Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Jonathan Goforth DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Jonathan Goforth, de boer die zendeling in China werd.

Ziekte en wonderen
In juli 1889 werd de hitte overweldigend en brak door de slechte hygiënische toestand dysenterie uit. Helaas overleed hun dochtertje Gertrud, hun eerste kind, aan deze ziekte. Maar ze lieten zich hierdoor niet ontmoedigen en begonnen na de begrafenis weer met hun taalstudie.

Goforth zag zichzelf als zendeling mislukken als er geen wonder gebeurde met zijn taalkennis. Zijn gebed werd wonderlijk verhoord. Het was alsof de ruggengraat van de taal gebroken was. Vanaf dat moment had hij er nooit meer een probleem mee.

In december van dat jaar werd Donald geboren, die echter in juli 1891 stierf. Enkele maanden daarvoor was Paul geboren. In augustus verhuisden ze van Linching naar Chuwang, een miserabele plaats van een verzameling van bouwvallige lemen hutten.


Het land rondom was een toonbeeld van armoede en droogte. Toch was het hun eerste post in Noord-Henan. De haat tegen vreemdelingen werd steeds duidelijker. In het zuiden werden zendelingen wreed vermoord. Maar Goforth en zijn partners gingen door met preken en genezen in geloof.

De nieuwe zendingspost
Die periode in Chuwang was één van donkere dalen en heldere hoogten. Goforth overleed bijna door tyfus. In januari 1893 werd Florence geboren. Maar in de zomer van dat jaar was het intens heet, waardoor de kleine Paul ernstig ziek werd. Gelukkig veranderde het weer en werd hij net op tijd gered. Twee jaar later mochten ze buiten de muren van de belangrijke plaats Changte een zendingspost openen.

Tijdens Goforth’s eerste verlof gingen ze naar Canada, waar hij vele samenkomsten hield. In de herfst ging hij terug naar Henan, want daar lag zijn hart. Zijn vrouw met hun drie kinderen, waaronder de pasgeboren Helen, kwamen het volgende voorjaar terug.

Eind 1895 was het permanente zendingsgebouw klaar. In april 1896 waren er al 25.000 mensen geweest aan wie zij het evangelie hadden gepreekt. Ze preekten gemiddeld wel acht uur per dag! In 1897 was hun nieuwe huis klaar. Aan de buitenkant zag het er Chinees uit, maar vanbinnen was het net een bungalow.

Voor de Chinezen waren de luiken, de glazen ramen, het traporgel, de naaimachine, zelfs het keukenfornuis met een echte schoorsteen, allemaal wonderzaken! Om het hun Chinese dorpsgenoten gemakkelijk te maken, hielden de Goforth’s telkens ‘open huis’. Dat kostte hun wel heel wat messen, vorken, lepels en scharen, want die namen de bezoekers vaak mee naar hun eigen huis.

In de herfst van 1899 kwamen er zelfs meer dan 2.000 bezoekers op één dag. Rosalind was bezig met honderden vrouwen, waardoor ze het orgel niet kon bespelen. Jonathan kon het orgel niet bespelen, maar daardoor liet hij zich niet tegenhouden. Hij probeerde van alles en trapte zo hard hij kon op de pedalen en liet zijn handen gewoon met volle kracht over de toetsen glijden.

De vele Chinezen vonden dit geweldig en vonden dat hij zelfs beter dan zij kon spelen. Later zeiden de gasten: ‘Zij behandelden ons als vrienden.’

Vluchten voor de Boksers
In de zomer van 1898 verloren ze hun dochtertje Gracie. In oktober werd Paul ernstig ziek. Nadat hij hersteld was, kreeg Goforth geelzucht, die hem ernstig ziek maakte. God verhoorde hun gebeden en beiden werden helemaal gezond.

Begin 1900 waren er in het gebied van Changte meer dan vijftig christelijke gemeenschappen. In de volgende periode van hitte en droogte werd de zevenjarige Florence ziek en overleed in die zomer. Vlak daarna moesten ze, op dringend verzoek van de Amerikaanse consul, vluchten in verband met de opstand van de Boksers.

Onderweg werden ze aangevallen en bestolen, waarbij enkelen van de groep ernstig gewond raakten, waaronder Goforth. Ze trokken naar een dorpje vlakbij, waar ze door de moslimbevolking werden opgevangen. ‘Waarom doe je zo aardig?’ vroegen ze hun. ‘Onze God is uw God en we zouden niet recht tegenover Hem staan als we bij de aanvallers hadden behoord’, klonk het antwoord. Werkelijk, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.

Na een lange tocht bereikten ze Shanghai, waarvandaan ze per stoomschip met verlof naar Canada voeren. Ook nu ging Goforth eerder terug naar China om daar de zendingspost te herbouwen. In juli 1902 vertrok Rosalind met haar vijf kinderen, waarvan ze er in oktober 1902 weer een in China moest afstaan.

Opwekking in Manchuria
In 1904 ontstond in China, evenals in Wales, een opwekking die jaren aanhield en waarbij duizenden tot geloof kwamen.

Later werd Goforth’s zendingsgebied naar het noorden verplaatst. Zijn gezondheid verslechterde door de jaren heen, maar hij preekte door tot zijn laatste levensdag. In de nacht van 7 op 8 oktober 1934 nam de Heer hem in zijn slaap tot Zich in Zijn heerlijkheid.

Een vriend schreef over hem:

‘Zijn echt en eerlijk geloof in God heeft hij aan anderen doorgegeven. Evenals zijn Meester, ging hij rond goeddoende. Jonathan Goforth is dood wat de wereld betreft, maar hij is niet dood, want zijn geest leeft niet alleen in die betere wereld, maar in de levens van hen die hij heeft aangeraakt.’

Dat dit ook eens van ons gezegd mag worden!

Lees ook: ‘China voor Christus’

Tags: