Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: John Wesley DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van John Wesley, de stichter van de methodisten.

Op 1 januari 1739 was hij bij een samenkomst van een methodistengemeenschap, waarbij ook George Whitefield aanwezig was. Gods kracht kwam op machtige wijze over hen, waarbij zij allebei door de Geest aangeraakt werden. Deze gebeurtenis kan worden beschouwd als het begin van The Great Awakening (Het Grote Ontwaken).

Onder de kracht van de Geest begonnen Whitefield en de Wesley’s te preken. Er ontstonden verschillende methodistengemeenschappen die snel in aantal toenamen. Velen bekeerden zich tot God. De staatskerken begonnen zich tegen de methodisten te keren.

Whitefield begon in Bristol in de openlucht te preken, toen de kerken hem niet wilden laten preken. Duizenden mensen kwamen om hem te horen preken. Na een aantal weken stuurde Whitefield bericht naar Wesley of hij het werk in Bristol wilde voortzetten, zodat Whitefield ook naar andere plaatsen kon gaan.

Toen Wesley de grote groep mensen en hun honger naar het Woord van God zag, wist hij dat dit Gods weg was om het evangelie tot de mensen te brengen. Wesley besloot het voorbeeld van Whitefield te volgen. Deze ongebruikelijke manier om duizenden te bereiken, bracht het platteland in beweging en de prediker uit Oxford werd spoedig even bekend als Whitefield door zijn openluchtpreken.

Het opmerkelijke van deze bijeenkomsten was de diepe overtuiging van zonde die samenging met het werk van de Geest. Sommigen vielen als dood op de grond en smeekten God om genade. Dit gebeurde niet alleen met de doorgewinterde zondaars, maar ook met serieuze kerkleden, die beseften dat zij zich nooit aan Christus hadden overgegeven.

Wesley’s leer week in de hoofdzaken niet af van de leer van de staatskerk, maar legde de nadruk op de praktische kant van het evangelie. In die tijd was het christendom in hoge mate afgezwakt tot religie en rituelen. De persoonlijke ervaring ontbrak.

De openluchtpredikers legden juist de nadruk op het feit dat men zekerheid van het geloof kon hebben en op de noodzaak van een heilig leven. Het doel was om heilig te zijn zoals Jezus en te lijken op Hem door de leiding van de Heilige Geest. Het Grote Ontwaken verspreidde zich door het hele land als een heilig vuur van toewijding aan Christus. Hierdoor veranderde langzamerhand de manier waarop het geloof werd gezien en hoe het geloof deel uitmaakte van de maatschappij.

De prediking was eenvoudig en duidelijk. De mensen werden geconfronteerd met hun zondige bestaan. Vaak was het zo dat wanneer de valse hoop van goede werken werd weggevaagd, er een hevige zielenstrijd plaatsvond. Deze zielenstrijd had als gevolg dat de mensen oprecht spijt kregen van hun zonden en gingen geloven in de redding die Christus bracht, waardoor zij grote vreugde ervoeren. Deze vreugde werd een van de kenmerken van Het Grote Ontwaken.

Intussen liepen de officiële kerken leeg. De geestelijken waren woedend; ze noemden Wesley een gek, die dacht dat hij een Messias was en die de kerk zou vernietigen als hij de kans kreeg. Ze zeiden dat schreeuwen en flauwvallen niet van Gods Geest konden zijn.

Maar wat er ook werd gezegd, Wesley ging door met zijn opdracht. Er kwamen hysterische gevoelens vrij, maar de grote meerderheid ontving een werkelijk goddelijke ervaring. Hij schaamde zich niet voor het werk en overal reageerden de mensen uit alle rangen en standen op zijn boodschap.

Toen Wesley nog jong was, werd hij bewust van een enorme toename van drankgebruik onder de mensen. Maar door het evangelie werden mensen veranderd. Mannen die regelmatig stomdronken uit de herberg kwamen, dronken nu niet meer. Misdadigers kwamen tot bekering en deden eerlijk werk.

De kerk had de waarheid. Maar het probleem was dat ze alleen het Woord hadden, en niet de Geest die het Woord levend maakt. De nadruk van Wesley’s prediking lag op het geschikt maken van de mensen voor de toekomst. Wat een oogst van zielen was het! Na de eerste eeuw waren nooit zoveel mensen tot geloof gekomen.

In 1742 ging Wesley naar Newcastle. Dit was een belangrijke periode in zijn bediening. Toen hij daar aankwam, was hij bewogen over de situaties die zich daar afspeelden. Er was veel dronkenschap en de mensen vloekten. Het was zelfs zo dat de kinderen dit ook deden.

Maar weinigen hadden belangstelling voor godsdienst. Maar dat hield Wesley niet tegen om samen met zijn reisgenoot openluchtsamenkomsten te houden in het armste gedeelte van de stad. Al snel kwamen daar 1.500 mensen bij elkaar. Je kan wel zeggen dat de tijd rijp was voor een opwekking.

In zijn geboorteplaats Epworth kreeg hij geen toestemming om in de kerk te preken. Ook hier begon hij te spreken in de openlucht. Het resultaat van zijn preken was een geweldige beweging onder de mensen.

Het begin van de opwekking werd gekenmerkt door ernstige vervolgingen en soms ook gevechten. Uiteindelijk kreeg hij de overheid aan zijn kant, omdat de gewone mensen en koning George de Tweede grote voorstanders waren van Wesley’s boodschap.

John Wesley reisde heel wat af, te voet en te paard, soms met gevaar voor eigen leven. Tot in 1790 preekte hij, als 87-jarige, nog vaak. Maar ten slotte gaf zijn lichaam het op. 2 maart 1791 ging hij naar de Here. Op zijn grafmonument in de Londense Westminster Abbey staat:

‘God begraaft Zijn arbeiders, maar zet Zijn werk voort.’

We bidden dat deze woorden voor ons een hoopvolle belofte zijn!

Tags: