Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Johannes de Heer DEEL 1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Johannes de Heer.

Johannes de Heer werd op 23 mei 1866 in Rotterdam geboren. Zijn vader was een smid en na de basisschool moest hij in de smederij van zijn vader helpen. Johannes hield veel van muziek en mocht uiteindelijk als 12-jarige jongen in een muziekhandel werken. Hier leerde hij de grondbeginselen van muziek. Dit zou later een belangrijk deel van zijn leven worden.

In 1889 trouwde hij met zijn vrouw. Hoewel ze onbekeerd waren, hadden ze een eenvoudig en gelukkig leven. Hun leven was gevuld met muziek, wat een belangrijk onderdeel van hun leven was. Ze gaven muzieklessen en schreven ook muziekstukken. Op zondag speelden ze een kaartspel, maakten ze muziek of gingen ze uit. De kerk of het geloof maakte geen deel uit van hun leven.

In februari 1891 werd hun eerste dochter geboren. Later kregen ze nog een jongen en een meisje. In november 1895 werd Dina, hun oudste dochter van 4 jaar, ernstig ziek. Hierdoor veranderde het leven van Johannes en zijn vrouw. Johannes zei hierover:

‘Wat konden mij nu al die concerten en opera’s schelen? Wat kon mij het geld verdienen interesseren! Waar bleef nu de troost van de muziek en die van het kaartspel en de muziekuitvoeringen?’

Dina werd zo ziek dat Johannes zelfs naar een hervormde predikant ging en om voorbede vroeg, ook al was hij zelf niet gelovig. Dit gebed had niet de uitwerking die ze verwacht hadden, want Dina overleed in januari 1896.

Maar het overlijden van hun dochter was een keerpunt in hun leven. Want Johannes en zijn vrouw wilden uiteindelijk daar zijn waar zijn dochter was. Niet lang daarna ontmoette hij christenen, die hem verder met de Bijbel bekend maakten. In het voorjaar van 1896 gaf Johannes zich over aan Jezus en werd hij gered.

In 1898 begon hij zijn eigen bedrijf. De bekende muziekhandel en uitgeverij bestaat na bijna een eeuw nog steeds onder zijn naam. Doordat hij zijn eigen bedrijf had, kon hij in zijn vrije tijd meer tijd besteden aan evangelisatie.

In 1904 vond er een grote opwekking plaats in Wales. God bewoog op wonderlijke manieren onder de mensen en velen kwamen tot bekering. Er werd gezongen en gebeden op straat. De verhalen van deze opwekking gingen de hele wereld over. Ook Johannes hoorde erover en ging naar Wales.

Terwijl hij in Wales was, bezocht hij de diensten van Evan Roberts, de man door wie God zo machtig werkte. Tijdens een dienst werd meegedeeld dat Evan Roberts niet kon komen. De dienst ging door en er werd een getuigenis- en zangdienst gehouden.

Verschillende getuigden. Ook Johannes gaf zijn getuigenis. Terwijl hij aan het getuigen was en op het podium stond, zag hij dat er iets op de muur tegenover hem werd geschreven in vlammende letters. De tekst die werd geschreven stond in 1 Koningen 5:9:

‘Mijn knechten zullen het van de Libanon naar de zee afvoeren, en ík zal er vlotten van maken voor vervoer over zee naar de plaats die u mij opgeeft. Ik zal ze daar losmaken, zodat u ze mee kunt nemen. Maar dan moet u mijn wens uitvoeren door voedsel voor mijn huis te geven.’

Niemand anders dan hij zag het. Deze tekst sprak hem aan, want jaren eerder had God hem ook dit vers laten zien. Op het moment dat hij deze tekst weer zag, wist hij dat hij volledig en alleen voor de Heer moest gaan werken. Toen hij terug was in Nederland, merkte hij dat Gods Geest ook hier werkte. In vele kerken en gemeentes was er een opwekking en velen kwamen tot geloof.

Johannes voelde nu ook de noodzaak van een zangbundel, een boek waarin alle liederen die gezongen werden, opgeschreven stonden. Hij was geïnspireerd door de geweldige liederen die ze in Wales zongen. In 1905 was de eerste bundel klaar en werd al snel gebruikt tijdens conferenties en samenkomsten.

In 1906 werd de Tentzending opgericht. Johannes reisde met een tent het land door en bracht het evangelie door te spreken en door de liederen die werden gezongen. In 1909 verhuisde hij naar Den Haag om daar als leider van het Stadsevangelie te gaan werken.

Zijn schoonzoon had inmiddels de muziekhandel overgenomen. In de volgende jaren begon Johannes de Heer meer aandacht te besteden aan de terugkomst van Jezus. Hij publiceerde een serie artikelen in het blad ‘Maranatha’, dat werd uitgegeven door de Tentzending.

In 1915 werd hij ernstig ziek. Men dacht niet dat hij deze ziekte zou overleven. Zijn begrafenis was al geregeld. Maar gelukkig was dit niet het einde van zijn leven. Hij werd wonderlijk genezen en kreeg zelfs een nieuwe roeping. Hij begon in 1919 met het uitgeven van het tijdschrift ‘Het Zoeklicht’. Het tijdschrift was gefocust op het onderzoeken van Gods Woord en de tekenen van de tijd. In 1920 en 1921 werden Maranatha-conferenties en lezingen gehouden  door het hele land.

Johannes de Heer verkondigde de boodschap van de komende Koning. Hij was samen met zijn vrouw in de bediening, tot haar overlijden in 1928.

Tags: