Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Andrew Murray DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Andrew Murray.

In Zuid-Afrika waren er weinig geschikte middelbare scholen voor meisjes. Daarom stuurden de Murrays hun oudste twee dochters van 13 en 14 jaar, Emma en Mary, voor 2 jaar naar het Instituut van Herrnhutters in Zeist.

Het resultaat van hun opvoeding en scholing was duidelijk te zien in het verdere leven van hun dochters. Emma werd later stafkapitein bij het Leger des Heils en directrice van een christelijke opvang voor meisjes. Mary werd zendelinge onder Afrikaanse stammen.

Andrew vond dat er in de kerk meer plaats moest zijn voor vrouwen om te kunnen dienen. Hij schreef daarover een serie artikelen in het kerkblad met Emma. Daarnaast begonnen ze met de oprichting van het Hugenoten Seminarie tot opleiding van meisjes voor vormingswerk. In 1874 werd de school geopend. Uit alle delen van het land kwamen jongedames, zowel om te onderwijzen als om te studeren. Toen de lessen begonnen, was het gebouw al te klein en snel werd er een nieuw gebouw neergezet.

Niet lang daarna opende Andrew in 1877 het Opleidingsinstituut voor zendelingen, ook in Wellington. In datzelfde jaar maakte hij zijn eerste reis naar de Verenigde Staten, vergezeld door zijn jongere broer Charles en ds. Fraser. Het hoofddoel van zijn bezoek was om leerkrachten te vinden voor de scholen. Toen hij maanden later terugkeerde, bracht hij 14 onderwijzeressen mee. Een geslaagde werving!

Andrew was voortdurend aan het preken in zijn eigen kerk en in verre reizen, en soms wel meerdere keren op een dag. Dit werd een te grote belasting voor zijn stembanden, waardoor de dokter hem zei om meteen te stoppen met preken in 1879. Dat bevel was een grote schok en beproeving voor Andrew.

Twee jaar lang moest hij zwijgen. Die periode bracht hem in een diepere relatie met God en tot het schrijven van vele boeken. Hij dacht veel na over het onderwerp genezing. Het onderwerp van genezing door de Here werd, zodra hij weer mocht spreken, een groot onderdeel van zijn bediening. In 1884 gaf hij hierover een boek uit: ‘Goddelijke Genezing’.

Door een ongeluk met een wagen in latere jaren, liep hij ernstig letsel op aan zijn been en rug. Daarvan herstelde hij nooit compleet en reizen per wagen was niet meer mogelijk. Die ervaring, dat hij niet genezen werd maar mank liep, werd zijn ‘Pniël’. De boeken die hij na dat ongeval schreef, ademen een geest van gebed.

In 1899 brak de Boerenoorlog uit in Zuid-Afrika. Deze oorlog deed hem veel verdriet, omdat verschillende vrienden en familieleden aan beide kanten betrokken waren. Ook was hij geestelijk bewogen met de krijgsgevangenen in de kampen. De Here werkte op een machtige manier onder hen. Door een beweging van God gingen in 1902, aan het einde van de oorlog, 150 van de krijgsgevangen naar opleidingsinstituten voor zendelingen.

In 1905 overleed Emma na een plotselinge ziekte. Andrew ging kort daarna met pensioen, maar werd nauw betrokken in de bediening van de ‘Keswick-conferentie’. Hij was in 1895 uitgenodigd om die conferentie in Engeland bij te wonen en daar te spreken.

Daarna ging hij opnieuw voor enkele weken naar de Verenigde Staten, op dringend verzoek van D.L. Moody, en hield samen met ds. Pierson conferenties in Chicago en New York. Velen die deze conferenties bezochten, maakten hier een nieuwe stap naar heiliging. Op de terugreis stak Andrew over naar Nederland, waar hij onder andere in de Utrechtse Domkerk sprak voor meer dan 2000 mensen.

Tijdens de laatste 28 jaar van zijn leven werd Andrew beschouwd als de vader van de Keswick-beweging in Zuid-Afrika. Er werden verschillende conferenties georganiseerd. De kernpunten van de conferenties waren:

‘Een oprechte toewijding aan God, volkomen reiniging van zonde door het dierbaar bloed en volheid en zalving van de Heilige Geest.’

Toen Andrew de 80 al gepasseerd was, maakte hij elk jaar een rondreis van soms wel 5 weken. Tijdens deze reizen hield hij vele toespraken in kerken, op conferenties en congressen. Soms preekte hij wel 28 keer in 12 dagen! Een geheim van zijn kracht was dat hij voor elke gelegenheid een nieuwe boodschap ontving. Hij bood hongerige zielen geen oud brood aan.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bezorgde Andrew veel verdriet. Andrew volgde het oorlogsnieuws en wilde ervan op de hoogte blijven, want ook zijn zoon vocht in de oorlog. In 1916 kreeg hij een griepaanval, die hem erg verzwakte en waarvan hij langzaam herstelde. Tijdens zijn herstel werd hem verteld dat zijn zoon was gesneuveld tijdens de oorlog. Het verlies van zijn zoon deed hem verdriet, maar hij zag nog steeds op de goedheid en grootheid van God. Vlak voor zijn dood zei hij:

‘De grote en geweldige God wil Zijn leven in ons tot leven brengen. Hij kan dat alleen doen als wij in de liefde blijven, als Christus Zijn leven in ons tot leven brengt en wij geheel aan Hem toegewijd zijn. Laten wij ons dan aan Hem overgeven, opdat nog meer van Gods geweldig en heerlijk leven in ons tot leven moge komen.’

In de vrede van Jezus overleed Andrew Murray op 18 januari 1917 op 88-jarige leeftijd. Andrew liet een rijke geestelijke erfenis na, waardoor wij ook vandaag nog geïnspireerd kunnen worden!

Bestel via theblessingfamilybookstore.nl het boek ‘Apostel der liefde’ en duik dieper in het leven van Andrew Murray.

Lees ook: ‘Andrew Murray – Geloofslessen van de Oude Leermeesters’

Tags: