Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Maarten Luther

God heeft veel mannen en vrouwen op een buitengewone manier gebruikt om velen te bereiken met het goede nieuws. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van Maarten Luther, de grote hervormer.

Maarten Luther werd op 10 november 1483 geboren in Eisleben (Saksen). Zijn vader verdiende goed door de kopermijnbouw, waardoor hij zijn zoon kon laten studeren. Hij wilde graag dat Maarten Rechten zou studeren.

Luthers studie

Maar Maarten begon als eerst theologie en letteren te studeren aan de Universiteit van Erfurt. De nadruk van de studie lag op de wil van de mens om het goede te doen. Dit was dan ook een van de redenen waardoor hij later in conflict was met zichzelf over het geloof. Nadat hij geslaagd was van deze studie, begon hij in 1505 Rechten te studeren.

Hoewel Luther succesvol was in zijn studie, had hij last van depressie. Hij ervoer zo’n druk op hem, omdat hij niet zeker wist of zijn zonden vergeven waren. Het maakte niet uit dat hij naar de kerk ging, want dat gaf hem geen rust. De kerk predikte voornamelijk over de hel om zo mensen te intimideren om naar de kerk te blijven gaan. Hierdoor begon Luther zich af te vragen of het kloosterleven een antwoord zou geven op zijn onzekerheid over vergeving.

Hij ervoer zo n druk omdat hij niet wist of zijn zonden vergeven waren

Misschien was het zo dat hij daar op 2 juli 1505 ook aan dacht. Want terwijl hij met een vriend onderweg was naar het huis van zijn ouders, begon het vreselijk te onweren. De bliksem was zo dichtbij en het donderde verschrikkelijk. Tijdens dit vreselijke onweer viel Luther op de grond. Hij begon te bidden tot de maagd Maria en alle heiligen, die hij had leren vereren. Hij riep uit: ‘Help mij, heilige Anna, dan zal ik een monnik worden.’

Het kloosterleven

Nadat hij veilig thuis was gekomen, deed hij wat hij beloofd had. Hij meldde zich op 16 juli bij het Zwarte Klooster van de strenge orde van de Augustijner Heremieten. In het klooster begon hij weer theologie te studeren. Hij werd als priester aangesteld en ontving daarna zijn eerste theologische graden aan de universiteit van Wittenberg.

In 1510 maakte Luther een pelgrimstocht naar Rome. Bij terugkomst werd hij prior in het klooster in Wittenberg. Hier kreeg hij een kamer in de toren, wat tot zijn dood zijn studeerkamertje bleef. Luther promoveerde tot doctor en zijn prior Johannes von Staupitz benoemde hem tot hoogleraar van de theologie.

Meer dan 30 jaar lang gaf Luther twee of drie uur les per week. Daarnaast was hij niet alleen priester in het klooster, maar ook in de stadskerk. Naast zijn priesterschap schreef hij vele publicaties en gaf veel les.

De verkoop van aflaten

Tijdens de voorbereiding van een les, ontdekte hij iets wat fundamenteel verkeerd was in de leer van de kerk. In de Romeinenbrief ontdekte Luther dat Gods schenkende gerechtigheid centraal moet staan in de kerk en niet Gods eisende gerechtigheid. Geen mens kan zichzelf rechtvaardigen voor God. Alleen het geloof in Jezus kan de mens rechtvaardigen.

Inmiddels was in 1513 Leo X tot paus gekozen. Zijn aandacht ging voornamelijk uit naar kunst en letteren, grote feesten en politieke intriges. Hierdoor verwaarloosde hij de dringend nodige en algemeen gewenste kerkhervorming. Ook nam de verkoop van aflaten toe om financiële tekorten tegemoet te komen.

Aflaten kocht je om kwijtschelding te krijgen van bepaalde straffen waarvoor je naar de hel zou gaan. In Saksen vergrootte monnik Tetzel de verkoop van aflaten. De opbrengst van de aflaten was voor de bouw van de Sint-Pieter in Rome. De paus wilde dat de Sint-Pieterskerk de grootste kerk ter wereld zou worden.

De verkoop van aflaten stuitte Maarten Luther tegen de borst en hij begon zich ertegen te verzetten. De aflaten waren dan ook een reden dat Luthers studenten begonnen in te zien dat Luthers standpunten klopten.

De 95 stellingen

Luther ontdekte dat Tetzels oog alleen was op het geld en niet op de de redding van zielen. Dus besloot Luther er iets aan te doen, door zijn bekende 95 stellingen te schrijven. Hij spijkerde de 95 stellingen op de kerkdeur van de slotkapel van Wittenberg. Al snel werden ze verspreid door heel Duitsland.

Eén van Luthers stellingen was dat als de paus zielen kon bevrijden uit het vagevuur, hij dit moest doen uit liefde. Zonder dat hij er geld voor vroeg. Luther wilde de kerk niet aanvallen met de stellingen, want hij was nog steeds rooms-katholiek. Hij dacht dat de paus niet op de hoogte was van wat Tetzel deed.

De paus maakte zich eerst niet druk over de stellingen. Het maakte hem niet uit dat de stellingen gedrukt, verspreid en besproken werden. Hij zei dat de ‘dronken priester’ wel anders zou denken als hij nuchter was. Maar toen hij hoorde over de opschudding die de zaak veroorzaakte, bekeek hij het anders. Hij beval dat Maarten Luther van zijn functie moest worden ontheven en voor kardinaal Cajetanus in Augsburg moest verschijnen.

Lees hoe het verder gaat in deel 2.

Tags:
Next Post

Hoe staat de Kerk er vandaag voor?