Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Charles G. Finney DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Hierdoor hadden ze een grote impact op de mensen om hen heen, de tijd waarin ze leefden en ook op ons vandaag. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening.

Een keer werd Charles G. Finney uitgenodigd om in een schoolgebouw te spreken, in de buurt van een dorp waar hij bijeenkomsten hield. Zodra hij daar gebeden had, stond hij op en zei: Sta op en maak dat u wegkomt, want de Heer zal deze stad verwoesten.’ Hij begon de geschiedenis van Abraham en Lot en de verwoesting van Sodom te vertellen.

Tijdens zijn preek zag hij hier en daar kwade blikken, alsof ze hem iets wilden aandoen, en tijdens zijn preek werd het steeds erger. Hij begreep er niets van. Na zijn verhaal sprak hij hen op een indringende wijze toe om ze van hun zonden te overtuigen. Plotseling werd men heel ernstig. Mensen vielen van hun stoelen en smeekten om genade.

Later zei hij: ‘Als ik een zwaard gehad zou hebben, zou ik hen niet zo snel van hun stoelen hebben kunnen slaan als zij er nu vanaf vielen.’ Bijna de hele gemeente lag in minder dan twee minuten op de knieën of languit op de grond door deze eerste schok die zij gekregen hadden.

De dienst was om vijf uur ’s middags begonnen, maar het bleef doorgaan, omdat steeds meer mensen gebed nodig hadden en daarna hun hart aan de Heer gaven. Zo ging het de hele nacht door, tot de volgende morgen de school ontruimd moest worden en ze bij iemand thuis verder gingen. Finney, die een andere afspraak had, droeg de leiding over aan een oudere christen.

Toen hij de volgende middag terugkwam, was de samenkomst nog steeds niet afgelopen. Op dat moment kreeg hij de verklaring voor de vreemde gebeurtenis. De plaats waar de samenkomst was, heette Sodom en de oudere christen die hem had uitgenodigd, was de enige gelovige in het dorp. Hij werd Lot genoemd. De mensen dachten dat Finney met opzet zo gepreekt had! Wat hem betrof, was het een merkwaardige samenloop van omstandigheden, want hij wist er niets van.

Finney had tijdens zijn bediening ook veel tegenstand. Er waren valse geruchten over Finney, maar dat hield hem niet tegen. Overal waar hij kwam en met kracht het evangelie predikte, ging de Heilige Geest aan het werk. Een kleermaker getuigde bijvoorbeeld dat hij als rooms-katholiek nooit de Bijbel durfde te lezen. Ze hadden tegen hem gezegd dat de duivel hem dan zou wegvoeren. Nu zag hij dat het allemaal misleiding was. Het was voor iedereen duidelijk dat hij bekeerd was.

Wat was nu het geheim van die opwekkingen? De werking van de Geest was de basis van zijn werk en leidde hem in alles wat hij deed. Zonder de Geest kon hij niets bereiken. Hij zei dat de Geest van het gebed die er was tijdens deze opwekkingen, kenmerkend was. Tenzij hij de geest van gebed had, kon hij niets doen.

In de winter van 1843 maakte hij een hevige geloofsstrijd door. Die winter nam de Heer zijn ziel grondig onder handen en schonk hem een nieuwe doop in Zijn Geest. Na een tijd van gebed en overgave, ervoer hij zijn relatie met God op een heel andere manier. Hij kon met meer kalmte, ja, met volledig vertrouwen tot God komen.

Tussen 1849 en 1860 gingen Finney en zijn vrouw twee keer naar Engeland en Schotland, waar zij een groot aantal samenkomsten hielden en zeer velen tot de Heer leidden. In 1860 staakte hij zijn reizen en bleef predikant in Oberlin, waar hij ook les gaf in pastorale theologie. In 1872 ging hij met pensioen.

Op een zondagavond maakten hij en zijn vrouw nog een wandelingetje om naar de muziek te luisteren in de nabijgelegen kerk. Toen hij naar bed ging, voelde hij plotseling pijn die op een hartstoornis wees. Na enkele uren overleed hij in de ochtend van 16 augustus 1875, twee weken voor zijn 83ste verjaardag. Een werkzaam en succesvol leven was ten einde gekomen.

Vele generaties na hem zullen de vruchten plukken,
zonder te weten wie de boom geplant heeft.
Tags: