Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Charles G. Finney DEEL 1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Hierdoor hadden ze een grote impact op de mensen om hen heen, de tijd waarin ze leefden en ook op ons vandaag. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening.

De advocaat die evangelist werd
Charles Grandison Finney werd in Warren, Connecticut (USA) geboren op 29 augustus 1792. Na zijn studie ging hij werken op een advocatenkantoor. Bij het bestuderen van de wetten viel hem op dat die vooral gebaseerd waren op Bijbelse normen en waarden. Dit inspireerde hem om de Bijbel te gaan lezen.

Hij was niet opgegroeid met het geloof, waardoor het evangelie nieuw voor hem was. Hij besloot een keer naar een calvinistische kerk te gaan. Maar de preek die daar werd gebracht, ging tegen het Bijbelse standpunt in. De predikant vertelde dat Jezus’ redding alleen voor een speciale groep mensen was, en niet voor iedereen die Jezus aanneemt als zijn Redder en Verlosser, zoals de Bijbel leert. Finney vond dit moeilijk te accepteren, waardoor hij zich afvroeg of het evangelie waar was. Na een paar jaar kwam hij tot de ontdekking dat de Bijbel het Woord van God is. Finney moest hierdoor een keuze maken of hij Jezus zou aannemen als zijn persoonlijke Verlosser, of dat hij een werelds leven zou leiden.

Niet lang daarna besloot hij het in orde te maken met God. Op 10 oktober zocht hij een eenzame plek op in een bos buiten zijn woonplaats. Daar gaf hij op zijn knieën zijn hart en leven aan God. Op dat moment kwam een Bijbeltekst in hem op als een lichtstraal:

‘Als je tot Mij bidt, zal Ik luisteren. Je zult Mij vinden als je Mij zoekt en het oprecht van Mij verwacht.’ – Jeremia 29:12

Finney begreep deze tekst helemaal. Hij werd ervan bewust dat geloof komt door vertrouwen en niet door het verstand. Hij riep: ‘God, ik neem U aan op Uw Woord!’ Dit gebeurde vroeg in de ochtend en daarna moest hij nog een hele dag werken.

Toen hij alleen op kantoor was, voelde hij plotseling het verlangen om zijn hart voor God uit te storten. Er brandde geen vuur in deze kamer en er was geen licht aan. Toch leek het erop dat er perfect licht was. Plotseling stond hij tegenover de Here Jezus. Jezus keek hem aan op een manier, waardoor Finney alleen voor Hem kon knielen om zijn hart voor Hem uit te storten.

Een moment later ontving hij de machtige doop in de Heilige Geest. Gods liefde kwam in golven en overspoelde hem. Zo drukte Finney het zelf uit. Dat was het begin van zijn bediening als één van de grootste evangelisten uit de 19e eeuw. Hij begon onder de kracht van de Geest te getuigen tegen zijn collega’s, vrienden, familieleden en kennissen, waardoor velen overtuigd werden en zich helemaal aan God gaven.

Er vond in zijn eigen dorpskerk een geweldige opwekking plaats. Door deze ervaring besloot hij te gaan studeren om predikant te worden. In 1824 kreeg hij zijn preekbevoegdheid. Hij stopte als advocaat en werd later hoogleraar in de theologie. Vooral het werk als evangelist trok al snel zijn belangstelling. Hij sprak in schoolgebouwen, in schuren, en zelfs in bossen.

Hij had een manier van spreken die de mensen raakte, waardoor velen oprecht begonnen te geloven. Maar er waren ook mensen die na de dienst met hem begonnen te discussiëren en hem tegenspraken. Die mensen kwamen soms thuis alsnog tot bekering.

De manier waarop hij sprak, was niet wat de mensen gewend waren. Hij sprak de mensen met begrijpelijke woorden toe en gebruikte voorbeelden uit het dagelijks leven. Maar van predikanten en kerkbesturen kreeg hij veel kritiek. Ze zeiden dat hij met te veel nadruk het woord ‘hel’ uitsprak, waardoor het leek alsof hij mensen onder druk zette. Finney verdedigde zichzelf door te zeggen dat zijn methoden gerechtvaardigd werden door de resultaten.

Ook zeiden ze dat hij veel herhaalde. Dat deed hij om het begrijpelijk te maken voor alle mensen. Zijn aanklagers zeiden dan dat hij hierdoor de intelligente mensen niet zou boeien. Maar de feiten bewezen snel het tegendeel. Door zijn prediking kwamen veel rechters, advocaten en andere intelligente mensen tot bekering. Terwijl dit bij hen maar weinig gebeurde.

Theologie studenten leerden om op een deftige manier te schrijven en te spreken. Finney had daar een heel andere mening over:

‘Het hoofd van de brandweer leest zijn mannen toch ook geen speech voor als de stad in brand staat? Hij schreeuwt hun toe en brult bevelen. De zaak is urgent. En hij wil dat elk woord van hem begrepen wordt. Als iemand iets echt meent, dan gebruikt men directe en simpele woorden. De zinnen zijn kort, overtuigend en krachtig. Alles gaat om actie. En daarom hebben zulke woorden resultaat!’

Sommigen zeiden na afloop van zo’n preek: ‘Ach, het lijkt niet op preken. Het is net of dominee Finney mij apart heeft genomen en met mij heeft gepraat.’ Hij vermeed het nooit om persoonlijk te worden. Integendeel: hij wekte de indruk bij de aanwezigen dat het om hén ging.

Toen Finney begon als predikant, schreef hij zijn preken niet op. Hij preekte meestal zonder voorbereiding. Hij was helemaal afhankelijk van wat de Heilige Geest hem gaf. Soms ging hij naar voren zonder te weten over welke tekst hij zou spreken, of zonder een woord in gedachten te hebben.

In de tijd dat hij predikant was, heeft hij altijd met grote kracht en veel succes gepreekt. Hij kreeg zijn onderwerpen bijna altijd ingegeven wanneer hij in gebed op zijn knieën lag. In de loop van tientallen jaren ontstonden door zijn prediking talloze opwekkingen. Men schat dat daardoor wel 500.000 mensen tot bekering kwamen.

Volgende week deel 2 van Charles G. Finney. Dan gaan we dieper in op de impact van zijn prediking en op zijn verdere leven.

Tags: