Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Maria Woodworth-Etter DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Hierdoor hadden ze een grote impact op de mensen om hen heen in de tijd waarin ze leefden en ook op ons vandaag. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Dit keer gaan we dieper in op het leven van Maria Woodworth-Etter, de moeder van de pinksterbeweging.

Nadat Maria vervuld was met de kracht van de Heilige Geest, wilde zij zich verder voorbereiden voor haar roeping door naar een Bijbelschool te gaan. Maar in een visioen maakte de Heer haar duidelijk dat ze aan het werk moest gaan.

Ze moest de mensen vertellen wat de Heer voor haar had gedaan. Ze moest spreken van de heerlijkheid van God en de liefde van Jezus. Ze moest zondaren vertellen dat ze zich moesten bekeren. Ze moest overal naartoe waar mensen verloren dreigden te gaan.

Telkens als zij ergens ging spreken, gaf de Heer haar een tekst in gedachten. Zodra Maria daarover begon te spreken, raakte ze haar mensenvrees kwijt. Toen ze voor het eerst sprak in een dienst, kwam haar schoonzus tot bekering, en daarnaast ook vele anderen, waaronder ook haar aanstaande schoonzoon.

Het werk van Maria werd bijzonder gezegend. Overal waren de kerken en zalen vol. Ze schreef geen preek op, zelfs geen hoofdpunten. Ze vertrouwde helemaal op Gods leiding. Maar op een avond dat ze weer moest spreken, had Maria geen tekst van de Heer gekregen. De zaal stroomde vol en Maria wist niet wat ze moest doen. Ook hoorde ze dat er broeders zouden komen, die haar eerst niet toestonden om te spreken.

Hierover zegt Maria: ‘Daar stond ik dan voor honderden mensen, en ik had geen tekst – niets om over te spreken. Ik was helemaal leeg vanbinnen. Ik begon bij Jezus te pleiten. Ik zei tot Hem dat Hij het was Die mij geroepen had om te prediken, dat hier deze hongerige menigte zat, terwijl ik geen brood had om haar te geven.’ Toen gaf Hij mij de woorden: ‘Maar wat moet ik dan doen met Jezus, die Christus wordt genoemd?’ (Mattheus 27:22). Het was of Jezus in mijn oor fluisterde: ‘Ik ben met je, wees niet bevreesd.’

Maria opende de samenkomst en herhaalde de tekst. Daarbij viel de kracht van God op haar. Ze hoefde alleen maar haar mond open te doen, en de woorden van leven stroomden eruit. Ze sprak wel vijf kwartier lang. Overal in de zaal begonnen de mensen te huilen. De zaal scheen vol te zijn van Gods heerlijkheid.

Over zulke ervaringen zei Maria eens: ‘Als de Heilige Geest in ons hart woont en door ons leven en onze daden heen schijnt, en als wij God op Zijn Woord geloven, dan zullen wij altijd en overal weten dat Zijn genade genoeg is. Dan zullen we ook zeker weten dat Hij ons iedere keer weer de overwinning geeft.’

In een van haar diensten waren er twee jongens aanwezig. Tijdens de dienst werden ze diep van zonde overtuigt. Maria ervoer dat dit hun laatste kans was en dit zei ze dan ook tegen hen. Ze vertelde hun dat de dood hen op de hielen zat. Hoewel ze van deze woorden schrokken, gaven ze zich niet over en bekeerden zij zich niet. Kort nadat de campagne afgelopen was, werden allebei de jongens ziek, en niet lang daarna overleden ze. Ze gingen zonder een straaltje hoop de eeuwigheid in.

In een andere plaats, Pleasant Mills in de staat Indiana, vond ze een gemeente die bijna helemaal verscheurd was. Er was strijd tussen de verschillende kerken. Maria dacht: ‘Geen plaats is te moeilijk voor de God van Israël.’ Op de eerste avond sprak Maria over de tekst: ‘Ik ben bezig een groot werk te doen en kan niet komen’ (Nehemia 6:3). Ze vertelde hun dat zij zich als broeders en zusters verbonden hadden om een huis voor de Heer te bouwen en dat iedereen daar een deel van was.

Ze nodigde hen uit om naar voren te komen om hun hulp aan te bieden, en zei dat het niet alleen een voorrecht was, maar ook een bevel van God, om Hem te helpen in de strijd tegen de machtigen (zie Job 35:9). Mensen van alle kerken kwamen, er was geen onderscheid meer, en velen ontvingen een aanraking van God. Tijdens de campagne van 16 dagen was de zaal overvol en kwamen tientallen tot bekering.

Maria maakte iets vergelijkbaars mee in Monroeville. In de plaatselijke gemeente was er nog weinig leven. Voordat ze begon, liet ze de zondaarsbank weer op zijn plaats zetten aan de voorkant van de zaal. Dit was de bank waar de mensen konden neerknielen om vergeving te vragen en waar zij zich konden bekeren.

Het was maar goed ook dat de zondaarsbank werd teruggezet, want al op de eerste avond stroomden de mensen naar voren in de overvolle kerk. Mensen bleven zich bekeren tijdens de drie weken durende campagne. Velen vielen door de kracht van de Geest. Tijdens deze campagne kwamen zo’n tweehonderd mensen tot echte bekering en zeker honderd gelovigen sloten zich bij een kerk aan.

Door haar bediening hoorden honderdduizenden de boodschap van vergeving en verlossing en ondervonden de kracht van Heilige Geest. Maria zei hierover: ‘Zoals de levende Vader Jezus gezonden heeft, en Hij door de Vader leefde, moeten ook wij leven door de kracht van God en het opstandigsleven van Christus in ons.’

In die kracht kon Maria, tot een jaar voor haar dood, campagnes leiden. Zij geloofde niet alleen in de redding van zielen, maar ook in de boodschap van genezing en bevrijding. Niet alleen werden duizenden gered, maar zeer velen ontvingen genezing van de meest uiteenlopende ziekten, zoals kankergezwellen, doofstomheid, galstenen, stemverlies, longontsteking en tuberculose. En sommigen stonden zelfs op van hun sterfbed.

Tags: