Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: Smith Wigglesworth DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Hierdoor hadden ze een grote impact op de mensen om hen heen, de tijd waarin ze leefden en ook op ons vandaag. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Vandaag deel 2 van Smith Wigglesworth.

Smith Wigglesworth had van kleins af aan last van aambeien en slikte hiervoor medicijnen. Een predikant zei een keer dat als iemand medicijnen innam, die persoon niet genoeg op God vertrouwde voor genezing. Dit zat niet lekker bij Smith. Daarom besloot hij de medicijnen niet meer in te nemen.

Deze beslissing nam hij niet zonder risico. Want op het moment dat hij geen medicijnen meer zou innemen, zou hij bloedingen en infecties kunnen krijgen. De predikant beloofde voor hem te bidden op woensdag, want dan zouden de gevolgen van het stoppen met het medicijngebruik zichtbaar worden.

Zo vertrouwden beide mannen op God voor genezing. Die woensdag zalfde Smith zichzelf met olie. Later getuigde hij: ‘Mijn ingewanden werkten als die van een baby. God heeft mij helemaal genezen.’ Smiths geloof was een simpel geloof. Hij maakte het niet moeilijk en geloofde God op Zijn Woord.

Iemand vroeg hem of God ook van zeeziekte kon genezen. Smith antwoorde: ‘Natuurlijk kan God zeeziekte genezen. Het is een geest van vrees die jouw ziekte veroorzaakt. Ik beveel die geest uit je te gaan in de naam van Jezus.’ Na dit gebed heeft de man nooit meer last gehad van zeeziekte.

In 1904 brak in Wales een opwekking uit, die in 1906 oversloeg naar andere landen, waaronder de Verenigde Staten en Noorwegen. Smith hoorde in het najaar van 1907 dat er opwekkingsdiensten waren in Sunderland. Dit maakte hem nieuwsgierig, want hij wilde meer weten over het spreken in tongen.

Hij wist dat hij gedoopt was in de Geest, maar hij had nog niet de volheid van de Heilige Geest.  Vier dagen lang bezocht hij daar samenkomsten. Tijdens een gebedsdienst van het Leger des Heils viel hij drie keer op de grond door Gods kracht.

Op dinsdag 28 oktober om 11 uur ’s ochtends viel het vuur van de Heilige Geest op hem. Het brandde in hem tot hij helemaal rein voor God kon staan. Hij zag een leeg kruis en Jezus, die hij zo liefhad en aanbad, gekroond met heerlijkheid. Maar nog steeds sprak hij niet in tongen.

Mevrouw Boddy, de vrouw van de dominee, zei: ‘Je hebt geen tongen nodig, maar de doop.’ Op het moment dat zij voor hem bad, voelde hij hoe de kracht van de Heilige Geest bezit van hem nam op een nieuwe manier. Hij voelde zich helemaal schoon. Golven van aanbidding overspoelden hem, en hij begon God te prijzen in nieuwe tongen.

Toen wist hij met zekerheid dat hij de doop in de Heilige Geest had ontvangen, zoals op die eerste Pinksterdag. Smith ging meteen terug naar de samenkomst. Hij onderbrak Ds. Boddy en vroeg het woord. Iedereen luisterde met grote aandacht. Dit was hem nooit eerder gelukt, want hij had moeite om goed uit zijn woorden te komen.

Polly zei tegen hem: ‘Ik heb net zo’n doop gehad als jij, maar… ik spreek niet in tongen. Ik heb meer dan twintig jaar gepreekt, en jij hebt met je mond dicht naast mij op het podium gezeten. Maar zondag ga je zelf maar preken, en merk ik wel wat er in zit.’ Die zondag had God een woord voor Smith uit Jesaja:

‘De Geest van God de Here rust op mij, omdat de Here mij heeft gezalfd tot brenger van goed nieuws aan mensen die lijden en worden onderdrukt. Hij heeft mij gestuurd om mensen met gebroken harten te troosten, voor gevangenen vrijlating uit te roepen en hen die opgesloten zitten, te bevrijden.’ – Jesaja 61:1

Al snel voelde hij Gods geweldige kracht over zich komen. Hoewel hij maar een beperkte woordenschat had, stroomden de woorden als een waterval uit hem. Polly kon haar oren en ogen niet geloven.

Aan het eind van de dienst stond de zendingssecretaris op en riep: ‘Wat hij heeft, wil ik ook hebben.’ Maar toen hij wilde gaan zitten, viel hij languit op de vloer. Hetzelfde gebeurde met twaalf anderen. Zo begon in Bradford de pinksterbeweging, waarbij honderden de doop in de Geest ontvingen, tegelijk met de gave van het spreken in tongen.

In 1913 verloor Smith plotseling zijn vrouw. Toen hij het onverwachte bericht hoorde, begon hij niet te huilen, maar in tongen te spreken en de Here te prijzen. Wat Polly altijd graag had gewild, had ze gekregen. Smith Wigglesworth was ruw vanbuiten, maar warm vanbinnen.

Als hij in een dienst opstond, daalde er altijd een zegen neer op de aanwezigen, omdat hij nooit de aandacht op zichzelf richtte, maar op Christus. Smith stond volledig achter wat Paulus in zijn brief aan de gemeente in Colosse schrijft:

‘Hij was er al voordat er iets bestond en alles wat bestaat, is er dankzij Hem. Hij is het hoofd van de Gemeente, Zijn Lichaam. Hij is het begin van alles en ging ons als eerste voor in de opstanding uit de dood. In alles is Hij de eerste. Want God had besloten met Zijn hele wezen in Zijn Zoon te wonen.’ – Colossenzen 1:17-19

Onder zijn ruwe uiterlijk was Smith Wigglesworth een zeer bewogen mens. Bij het lezen van de duizenden gebedsverzoeken die hij ontving, liepen vaak de tranen over zijn wangen… Dan was hij zich heel erg bewust van de afschuwelijke verwoestingen die de zonde aanrichtte. Die bewustheid was één van de geheimen van zijn krachtige bediening.

Toen Jezus huilde bij het graf van Lazarus, was dat niet om Lazarus. Hem zou Hij namelijk weer levend maken. Hij huilde en was bedroefd om de omstanders, die het slachtoffer waren van de alles verwoestende zonde. Smith was een geheiligd man. Hij vond dat een christen niet geleid moet worden door zijn emoties. Veel mensen zijn slaven van hun boze humeur.

Ook Smith was daarvan het slachtoffer geweest, maar met Gods hulp had hij die gevoelens overwonnen. In plaats van ergens woedend op te reageren, bleef hij altijd kalm, zelfs bij kritiek en vervolging. Hij geloofde in de nooit falende uitspraak van Jezus:

‘Ga met Mij mee! Dan zal Ik van jullie vissers maken die mensen bij Mij brengen.’
– Marcus 1:17

In de NBG-vertaling staat: ‘Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.’ ‘Komt achter Mij’ wil hier zeggen: ‘Word als Ik.’ Toen Hij op aarde was, werd Jezus ook vervolgd en mensen hadden kritiek op wat Hij deed.

Door dat te doen, kon Smith zoveel bereiken. Hij deed of zei ook nooit iets waarmee hij de Heer zou kunnen kwetsen. Niet dat zijn leven daardoor onder spanning kwam te staan. Integendeel, juist in Gods tegenwoordigheid vond hij ontspanning. Hij had het geheim geleerd van Jesaja:

‘Degenen die op Hem blijven vertrouwen, die vaak hun gedachten aan de Here wijden, zal Hij in volkomen vrede laten leven!’ – Jesaja 26:3

Hij werd altijd geleid door de Geest. Daarom was hij altijd op de juiste plaats en het juiste moment. Bij hem werden zieken, kreupelen, doven en blinden genezen en zelfs doden opgewekt. Zijn favoriete lied was: ‘Geloven alleen, geloven alleen. Alles is mogelijk; geloven alleen’. Hij was een man van gebed. Volgens eigen zeggen was hij nooit een half uur zonder gebed.

Op 12 maart 1947 woonde hij de rouwdienst bij van een goede vriend. Na de dienst ging hij in een andere kamer zitten om op te warmen bij de openhaard. Plotseling zakte hij voorover. Toen men hem optilde, bleek hij naar de Heer te zijn gegaan met een glimlach op de lippen. Smith Wigglesworth was tot rust gekomen en bevorderd tot heerlijkheid.

Lees ook: ‘Smith Wigglesworth – Geloofslessen van de Oude Leermeesters’

Tags: