NL-online-gladys-aylward

Getuigen van Jezus: Gladys Aylward DEEL 2

Gladys Aylward (1902-1970) had al op jonge leeftijd een groot verlangen om zendelinge in China te worden. Ondanks de obstakels op haar weg, liet ze haar roeping niet los. Ze spaarde elke cent die ze kon verdienen en vertrok naar China, waar ze meer dan twintig jaar als zendelinge actief zou zijn.

Vlucht naar de stad Sian
In die tijd was de mandarijn van Yangcheng tot geloof gekomen. In het bijzijn van de hooggeplaatsten van de stad verklaarde hij dat hij voortaan de God van de christenen wilde liefhebben en dienen. Later moest ze in een ander dorpje tijdelijk de zendingspost waarnemen. Ook daar ontstond een klein ziekenhuis. Het nieuws dat ‘het kleine vrouwtje’ met haar wonderbare God in het dorpje verbleef, veroorzaakte een stroom van hulpzoekenden.

Later werkte ze in de stad Tsechow. In het voorjaar van 1940 werd deze stad aangevallen door de vijand. Gladys wilde haar post daar niet verlaten, omdat er zo veel op haar schouders rustte. Zoals het verzorgen van gewonden en van de vele kinderen die in het zendingsstation gebracht waren.

Ze gaf informatie door aan het nationalistische leger onder leiding van Chiang Kai Shek. Zijn vrouw had een fonds voor oorlogswezen opgericht. De helft van de ongeveer tweehonderd kinderen werd naar de stad Sian vervoerd. De legerleiding raadde haar dringend aan de stad Tsechow te verlaten. Bij haar ontsnapping liep ze een schampschot op, maar ze bereikte veilig ‘de herberg van het zesde geluk’. Het gebouw was niet veel meer dan een ruïne, met een wirwar van gevluchte kinderen.

De Japanners zouden met Gladys en de kinderen geen medelijden hebben, omdat ze haar ervan verdachten in de ondergrondse te werken. Gladys besloot de volgende morgen vroeg met de overige honderd kinderen naar Sian te gaan. De twee koelies van de mandarijn trokken mee, voorzien van mandjes rijst. Ieder had zijn beddengoed op de rug gebonden en verder het traditionele kommetje en de eetstokjes.

Het was een zware reis vol moeilijkheden. Op zeker moment raakte de voorraad water en eten op. Er waren alleen maar wilde en kale bergen voor hen.

Op de zevende dag ontmoetten ze een afdeling nationalistische soldaten, die hen van het nodige voorzagen. Maar elke volgende dag had iets weg van een nachtmerrie, met toenemende klachten over honger, dorst, pijn en afmatting. Eindelijk bereikten ze na een lange, eentonige reis de stad Sian, waar ze voorlopig onderdak vonden. Later werden ze met de trein naar Fufeng gebracht. In dit toevluchtsoord mochten deze oorlogswezen onder Gods zegen een nieuw leven beginnen.

Terugkeer naar Engeland
Na een ernstige ziekte ging Gladys weer aan het werk. Het duurde lang voordat ze helemaal hersteld was. Ze liep weer van de ene zendingspost naar de andere. Op een van haar reizen kreeg ze bericht dat ze naar Engeland mocht terugkeren. Ook daar was haar getuigenis nodig.

Inmiddels was het 1947 en het zou nog drie jaar duren voor zij de reis kon aanvaarden. In die tussentijd maakte zij de overname van de macht mee door de communisten, die niet aarzelden om honderden belijdende christenen te doden.

Snel na haar aankomst, trok ze Engeland door om lezingen te houden en diensten en bidstonden te houden. Als Chinese vrouw moest ze zich telkens bij de vreemdelingenpolitie melden, waar ze steeds dezelfde Chinese mannen en vrouwen ontmoette. Dat zorgde voor vriendschappen en bijeenkomsten.

Bediening in Taiwan
Toch bleef China haar trekken. In 1957 ging Gladys naar het toentertijd door de nationalisten bestuurde eiland Formosa, nu Taiwan. Daar ontmoette ze tot haar blijdschap enkelen van haar vroegere kinderen, die zelf ook blij waren om hun ‘Ai-Weh-Toh’ weer te zien. Gladys kon op Taiwan hetzelfde zendingswerk doen als eerder in Noord-China. Ze bezocht de dorpen rondom de stad Taipei en trok later de bergen in. Ze hield diensten in het Chinees en Engels op de Amerikaanse basis bij Taipei.

Toen ze op een avond thuiskwam, merkte ze tot haar schrik dat de voordeur open stond. Binnen kwam ze tot de ontdekking dat er een baby te vondeling was gelegd. Dat jongetje ging ze verzorgen. Daarmee begon ze haar tehuis voor weeskinderen, dat later de naam ‘The Gladys Aylward Children’s Home’ kreeg.

Haar roeping en haar werk hadden zo veel bekendheid gekregen, dat er al enkele boeken over haar waren verschenen. In 1958 werd een prachtige speelfilm over haar leven gemaakt, met als titel: ‘The Inn of the Sixth Happiness’ (De Herberg van het Zesde Geluk).

In 1963 werd Gladys uitgenodigd voor een bijeenkomst in Londen van oude zendingsvrienden. Daar mocht ze aanwezig zijn bij een lunch met de Britse koningin Elizabeth en prins Philip. Toen ze terugkeerde naar Taiwan, kreeg ze de hulp van een Engelse dame, die de administratie verzorgde. Met haar hulp beleefde Gladys een tijd van vrede en zegen.

Het einde van haar bediening
Tegen het einde van 1969 werd Gladys ziek. Het bleek longontsteking te zijn, maar de medische hulp kwam te laat. In 1970 overleed ze op 67-jarige leeftijd. Gladys mocht haar leven lang Jezus dienen.

Haar grote kracht, vastberadenheid en dapperheid had zij niet te danken aan haar eigen kracht. Haar geheim lag in haar geloof. Daarin was ‘de kleine vrouw’ groot.

Lees ook: ‘Martelaren voor Christus’

Tags:
Vorig artikel

Dit is mijn wonder: Marilyn

Volgend artikel

God dienen