Gods-ogen-zijn-op-de-rechtvaardigen

Gods ogen zijn op de rechtvaardigen DEEL 2

Gods ogen zijn op de rechtvaardigen. God zal je niet in de steek laten. Hij Zelf zal de controle nemen over je leven wanneer je Hem nederig en oprecht zoekt. Zo was Gods oog ook op het leven van broeder A.N. Trotter.

A.N. Trotter was een van de meest krachtige en gezalfde predikers die de pinksterbeweging ooit heeft voortgebracht. Hij was  klein van stuk. Hij was niet een opgewekt of luidruchtig persoon. Maar hij kende het Woord van God. Er was een zalving op zijn leven om de diepe schatten op te graven van Gods Woord.

Net na de Eerste Wereldoorlog studeerde hij af aan een Bijbelschool in New Jersey. Daarna bracht hij 12 jaar door als zendeling in Monrovia, Liberia. Hij en zijn zwager, broeder H.B. Garlock, waren de oprichters van de pinksterboodschap in West-Afrika.

Na die 12 jaar kwam hij terug naar de Verenigde Staten. Hij evangeliseerde en was voorganger van verschillende kerken door het hele land. Maar hij verloor nooit zijn liefde voor Afrika. Hij ging vaak terug en vooral naar het land Liberia.

In 1949 gingen broeder Trotter, zijn vrouw en kinderen naar Liberia om een opwekking te leiden in een afgelegen gedeelte van Liberia. Vanaf de zendingspost waar hij predikte, was het 4 tot 5 dagen lopen naar de bewoonde wereld. Daarom had de zendingspost een landingsbaan gemaakt, waar 1 keer per week een vliegtuig kwam om benodigdheden te brengen of mensen te vervoeren. Ze waren letterlijk afgesloten van de rest van de wereld.

Broeder Trotter had een machtige bediening in dat gebied en zag een grote beweging van God. In november 1949 was het tijd om terug te gaan naar de Verenigde Staten. Hij en zijn gezin stonden bij de landingsbaan te wachten op het vliegtuig.

November was precies in het midden van het regenseizoen. Het regende van 6.00 uur ’s ochtends tot ongeveer 13.00 uur. Dan stopte de regen voor ongeveer 1 tot 1,5 uur. En daarna begon het weer te regenen. Dit betekende dat elk vliegtuig dat aankwam of vertrok, maar een korte tijd had om te landen of op te stijgen.

Het gezin zou in 2 delen terugvliegen naar de hoofdstad van Liberia. Eerst zou broeder Trotter, een van zijn zonen en een deel van hun bagage meevliegen. De volgende dag zou de rest van gezin worden opgehaald. Het vliegtuig dat broeder Trotter moest ophalen, landde in de droge periode van de dag. Nadat het vliegtuig geland was, stapte de piloot uit en zei: ‘Sorry, ik kan maar 1 passagier meenemen.’ De piloot legde uit: ‘Tijdens mijn laatste stop zei een Liberiaanse politicus dat hij deze vlucht moest hebben. De brandstof is precies berekend en dus kan ik maar 1 persoon meenemen en wat bagage.’ Ze besloten dat alleen broeder Trotter met deze vlucht zou gaan. De rest van het gezin zou later opgehaald worden.

De landingsbaan was slechts 300 meter lang en erachter lag een diep ravijn. De piloot startte de motor en het vliegtuig reed langzaam over de geïmproviseerde landingsbaan. De omstandigheden waren op zijn slechtst. De piloot probeerde op te stijgen en de neus van het vliegtuig in de lucht te krijgen. Maar het lukte niet, want om de een of andere reden was het windstil. De piloot probeerde van alles om het vliegtuig omhoog te krijgen. Toen kwam het vliegtuig in een overtrek terecht. Het stortte neer met een snelheid van bijna 300 kilometer per uur.

Zuster Trotter en de kinderen zagen en hoorden het vliegtuig neerstorten. Ze raakten in paniek. Ze konden niet meteen naar het vliegtuig toe. Ze moesten letterlijk met kapmessen hun weg ernaartoe banen. Toen ze eindelijk ter plaatse waren, zagen ze meteen de enorme impact van het ongeluk.

Het vliegtuig was met zoveel kracht neergestort, dat alle inzittenden gewond waren. Maar het letsel van broeder Trotter was wel het meest vreselijk. De stoel waarop hij zat, was losgerukt en hij was met zijn gezicht tegen het bedieningspaneel geslagen. Door deze enorme klap was hij onherkenbaar toen ze hem vonden.

Zijn neus was gedeeltelijk van zijn gezicht gescheurd en lag letterlijk onder zijn rechteroog. Zijn linkeroog stak zover uit zijn oogkas, dat ze dachten dat het eruit zou vallen. De traanbuis van dat oog was eruit gescheurd. De linkerkant van zijn kaak was zo verbrijzeld dat je je vuist kon leggen in de holte waar eerst de kaak was.

Hij was zo hard geraakt dat zijn schedel gespleten was van de wenkbrauwen tot het begin van de wervelkolom. Hij had breuken aan de rechter- en linkerkant van zijn hoofd. Er waren 3 grote scheuren in zijn hersenen. Ze hoorden hem kreunen. Ze kwamen eindelijk bij hem. Hij bloedde uit de plaats waar eerst zijn neus zat en waar nu een leeg gat was. Het bloed gutste uit hem. Er stroomde bloed uit zijn oren en ogen en hij spuugde bloed.

Ze maakten een kleine brancard en legden hem erop. Broeder Trotter mompelde: ‘Leg me niet op mijn rug. Draai me om.’ Ze begrepen het niet. Want als ze hem zouden omdraaien op zijn buik, zou zijn gezicht, dat volkomen was verwoest, naar beneden liggen. Zelfs broeder Trotter wist niet waarom hij dit vroeg. Ze ontdekten pas later dat als ze hem op zijn rug hadden gelegd, het bloed naar achteren zou stromen en hij direct had kunnen sterven.

Ze brachten hem terug naar de zendingspost, waar alleen een verpleegster was. Maar dit ging haar deskundigheid te boven. Ze zei: ‘We moeten hem direct naar het ziekenhuis brengen.’ Maar het dichtstbijzijnde ziekenhuis was op grote afstand. Ze stuurden 2 hardlopers, die 2 dagen onderweg waren. Broeder Trotter moest het 2 dagen lang volhouden, zonder pijnstillers.

Die middag bracht de zoon van broeder Trotter wat eten voor de verpleegster. Zij was op dat moment in haar kamer. Hij klopte op haar deur en zei: ‘We hebben wat eten.’ Nog voordat hij zijn zin kon afmaken, hoorde hij haar roepen: ‘Laat me met rust! Ik ben aan het bidden.’ De zoon van broeder Trotter opende de deur en zei: ‘We bidden allemaal.’ Ze antwoordde: ‘Ik zei: laat me met rust! Weet je dan niet dat als de hardlopers niet op tijd aankomen en er morgen geen vliegtuig komt, jouw vader dan zal sterven? Ik bid dat God de regen tegenhoudt.’

Om 13.00 uur was ze aan het bidden, en het regende niet. Om 14.00 uur was ze nog steeds aan het bidden, en het regende niet. Om 15.00 uur regende het nog steeds niet. En net voor 16.00 uur hoorden ze de motor van een vliegtuig. Nadat het vliegtuig geland was, zei de piloot, een zendeling: ‘Je zal het niet geloven. Het is een wonder dat we het hebben gehaald. We zouden eigenlijk niet vertrekken, want tijdens het regenseizoen kun je niets zien. We zaten op 1,5 kilometer hoogte en probeerden zo dicht mogelijk bij de landingsbaan te komen. We hoopten ergens een gat in de wolken en regen te vinden.

En juist op de plek waar we moesten beginnen met de landing, was het alsof 2 handen naar beneden kwamen en de stormachtige wolken wegduwden. Aan beide kanten waren er donkere wolken en regen. Maar in het midden scheen de zon.’

Ze tilden broeder Trotter in het vliegtuig en vertrokken. Ook toen ze opstegen, waren er rechts en links wolken en scheen in het midden de zon helder. Het moment dat ze in de lucht waren, zagen ze de wolken achter hen weer samenpakken en viel de regen met kracht uit de hemel.

Dat is de God die wij dienen! Ik heb het hier over je beproeving veranderen in een getuigenis. Gods oog is op de rechtvaardigen en Hij hoort hun hulpgeroep. God was met Zijn dienstknecht en gaf goddelijke ingevingen, waardoor Gods bescherming zichtbaar werd.

Ga naar de Here met jouw situatie en breng het aan Zijn voeten, zoals die verpleegster deed. Geef niet op en zet door in het gebed tot je de overwinning hebt. Dan zal God jouw beproeving veranderen in jouw getuigenis!

Lees hier hoe God deze beproeving van A.N. Trotter veranderde in zijn getuigenis.

Tags: