Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Maria Woodworth-Etter DEEL1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Hierdoor hadden ze een grote impact op de mensen om hen heen in de tijd waarin ze leefden en ook op ons vandaag. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Dit keer gaan we dieper in op het leven van Maria Woodworth-Etter, de moeder van de Pinksterbeweging.

Maria Woodworth-Etter werd op 22 juli 1844 geboren te New Lisbon, Columbia Country, in de staat Ohio van de Verenigde Staten. Haar vader overleed in 1856 aan een zonnesteek. Dat was haar eerste grote verdriet. Voor haar moeder was dit een grote tegenslag en schok, want ze bleef alleen achter met de zorg voor acht kinderen.

Maria’s vader was alcoholist geweest en had het meeste van zijn geld aan drank uitgegeven, hierdoor bleef het gezin achter in armoede. Niemand kwam hun familie te hulp, waardoor haar moeder werk moest zoeken. Hier hield het helaas niet op, want Maria en haar oudste zusjes moesten uit huis om te gaan werken. In de avond deed Maria wel haar best om thuis te studeren, omdat ze niet naar school kon.

Toen Maria dertien jaar was groeide in haar het verlangen om God te leren kennen. Tijdens een kerkdienst ging ze naar voren om haar hart aan de Heer te geven, maar pas toen ze zich de volgende dag in een riviertje liet dopen wist ze met zekerheid dat ze opnieuw geboren was.

Maria was heel blij met dit nieuwe leven. Ze bezocht zoveel mogelijk samenkomsten en ze voelde dat God haar riep om het evangelie te verkondigen. Maar bij de kerk waar ze naartoe ging, geloofden ze niet dat vrouwen daar recht op hadden. Maria dacht dat als ze trouwde met een toegewijde christen, dat ze dan misschien samen het evangelie konden verspreiden.

Een paar jaar later trouwde ze met meneer Woodworth en ze leefden samen op een boerderij. Ze dachten door hard te werken veel te kunnen verdienen, maar dat viel tegen. Ook ging haar gezondheid achteruit. Hierdoor kon ze weinig naar de kerk gaan en ondervond ze allerlei tegenslagen, vooral toen zijzelf en haar kinderen met ziektes te maken kregen.

Haar dochtertje Georgie kwam tot bekering toen ze ongeveer zeven jaar was. Ze was een grote troost voor haar moeder, die al twee kindjes verloren had. Helaas kreeg ook Georgie een ernstige ziekte, maar dat hield haar niet tegen om aan iedereen die bij haar kwam te vertellen over Jezus en Zijn liefde.

Maria vertelde later dat op ’t laatst haar gezichtje scheen met de heerlijkheid van de hemel en dat ze zei: ‘O mammie, ik zie Jezus en de engelen; ik zie m’n twee kleine broertjes, ze komen me halen’. Maria zei: ‘Toen ik afscheid moest nemen van mijn lieveling was het alsof ik zelf stierf. Maar Jezus was toen heel erg dichtbij mij’. Vlak daarna stierf ook haar kleine Gertie, toen ze maar vier maanden oud was.

Na die verdrietige gebeurtenissen ging het een tijdlang erg slecht met de gezondheid van Maria. Maar op een keer, in haar gebed voor redding van zondaars, verscheen Jezus aan haar. Hij sprak met haar over het prachtige huis in de hemelse stad, dat Hij aan het klaarmaken was voor iedereen die Hem liefhad. Hij stond haar toe haar kinderen in heerlijkheid te zien, zingend rondom Gods troon. Hierdoor werd ze getroost in haar pijn en verdriet.

Maria realiseerde zich dat, hoewel God haar geroepen had, dat zij ongehoorzaam was geweest. Nu begreep ze dat zij moest gehoorzamen of sterven. In vrijwillige overgave legde ze alles in Gods handen, ook haar leven. Ze beloofde God te zullen dienen als Hij haar zou genezen. Meteen na dit gebed begon haar herstel.

De eerste dag dat Maria naar een samenkomst ging om daar te getuigen, zag ze er verschrikkelijk tegenop, omdat ze erg verlegen was. Maar de Heer liet haar in een visioen een bodemloze put zien vol gejammer en geween. Vlak om de put heen stond een massa mensen, onbewust van het gevaar waarin ze verkeerden.

Zonder enige waarschuwing tuimelden ze in die vreselijke diepte. Maria stond boven de mensen op een smalle houten brug die met allerlei bochten naar de hemel leidde. Ze spoorde de mensen aan op die weg te komen, het licht boven haar te volgen en zo te ontsnappen.

Altijd wanneer de Geest haar in een samenkomst aanspoorde om te spreken, of te bidden, verzette Maria zich ertegen, maar zag dan dat visioen weer. Ze zegt hiervan:

‘Elke keer zag ik mensen verloren gaan in eeuwige ellende en dan hoorde ik Jezus fluisteren: ‘Ik ben met u, wees niet bang!’ Ik knielde neer en vergat alles, behalve mijn liefde voor God en voor verloren gaande zielen. God scheen door mij tot de mensen te spreken’

Hoewel Maria God gehoorzaam was, kreeg ze veel tegenstand van haar man en dochter en anderen familieleden en ook van predikanten. Want in die tijd vonden ze dat vrouwen niet hoorden te spreken.

Weer moest zij, drie jaar na Georgie, een kind afstaan: haar zoontje Willy van zeven jaar. Hij was een verstandige jongen en de lieveling van de hele buurt. Toen hij ziek werd, wist hij te weten dat hij niet meer beter zou worden. Hij nam van iedereen afscheid en zei dat hij naar Jezus ging.

Dat droevige verlies was haast te veel voor Maria, maar de Heer was nog dichterbij haar en droeg haar erdoorheen. Haar gedachten dwaalden vaak naar de gouden stad, waar ze haar lievelingen weer zou zien. Nu had ze van haar zes lieve kinderen nog een dochter over, Lizzie, die toen 16 jaar was.

Het werd voor Maria een tijd van beproeving, waarin God haar voorbereidde op haar taak. Ze had geloof en een rein hart dat vol was van Gods liefde, maar ze miste de bekwaamheid om Gods werk te doen. Om het werk te kunnen doen waar God haar voor riep, vroeg ze God om kracht.

Ze wilde dezelfde kracht als die Hij op de eerste pinksterdag aan de discipelen had gegeven. God beantwoordde haar gebed en liet de kracht van de Heilige Geest als een wolk op haar komen. Zij werd gedoopt met de Heilige Geest en het vuur en de kracht hebben haar vanaf dat moment nooit verlaten.

Tags: