Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Jonathan Goforth DEEL 1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Jonathan Goforth, de boer die zendeling in China werd.

Jonathan Goforth werd op 10 februari 1859 geboren in de buurt van Thorndale in Canada. Zijn grootvader John was na het overlijden van zijn vrouw in 1840, vanuit Engeland verhuisd naar Canada met zijn drie zonen. Daar trouwde zijn zoon Francis, en Jonathan werd het zevende kind van zijn elf kinderen.

Het waren moeilijke tijden voor het hele gezin. Al op jonge leeftijd moest Jonathan helpen op de boerderij, waardoor hij niet naar school kon gaan. Toen Jonathan vijftien jaar was, kreeg hij de leiding over hun tweede boerderij. Na hard werken kon hij zijn vader de eerste oogst graan laten zien, waarop zijn vader naar hem glimlachte en hem hiermee beloonde. Jonathan zei hierover: ‘Zo zal onze hemelse Vader kijken als we Hem trouw zijn.’

Roeping en studie
Nadat hij een korte handelsopleiding had gevolgd, vervolgde hij het onderwijs in zijn woonplaats. De dominee die daar godsdienstles gaf, maakte zo’n indruk op hem dat hij toen zijn hart aan Jezus gaf. Jonathan werd lid van de kerk en begon al gauw zelf met het leiden van zondagavonddiensten in een oud schoolgebouw. Hij begon te beseffen dat het zijn roeping was om zendeling in het buitenland te worden.

Na een tijdje lessen in Latijn en Grieks te hebben gekregen van de dominee, ging hij naar het Knox College in Toronto. Al op de eerste dag verkondigde hij het evangelie in de sloppenwijken. Hij begon in de gevangenis waar een man op een keer riep: ‘Ik geloof niet dat er een God is!’ Jonathan was rustig en vriendelijk. Na een moment van diepe stilte, liep Jonathan naar zijn cel en zei tegen hem: ‘Nu, beste vriend, in dit boek wordt over jou gesproken.’

De man begon vol ongeloof te lachen. Maar Jonathan las hem het eerste vers van Psalm 14 voor: ‘Een dwaas zegt bij zichzelf: ‘Er bestaat helemaal geen God.’’ Na hard gelach van de gevangenen, sprak hij daarover verder. Vervolgens gaven enkelen van hen hun leven aan Jezus.

Twee jaar lang werkte hij samen met de straatzending en werd toen stadszendeling. Hier verdiende hij geen geld mee. Toch voorzag God door wonderbare gebedsverhoringen in wat hij nodig had.

Zo had hij eens dringend een nieuw pak nodig, terwijl hij niet eens genoeg geld had voor een postzegel. Hij had hier speciaal voor gebeden. Het gebeurde dat de kleermaker zijn winkel uitkwam en riep: ‘Zeg Goforth, jou moet ik hebben! Kom binnen!’ Een klant had een kostuum geweigerd en dat paste Jonathan precies. Hij mocht het gratis meenemen.

Op de universiteit maakten de studenten hem het leven erg moeilijk als hij de verhalen vertelde over zijn sloppenarbeid, of liet merken dat hij totaal geen levenservaring had. Later begonnen ze hem te begrijpen en te waarderen. Toen hij naar China werd uitgezonden, steunden ze hem met geld en gebed. Deze steun maakte zijn beslissing om naar China te gaan makkelijker.

Hij kreeg al snel toestemming van het bestuur van de universiteit. Maar de toestemming van de Presbyteriaanse Kerk duurde wat langer. Hij stuurde honderden boekjes van Hudson Taylor naar allerlei predikanten. Door de boekjes en door de inzet van hemzelf en een aantal studenten, vond de kerk het ten slotte goed.

Jonathans huwelijk
In oktober 1887 werd Jonathan Goforth ingezegend en op de 25ste van die maand trouwde hij met Rosalind Bell-Smith. Zij was geboren in 1864 in Londen en drie jaar later met haar ouders naar Canada verhuisd. Tijdens een opwekkingsbijeenkomst gaf ze als twaalfjarig meisje haar leven over aan Jezus. In Toronto volgde ze de kunstacademie. Toen ze 19 jaar was, begon ze te bidden dat een eventuele echtgenoot zich helemaal aan de Heer en Zijn dienst zou hebben toegewijd.

Als organist hoorde en zag ze Jonathan voor het eerst spreken als stadszendeling. Ze wist zeker dat ze met die man wilde trouwen. Ze konden het al snel goed met elkaar vinden. Toen Jonathan haar ten huwelijk vroeg, vervolgde hij met de vraag:

‘Wil je mij beloven dat je het toestaat dat ik de Heer en Zijn werk altijd op de eerste plaats zet, zelfs voor jou?’

Dat wilde Rosalind, altijd. De eerste proef die ze daarbij moest doorstaan, was wel dat hij geen geld had voor een trouwring. Dat geld had hij namelijk nodig voor zijn China-boekjes!

Vertrek naar China
Op de avond van 19 januari 1888 vertrok de trein, terwijl men zong: ‘Voorwaarts, christenstrijders!’ Zijn nieuwe leven was begonnen en daarmee de training van Rosalind. Na een barre zeereis van veertien dagen, kwamen ze eind februari in Shanghai aan. Daar was voor onderdak gezorgd.

Ze kregen daar te horen dat het gebied ten noorden van de Gele Rivier, Noord-Henan, aan hen was toegewezen als zendingsgebied. Hun eerste kennismaking met Shanghai bestond uit een rondleiding door het ‘opiumpaleis’. Later hoorde Goforth dat dit voor de Chinezen het ‘verre land’ was uit de gelijkenis van de verloren zoon.

Enkele maanden later kreeg Rosalind haar eerste les in echt geven. Goforth merkte eind april dat ze hun tienden voor dat jaar al na zes maanden hadden gegeven. Rosalind was ervan overtuigd dat ze tot het eind van het jaar niets meer hoefden te geven. Maar Goforth vond dat het juist was om weer opnieuw te beginnen met geven, omdat de Heer zoveel voor hen gedaan had. Daarom gaven ze dat jaar een vijfde deel van hun inkomen aan God.

In de loop der jaren raakte zijn vrouw eraan gewend om van de helft van hun inkomen rond te komen. En na verloop van tijd kon zij rondkomen van dat wat noodzakelijk was voor hun levensonderhoud.

Zendingsveld
Op 12 augustus 1888 werd Gertrud geboren. Inmiddels was Goforth bezig met het leren van de Chinese taal. In september van dat jaar bezochten ze hun zendingsgebied in Noord-Henan. In die dagen kregen ze een brief van Hudson Taylor, waarin hij schreef: ‘Broeder, als je dit gebied wil ingaan, moet je verdergaan op je knieën.’ Dat werd de slagzin van de Noord-Henan zending. Kort hierna arriveerde ds. Donald McGillivray uit Canada, zijn beste vriend van het Knox College.

Een oude en ervaren zendeling raadde Goforth aan om niet meteen over Jezus te spreken, omdat de Chinezen iets tegen die naam hadden. Hij zei dat Goforth moest beginnen met het vernietigen van de valse goden. En als er een tweede kans was, moest hij over Jezus praten.

Hoewel Goforth nog geen vloeiend Chinees sprak, begon hij vanaf het begin over de gekruisigde Jezus te preken. En al meteen werden er zondaars gered. Altijd had hij een open Bijbel in zijn hand en noemde die steeds: ‘het geschreven Woord van de enige ware God’.

Toen jonge zendelingen hem naar het geheim van de vele bekeringen vroegen, antwoordde hij:

‘Ik geef God gewoon een kans om mensen door Zijn eigen Woord aan te spreken. Mijn enige geheim om hun harten te bereiken, is ze hun nood te tonen en ze te vertellen dat er een Verlosser is die hen volkomen kan redden. Als een zondaar eenmaal ziet dat geen vlees voor God gerechtvaardigd kan worden door werken van de wet en dat hij Gods gerechtigheid alleen kan verkrijgen door het geloof in de Here Jezus Christus, dan geeft hij zich gewillig over.’

Dat was het geheim van Luther, John Wesley en zeker van D.L. Moody. Om het ‘zwaard van de Geest’ met kracht te kunnen gebruiken, deed hij dagelijks Bijbelstudie.

Lees in deel 2 over het verdere leven van Jonathan Goforth.

Tags:
Vorig artikel

God wil je genezen! DEEL 2

Volgend artikel

Nieuw Leven November