Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Fanny Crosby DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Fanny Crosby.

In 1845 begon de heer Root muziekles te geven aan het intituut. Hij had al heel wat mooie en populaire liederen op zijn naam staan. Als hij een melodie had, schreef Fanny er de woorden bij. Zo schreven ze samen een cantate, ‘The Flower Queen’ (De Bloemenkoningin), vermoedelijk de eerste Amerikaanse cantate. Maar het zou niet haar laatste zijn.

In 1858 verliet Fanny het blindeninstituut, waar ze eerst acht jaar leerling was en vervolgens vijftien jaar lerares. Ze vond het jammer om afscheid te nemen van zoveel vrienden. Het was een vruchtbare tijd geweest. Haar beste gedichten waren verzameld in drie boeken.

In datzelfde jaar trouwde Fanny met de heer Alexander van Alstyne, die ze op het instituut had leren kennen en die een begaafd muziekleraar was. Hij schreef de muziek bij verschillende liederen van Fanny en hij hielp haar en gaf haar advies. Ze waren samen vele jaren gelukkig, tot Alexander in 1902 overleed.

In de periode rond 1860 was de naam William B. Bradbury bekend bij alle muziekliefhebbers. Vooral was hij geliefd als componist van mooie gezangen. Via een predikant, ds. Stryker, leerde Fanny Bradbury kennen. Na hun eerste ontmoeting bezorgde ze hem al na drie dagen een gedicht. Hij schreef daar muziek bij en gaf het uit. Meer dan veertig jaar lang zou Fanny met hem en zijn opvolgers samenwerken.

In 1870 leerde Fanny twee evangelisten kennen: Moody en Sankey. Voor hen schreef zij ook een groot aantal liederen. Moody vroeg haar eens wat haar liefste wens zou zijn. Hij dacht dat Fanny zou zeggen: ‘Dat ik weer kon zien.’ Maar haar antwoord was: ‘Dat ik de rest van mijn leven blind mag blijven, zodat de eerste die ik zal zien, Jezus zal zijn!’

Haar moeder, die haar zoveel jaren tot troost was geweest, ging in 1890 op 91-jarige leeftijd vredig heen. Ook deze gebeurtenis bracht Fanny ertoe een gedicht te schrijven. De meeste gedichten kwamen tot stand in lange nachten. Dan kon het dagelijkse werk haar niet afleiden.

Soms vroeg een componist haar: ‘Wat zegt deze melodie u?’ Dan werd ze soms geïnspireerd om iets te schrijven. Zo stelde ook een vriendin van Fanny haar die vraag, nadat ze een paar keer een wijsje had gespeeld op de piano. Het antwoord van Fanny werd een van haar ontroerendste liederen: ‘Blessed assurance, Jesus is mine’. (In het Nederlands is dit lied bekend als ‘Volle verzeek’ring’, een lied uit de bundel van Johannes de Heer.)

Een andere keer speelde de heer Sankey een mooie wijs op de piano en vroeg aan Fanny: ‘Waarom zou je hier niet een gedicht bij schrijven voor vanavond?’ Die dag had ze geen inspiratie. Maar de volgende dag speelde ze die melodie enkele keren, waarna de woorden vanzelf kwamen: ‘O child of God, wait patiently’ (‘O kind van God, wacht geduldig’).

Veel van de liederen die Fanny schreef, hebben een grote invloed gehad op de mensen die ze zongen of hoorden. Zo ook het lied ‘Safe in the Arms of Jesus’. (In het Nederlands is dit lied bekend als ‘Veilig in Jezus’ armen’.)

Het dochtertje van een van de gemeenteleden was ernstig ziek en de dominee kwam langs om te kijken hoe het met haar ging. Terwijl hij onderweg was, kwam de vader van het meisje hem tegemoet. De dominee vroeg verbaasd wat er aan de hand was. Hij dacht dat het meisje misschien al was heengegaan. Maar gelukkig was dat niet het geval.

De vader vertelde dat het meisje vroeg of hij het lied ‘Veilig in Jezus’ armen’ kon zingen. Maar hij kon het niet, want hij had nog nooit gezongen. Dus zei de dominee dat hij het wel kon zingen. Terwijl de dominee het lied zong en bij de laatste regel aangekomen was, blies het meisje haar laatste adem uit. Zij was veilig in Jezus’ armen.

Een ander verhaal dat met dit lied te maken heeft, speelde zich af op een boot. Er was een zeekapitein die altijd diensten hield aan boord van zijn schip. Hij merkte op dat er steeds een man was die niet met het lied ‘Veilig in Jezus’ armen’ meezong. Ten slotte ging de kapitein naar hem toe en vroeg of hij de samenkomsten niet prettig vond. De man antwoordde: ‘O, jawel, maar ik ben niet veilig in Jezus’ armen. Dus daarom kan ik het niet meezingen.’ De kapitein bad met hem. Als direct gevolg van dat gesprek, zong de matroos de volgende keer mee met de anderen.

Fanny Crosby schreef ongeveer 8.000 liederen en gedichten. Bijna allemaal met een boodschap van geloof, hoop, liefde en verlossing. Ze schreef nooit om het geld. En als ze wat kreeg, gaf ze het meestal weg. Door haar liederen werden mensenharten bewogen en mensenlevens veranderd.

Fanny werd vaak uitgenodigd voor het houden van spreekbeurten, waardoor ze voor velen een levend getuigenis was. In haar 86e levensjaar stelde ze een boek samen van al haar ervaringen. Deze levensbeschrijving is werkelijk een schitterend boek van herinneringen geworden.

Op hoge leeftijd kon Fanny Crosby dankbaar terugzien op een vruchtbaar leven, waarin ze door middel van woord en lied anderen zonneschijn in hun leven had kunnen brengen. In 1915 overleed ze op 95-jarige leeftijd in de volle zekerheid van haar redding in Jezus Christus.

Lees ook: ‘Getuigen van Jezus: Dwight L. Moody’

Tags: