Getuigen-van-Jezus

Getuigen van Jezus: William Carey DEEL 1

Veel mannen en vrouwen werden op een buitengewone manier door God gebruikt. Niet al deze mannen en vrouwen zijn heel bekend, maar ook door hen heeft God een groot werk gedaan. In deze serie gaan we dieper in op hun leven en bediening. Deze keer bekijken we het leven van William Carey.

William Carey werd geboren op 17 augustus 1761 in het dorpje Paulerspury. Zijn ouders, Edmund en Elizabeth Carey, waren wevers en onderhielden met hun loon hun gezin van vijf kinderen en hun moeder. Ze verdiende niet veel met hun werk als wevers, dus kwamen ze met moeite rond.

In de tijd dat William opgroeide, werden er veel nieuwe dingen ontwikkeld en uitgevoerd. Dit maakte hem nieuwsgierig en leergierig. Eigenlijk was William niet zo geïnteresseerd in godsdienst. Toch las hij het boek van John Bunyan ‘De Christenreis’ en leerde hij ook veel uit de Bijbel door de godsdienstlessen in de kerk.

Toen William een jaar of zestien was, werd hij schoenmakersleerling in Piddington. In het huis van zijn baas, Clarke Nichols, vond William een commentaar op het Nieuwe Testament en zag daarin voor het eerst de mooie Griekse letters. Hij kon geen Grieks lezen, dus vond hij iemand om hem Grieks te leren. Dat werd uiteindelijk zijn tweede vreemde taal naast Latijn.

Tijdens zijn werk praatte hij veel met een andere jonge leerling, William Warr. Ze spraken ook over godsdienst. Deze jongen leende hem verschillende godsdienstige boeken en nodigde hem ook uit voor een kerkdienst. Deze dienst maakte zo’n indruk op de jonge Carey dat hij daarna regelmatig naar de kerk ging.

Op een dag had de spreker het over Hebreeën 13:13: ‘Laten wij dan naar Hem toe gaan, buiten de stad en dezelfde schande dragen die Hij gedragen heeft.’ Deze woorden raakten William zo diep, dat hij besloot om Jezus te volgen.

In dat jaar overleed zijn meester Nichols en kwam Carey als reizend schoenmaker terecht bij Thomas Old. Hij leerde daar Dorothy Placket kennen, met wie hij in juni 1781 trouwde. Enkele jaren later stierf Thomas Old, waarna Carey voor zichzelf begon in tweedehands schoenen.

Naast dat hij werkte als schoenmaker, bestudeerde hij ijverig de Bijbel. Hij begon ook een schooltje voor de dorpskinderen. Bij het geven van de aardrijkskundelessen in het schooltje, zag hij al die landen op de kaart en dacht na over de geestelijke duisternis die daar heerste.

Miljoenen gingen verloren omdat ze nooit het evangelie gehoord hadden. Hij werd vervuld met een zendingsijver en ging eens informeren wat hij kon doen. In 1784 las hij een brochure van zijn vriend Andrew Fuller met als onderwerp: de zending.

Carey ontdekt toen dat ‘elke christen geroepen is om het evangelie te verspreiden onder alle volken en zich daarvoor in te zetten’. Na die brochure enkele keren te hebben gelezen, zei Carey in de stilte van zijn werkplaats: ‘Hier ben ik, Heer. Zend mij.’

Nadat hij in 1786 aangesteld was als predikant, woonde hij een predikantenconferentie bij, waar ze over de zending spraken. Hoewel men niet de noodzaak inzag om zending in het buitenland te bedrijven, werd Carey daardoor niet ontmoedigd.

Carey wist dat hij het evangelie in andere landen moest vertellen, want hij las in de Bijbel en in andere boeken dat hij moest gaan. Daarom schreef hij zelf ook nog een brochure over dit onderwerp. Enkele invloedrijke mensen lazen zijn brochure en werden overtuigd van het belang van zending.

In 1789 werd Carey gevraagd om naar Leicester te komen, waar hij een nieuwe taak kreeg in de Harvey Lane Kapel. Twee jaar later sprak Andrew Fuller tot de predikanten daar over de zending. Carey merkte dat de anderen weinig of geen interesse hadden, maar hij ging zich verder in de zaak verdiepen.

In 1792 werd Carey uitgenodigd om te spreken op de predikantenconferentie in Nottingham. Hij sprak daar over de zending aan de hand van Jesaja 54:2, waar staat: ‘Maak uw huis groter, bouw er stukken bij aan, breid uw huis uit!’ Hij sloot zijn toespraak af met de woorden: ‘Verwacht grote dingen VAN God en doe grote dingen VOOR God!’ Dit leidde tot de oprichting van de Baptisten Zendingsvereniging in datzelfde jaar.

Niet lang daarna ontving Carey een brief van dr. Thomas, die jarenlang als zendingsarts in India gewerkt had. Dr. Thomas was nu in Engeland om geld op te halen om een zendingspost in India te beginnen. Maar dat was niet alles, want hij zocht ook een medewerker om de zendingspost mee te runnen.

Carey maakte zich al een tijdje zorgen over de grote nood in India en voelde zich geroepen om naar India te gaan. Hij stuurde de brief van dr. Thomas door naar het bestuur van de Zendingsvereniging met het verzoek om meer informatie. Dit leidde tot een eerste kennismaking in januari van 1793, waarbij Carey en Thomas meteen vrienden werden.

Toen Carey van Thomas hoorde van de grote nood, de armoede, de heidense praktijken en het verlangen naar verlossende liefde, wist hij dat hij daarheen moest gaan. Ze waren van plan in dat voorjaar te vertrekken.

Maar Dorothy Carey, die bijna nooit gereisd had, weigerde mee te gaan. Dus besloten zij dat William eerst met hun oudste zoon Felix naar India zou gaan, en na twee jaar zou de rest van het gezin komen. Dorothy was namelijk ook nog eens zwanger.

Carey en zijn oudste zoon begonnen met hun reis. Maar hun reis werd in april beëindigd, waardoor ze moesten terugvaren. De Engelse Oost-Indische Compagnie was bang voor de gevolgen van de zending voor haar eigen belangen.

Carey liet zich hierdoor niet tegenhouden. Uiteindelijk vond hij een Deense kapitein die bereid was om de familie naar India te brengen. Dorothy liet zich overhalen om mee te gaan, als haar zus Katherine ook meeging. Dat gebeurde en zo voeren ze met inmiddels vier zonen in juni 1793 naar India, waar ze in november in Calcutta aan wal stapten.

Lees ook: ‘Getuigen van Jezus: William Carey DEEL 2’

Tags:
Vorig artikel

Er is een geneesmiddel DEEL 1

Volgend artikel

Nieuw Leven November