeenten. Een daarvan nam hij uiteindelijk aan, omdat hij meende dat die een roeping van God was. Zo werd hij predikant in Worcester, ongeveer 160 kilometer ten oosten van Kaapstad. In die tijd schreef hij boeken als: ‘De geest van Christus’, ‘De Sleutel tot het Zendingsvraagstuk’ en ‘De Volle Pinksterzegen’.

Hier in Worcester werden de vele gebeden om een opwekking in Zuid-Afrika verhoord. Ook andere plaatsen werden door het opwekkingsvuur aangeraakt. Na de opwekking schreef Andrew Murray: ‘Volkomen Overgave’, ‘Blijf in Christus’ en ‘Waarom gelooft u niet?’.

In 1862 werd Andrew gekozen tot voorzitter van de synode van de Nederduitse Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika. Een hele eer, vooral omdat hij pas 34 jaar was. Het waren moeilijke jaren voor hem. De liberale stroming was vanuit Nederland overgewaaid en veroorzaakte veel spanningen en scheuringen.

In 1864 werd Andrew gevraagd om met twee andere voorgangers samen een gemeente te leiden in Kaapstad. De gemeente was erg groot en had ongeveer 5000 leden. Hij merkte dat hij veel verantwoording kreeg, die veel eiste van zijn krachten. 1866 was een zwaar jaar voor Andrew en Emma. Niet alleen overleed Andrews vader; ook verloren ze drie kinderen. Maar in november van dat jaar werd er weer een zoon geboren, wat een troost voor hen was.

Andrew bezat de gave anderen te inspireren en aan het werk te zetten. Een pastoraal huisbezoek was bij hem geen theekransje, maar ‘bracht vrees in de harten van de gemeenteleden’. Op den duur maakten de levenservaringen hem rijper en zachter.

In de gemeente in Kaapstad werkte het systeem van drie predikanten niet zo goed als ze dachten. Dus was er een grote kans dat hij snel de eerste predikant zou worden, wat natuurlijk veel meer prestige en invloed met zich meebracht. Alle eer en prestige maakten geen grote indruk op Andrew. In 1871 werd hij gevraagd om naar Wellington te gaan. Hij nam het aanbod aan, ook al was dit een kleine gemeente met beperkte mogelijkheden.

Het gezin van Andrew Murray bestond in 1871 uit negen kinderen. De jongste twee overleden in het jaar daarop. Maar in 1873 werd weer een zoon geboren, de laatste van het gezin. Het grootste deel van de opvoeding kwam voor de rekening van Emma, omdat Andrew zo vaak weg was op evangelisatiereizen.

In Wellington leidde Andrew een rustig plattelandsleven, wat tot een dieper en echter kennen van God leidde en tot het schrijven van een groot aantal geloofsopbouwende boeken, zoals ‘De Ware Wijnstok’. Over dit onderwerp hield hij veel preken, juist omdat er zoveel wijngaarden lagen. In Wellington startte Andrew ook met zondagsscholen en avondscholen voor jong en oud.

Hij leidde zijn eigen gemeente op tot een ‘achterhoede’ om hem met hun gebeden te helpen bij zijn werk. Na een bijeenkomst schreef hij aan zijn familie:

‘… Ik heb het sterke gevoel, dat God ons volk de geest van gebed zal geven om nieuwe en machtiger zegeningen te vragen en te verwachten …’

Door zijn eigen toewijding was Andrew een voorbeeld voor de gelovigen. Zijn gebed voor zichzelf was: ‘Dat geen enkel ogenblik van mijn leven besteed zal worden buiten het licht, de liefde en de blijdschap van Gods tegenwoordigheid. En dat er niet één ogenblik zal zijn, dat ik mij niet volkomen aan Hem overgeef, als een vat dat Hij geheel met Zijn Geest en Zijn liefde kan vullen.’

Zijn streven om vooral door gebed de zegen van Gods gemeenschap te verkrijgen, mogen we beschouwen als het geheim van Andrews geestelijke kracht. Daartoe richtte Andrew in 1883 de Unie voor Bijbel en Gebed op, met als voornaamste doel de gemeenteleden aan te sporen dagelijks in de Bijbel te lezen en regelmatig voor bepaalde zaken te bidden. Ze kregen een kalender, een gebedslijst en een geestelijk boek om hun geestelijk leven te bevorderen.

Klik hier en lees meer over het leven van Andrew Murray in deel 2.

Tags: