Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Charles Spurgeon

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Hierdoor hadden ze een grote impact op de mensen om hen heen in de tijd waarin ze leefden en ook op ons vandaag. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Dit keer gaan we dieper in op het leven van Charles Haddon Spurgeon, de prins der predikers.

Charles Haddon Spurgeon werd in Engeland geboren te Kelvedon in Essex op 19 juni 1834. Zijn vader was een predikant en zijn moeder geloofde ook. Zij bad veel voor de redding van haar zoon. Hoewel Spurgeon in aanraking kwam met het evangelie, dacht hij dat het genoeg was om goed te leven en dat dat zijn redding zou zijn.

Spurgeon zegt hierover dat het licht er was, maar dat hij blind was en de waarheid niet kon zien. Pas op het moment dat hij vertrouwde op het offer dat Jezus op Golgotha had gebracht, kwam hij tot bekering. Toen Spurgeon 15 jaar was, was hij op weg naar een afspraak. Maar door een sneeuwstorm werd hij gedwongen om een kerk binnen te gaan om te schuilen.

Het was een kerkje van de ‘Primitieve Methodisten’, waarvan de predikant was ingesneeuwd en niet kon komen. Maar de dienst ging wel gewoon door. Op een gegeven moment stapte een meneer het podium op. Deze meneer zag er heel mager uit en was niet gewend om te preken. Hij sprak over Jesaja 45:22:

‘Laat de hele wereld zich, wanneer het om verlossing gaat, tot Mij wenden. Want Ik ben God, er bestaat geen andere God.’

Nadat hij een tijdje was blijven hangen op deze tekst, keek hij naar Spurgeon en zei: ‘Jongeman, je ziet er heel ongelukkig uit. Maar als je op Jezus ziet, zal je gered worden voor de eeuwigheid.’ Deze woorden kwamen bij Charles binnen en hij nam Jezus aan als zijn Redder en Verlosser. Hierna liet hij zich dopen door onderdompeling en hij werd deel van een gemeente in Cambridge.

Toen Spurgeon 16 jaar was, bracht hij zijn eerste preek, omdat hij moest invallen voor een vriend. Hoewel Spurgeon geen theologische studie had gevolgd, werd hij een jaar na zijn bekering de predikant van een kleine kerk in Waterbeach.

In korte tijd was de kleine kerk overvol met mensen, die zo geraakt werden door het evangelie dat daar werd gedeeld. God keerde die plaats ondersteboven. Zwervers kwamen tot bekering onder tranen; diefstal en dronkenschap vond niet meer plaats in Waterbeach, door de beweging van Gods Geest door de bediening van Spurgeon.

Omdat er zoveel mensen naar zijn kerk kwamen, waren er meerdere diensten op de zondag. Soms had hij dan verschillende preken per dienst. Nadat hij een keer na de ochtenddienst iets ging eten met zijn gemeenteleden, kwam hij er plotseling achter dat hij zijn preek die hij had voorbereid voor de middag, helemaal niet meer kon herinneren.

Hij probeerde het zich weer voor de geest te halen, maar dat hielp niet. Want hij kon zelfs geen detail van de preek herinneren. Maar juist op dat moment viel er een stuk brandend hout uit de haard, en opeens schoot Zacharia 3:2 in zijn gedachten:

‘Maar de Here zei tegen Satan: ‘Ik verwerp uw beschuldigingen, Satan. Want Ik, de Here, heb besloten genadig te zijn voor Jeruzalem. Daarom bestraf Ik u. Ik heb Jozua en dit volk genade geschonken. Zij zijn als een stuk brandend hout dat uit het vuur is gerukt.’’

Nadat Spurgeon daarover had gesproken, zeiden enkelen van zijn gemeenteleden dat ze veranderd waren door het woord dat hij had gebracht.

Eind 1853 werd Spurgeon gevraagd om predikant te worden van een baptistengemeente aan de New Park Street in Londen. Deze kerk had weinig leden en de baptistengemeente wilde de kerk daarom ook sluiten. Maar toen de jonge Spurgeon daar begon te spreken, namen het aantal bezoekers en bekeerden snel toe.

Spurgeon had veel succes en je kon zien dat Gods zalving op hem was. Dit maakte Spurgeon niet trots, maar juist nederig. Wie was hij om van zoveel mensen de leider te zijn?

In deze gemeente was er een zekere Pat, die een vraag had: ‘Hoe kan God tegelijkertijd rechtvaardig zijn en barmhartig? Want God is rechtvaardig en moet mij straffen, omdat ik gezondigd heb. Maar God is ook barmhartig, zegt u, en wil mijn zonden vergeven. Hoe kan Hij dit tegelijk zijn?’

Spurgeon antwoordde: ‘Dat komt door het bloed van Christus. Ik zal het je uitleggen. Stel je eens voor dat je iemand had vermoord en de rechter je de doodstraf zou geven.’ ‘Dan zou ik dat dubbel en dwars verdienen!’ riep Pat uit. ‘Maar Pat, stel je nu eens voor dat ik naar de koningin ging en zei: ‘Majesteit, geef mij de doodstraf in plaats van hem’, en dat de koningin dat zou toestaan. Zou de politie je dan later nog kunnen oppakken om je hiervoor te veroordelen?’

‘Ik denk het niet,’ zei Pat, ‘want u had zich in mijn plaats laten straffen!’ ‘Beste vriend,’ zei Spurgeon, ‘dat is nu ook waardoor wij verlost worden! God heeft onze straf op Christus gelegd. Als je dat gelooft, ben je gered en kun je blij verder gaan.’ En dat deed Pat.

Zijn kerk in Londen werd steeds voller en moest vergroot worden, zodat er genoeg plaats zou zijn voor iedereen. Tijdens de verbouwing werden de diensten in de Exeter Hall gehouden. In een krant werd hierover een artikel geprint:

‘Je kan met gemak zien hoe groot de populariteit van Charles Spurgeon is. Want ook al is hij nog maar een jonge man, de zaal waar normaal 4.000 tot 5.000 mensen in passen, was bomvol.’

Tags: