Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: William Booth DEEL 1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van William Booth, de oprichter van het Leger des Heils.

William Booth werd op 10 april 1829 geboren in Nottingham, Engeland. Zijn moeder was een gelovige vrouw en zijn vader had het financieel goed, maar door tegenslag raakte hij al zijn geld kwijt. Hierdoor moest het gezin verhuizen naar een arme buurt. Ook moest William op jonge leeftijd werken bij een pandjeshuis. Toen hij dertien was, overleed zijn vader, waardoor het financieel nog moeilijker werd.

In 1844 kwam William tot bekering in een methodistenkerk. Williams bekering zou zijn hele leven veranderen en ook de levens van vele anderen. Na het bezoeken van een dienst van James Caughey, een opwekkingsprediker, begon hij zich meer toe te wijden aan gebed en Bijbelstudie.

Hij was zo geïnspireerd dat hij ook zelf straatsamenkomsten hield. Ondanks dat hij werd uitgescholden en bespot, ging hij door. Toen hij zeventien was, werd hij de plaatselijke predikant.

Na twee jaar verhuisde hij naar Londen, waar hij weer ging werken bij een pandjeshuis. Door dit werk had hij geen tijd voor zichzelf, waardoor hij al snel naar ander werk op zoek ging. In zijn zoektocht kwam hij tot de ontdekking dat hij geroepen was om een prediker te zijn. Hij had de mensen iets te zeggen en ze luisterden naar zijn boodschap. Daarom besloot William zich helemaal in te zetten voor het evangelie.

In 1855 trouwde William met Catherine Mumford, de dochter van een methodistische predikant. Ze waren allebei 26 jaar toen ze trouwden. In 1861 begonnen ze samen te evangeliseren in de sloppen van Oost-Londen. Later werd William uitgenodigd om naar Cornwall te gaan, waar een grote opwekking plaatsvond. Daar stelde hij het zondaarsbankje in, dat sindsdien een plaats heeft in de diensten van het Leger des Heils.

William en Catherine hadden inmiddels drie kinderen en ze zouden nog vijf kinderen krijgen. Hoewel Catherine invalide was door een kromme wervelkolom, was zij een sterke vrouw voor William. Zij inspireerde en bemoedigde hem om verder te gaan.

Ondertussen hadden de methodisten zich van hem afgekeerd, omdat ze zijn ijver en vuur niet begrepen. Hierdoor begonnen William en Catherine voor zichzelf. Ze richtten in 1865 de ‘First London Mission’ op. Wanneer hij uitging om te evangeliseren, gebruikte hij optochten, vlaggen, muziekkorpsen, zangkoren en openbare schuldbelijdenis.

In 1878 kwam daaruit het ‘Leger des Heils’ voort. Het werk werd georganiseerd als een leger met uniformen, officieren en reglementen. William Booth kreeg de titel van generaal. Binnen 25 jaar was het Leger des Heils in wel 55 landen actief en kwamen honderdduizenden in de samenkomsten tot bekering. William zag dat het werk succes had en dat het goed was dat hij niet van de methodisten afhankelijk was.

William zag de vreselijke armoede in sommige buurten. Hij schrok toen hij zag dat mannen en vrouwen onder de bruggen van Londen sliepen en de kroegen vol zaten met jongeren. Anderen zagen alleen het drinken, maar hij zag de ellende en de eenzaamheid.

Toen hij begon te prediken, ervoer hij voor het eerst in zo’n grote mate haat en openlijk verzet. Ze gooiden vuil en brandend vuurwerk in de ruimtes waar hij sprak. Naast de tegenstand van de maatschappij, ondervond hij ook tegenwerking van de kerken.

William wilde zich inzetten voor armen en deed daarom een oproep in het boek: ‘In het donkerste Engeland’ dat in 1890 uitkwam. Het bevatte een omvangrijk plan om de armen te helpen door middel van tehuizen, boerderijen op het platteland en emigratie naar landen waar meer kansen voor de armen waren.

Ook op dit onderdeel van zijn bediening kreeg hij enorme tegenstand. William zei hierover: ‘Het is al lang niet meer zo dat de priester en de Leviet voorbij de gewonde man op de weg lopen. Nee, tegenwoordig blijven ze staan, keren zich om en timmeren elke barmhartige Samaritaan op zijn kop die te hulp durft te komen.’

Dankzij een zekere Morley kon Booth ergens in het afgrijselijke Oost-Londen een tent opzetten. Hij veranderde mensen en daarna veranderden mensen zelf hun leefomstandigheden. Later verhuisde hij naar een dansruimte, waar hij elke zondag drie keer preekte. Daarna preekte hij nog drie of vier keer op straat. Zingend liep hij met zijn trouwe medewerkers door de straten van Londen.

Gelukkig waren er ook velen die hem steunden en zijn werk mogelijk maakten. Het kwam ook weleens voor dat hij een belangrijke gift weigerde, als iemand daar een bepaalde voorwaarde aan verbond zoals medezeggenschap.

Zijn visie was: Nooit opgeven, hoe groot de kritiek ook is. Nooit de gemakkelijke weg van afhankelijkheid kiezen, maar trouw blijven aan eigen inzicht en visie. Daarom kon hij niet toelaten dat het werk als alle andere instellingen voor de armen zou worden. Dankzij zijn doorzettingsvermogen en dat van zijn medewerkers gebeurde dat ook niet.

Tags: