Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: William Booth DEEL 2

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend. Maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van William Booth, de oprichter van het Leger des Heils.

William Booth heeft zijn leiderschap als generaal altijd alleen gebruikt om het Leger des Heils in goede banen te leiden. Er vond een speciale bijeenkomst plaats op 13 september 1878. Williams zoon Ballington vertelt hierover onder andere:

‘God onderzocht die avond alle harten. Eerst spraken wij erover dat wij alles moesten opgeven om ons aan Gods macht over te geven. Toen zongen wij: ‘Op U betrouw ik, God mijn Heer’, om daarna onze hoofden te buigen in stil gebed. Toen begon de Almachtige ons van onze zonden te overtuigen en om onze zielen te worstelen. Sommigen begonnen luid te huilen, sommigen te zuchten en te steunen, sommigen riepen luidkeels tot God. Een man zei: ‘Als God mij niet zegent, kan ik niet verder leven’; een ander zei: ‘Daar is iets, daar is iets. O mijn God, mijn God, help mij. Maak het in orde met mij, maak het in orde!’ En terwijl wij zongen: ‘Red mij nu, red mij nu, mijn Jezus, red mij nu, red mij nu’, kwam een jonge zuster naar voren… Toen kwamen er nog zes of zeven naar voren. Wij konden toen amper nog zingen of bidden. Iedereen was door de Geest overweldigd.’

Maar achter al die glorie-zingende en bevrijde mensen zag William Booth de duizenden anderen die hij ook wilde bereiken. ‘Hoe bereik ik de massa?’ Daarover pijnigde hij dag en nacht zijn gedachten. Voor hem was slechts één ding belangrijk: de bekering van Engeland en van de hele wereld. Bij het najagen van dat doel mocht niets of niemand hem in de weg staan. Ook de kerk niet!

William Booth bouwde verder, ondanks de grote aanvallen die het Leger des Heils moesten uitvagen. De grote aanval van de kerk begon in 1880 door de Anglicaanse bisschop van Carlisle. Hij vond dat de vrouwelijke heilsoldaten geen recht hadden om vrijelijk het Woord van God te prediken. Catherine Booth sprak altijd met grote vrijmoedigheid en wist de mensen te raken met de woorden die zij sprak.

Na de aanval van de kerk in Carlisle was er ook een grote aanval waar veel geweld werd gebruikt tegen de heilsoldaten. Tijdens de optocht werden ze met stenen en stokken aangevallen. Dit was het begin van een reeks grote vechtpartijen, waarbij de politie niet ingreep. In dat ene jaar 1882 telde het Leger des Heils 669 gewonden, waaronder 251 vrouwen.

Williams huis in Clapton leek wel een spoorwegstation. Het was altijd een komen en gaan; altijd stond er wel iets te gebeuren. Samen met zijn vrouw was hij altijd bezig voor anderen. Pas toen zij ongeneeslijk ziek werd, kreeg zij rust en werd zij getroost door haar man. Zij overleed in 1890. William, die anderen verlossing predikte, had nu zelf veel pijn in het leed van zijn vrouw gehad. Na haar overlijden miste William de vrouw die hem, de leider, had geleid en wier foutloze intuïtie en geestelijk inzicht hem steeds weer de weg hadden gewezen.

Misschien kwam het door dit persoonlijk gemis dat William Booth daarna zoveel over de wereld reisde. Zo bezocht hij in 1902 – in een tijd zonder snelverkeer! – Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Zwitserland, Italië, de Verenigde Staten en Canada.

Ondanks dat hij ouder werd, verloochende hij zijn militaire inslag nooit: ‘Ik ben de wereld nu eenmaal als soldaat ingegaan.’ En als vechter bleef hij een vurige vechter. ‘Je kunt God alleen bijhouden door heel hard te lopen.’

Het Leger des Heils was de twintigste eeuw ingegaan als een erkend instituut. De generaal was ontvangen door president Theodore Roosevelt, door de keizer van Japan en door koning Edward VII van Engeland. Wanneer hij een minister wilde spreken, ging de deur van diens kabinet direct voor hem open. In Oxford kreeg hij een eredoctoraat, hij werd ereburger van Londen, en de bisschoppen van de staatskerken vermeden hem niet meer.

Maar hoe erkend en beroemd hij ook geworden was, hij bleef de onvermoeide idealist en evangelist, die telkens weer voor nieuwe campagnes te vinden was. Hij legde in 1904, toen hij 75 jaar was, per auto een afstand van 2.000 kilometer af om in Engeland 150 vergaderingen toe te spreken. Een jaar later was hij in Palestina en Australië!

Zijn gezichtsvermogen werd minder en operaties hielpen niet. Bijna blind reisde hij evenwel in 1912 nog naar Sint-Petersburg en opnieuw naar Zwitserland, Italië, de Scandinavische landen en Nederland.

Zijn laatste optreden in het openbaar was op 9 mei 1912 in de Albert Hall in Londen voor een gehoor van 10.000 mensen. Daarna doofde met het licht van zijn ogen ook zijn levenslicht. Op 20 augustus 1912 werd William Booth bevorderd tot heerlijkheid na een leven voor God en de medemens.

Onder de velen die in Nederland bij het Leger des Heils tot bekering zijn gekomen, is ook de bekende evangelist Johan Maasbach. In zijn biografie ‘Erfenis van geloof’ kun je lezen hoe hij als negenjarige jongen zijn hart aan Jezus gaf bij het Leger des Heils in Rotterdam.

Lees ook: ‘Holland Wonder 1958’

Tags: