Het-mooiste-kerstcadeau

Het mooiste kerstcadeau! DEEL 1

De dag op school begint als elke andere dag. Jeroen verveelt zich een beetje en staart uit het raam. Hij kijkt naar de toppen van de kale bomen. Op de takken vliegen af en toe vogels aan, die ook weer verdwijnen. De lucht is wat grauw, maar dat hoort bij de tijd van het jaar.

Het is al begin december en meester Siebe spreekt al over de donkere dagen van Kerstmis. Kerstmis: als je acht jaar bent, herinner je je alleen maar een paar Kerstmissen. Jeroen denkt aan de Kerstmis van vorig jaar. Mama had de huiskamer mooi versierd en ook was er een prachtige boom met lichtjes, slingers, zilveren en gekleurde ballen en nepsneeuw. Op kerstavond waren er cadeautjes en lekkere dingen. En de volgende dag ging hij met papa en mama op bezoek bij zijn opa’s en oma’s.

Jeroen hoopt dat de komende weken snel gaan, zodat het snel Kerstmis is. ‘Jeroen, let je op?!’ hoort hij meester Siebe ineens door zijn gedachten heen zeggen. Hij schrikt een beetje van de harde stem en kijkt naar de meester, die op het schoolbord allerlei rekensommen uitlegt. Jeroen grinnikt een beetje, vanbinnen, zonder dat iemand het merkt. Want die sommen kent hij al.

Jeroen is nieuwsgierig en als er een les afgelopen is, kijkt hij alweer naar de volgende les in zijn lesboek. En die probeert hij dan te begrijpen. Zonder dat hij zich daarvan bewust is, begrijpt hij die al heel snel. Hij weet niet dat zijn ouders daar met meester Siebe over hebben gesproken.

Jeroen is intelligent en dat maakt hem soms wat ongeduldig. Hij wil sneller dan zijn klasgenootjes en als het dan niet snel genoeg gaat, droomt Jeroen gemakkelijk weg. Zoals vandaag. Dan denkt hij liever aan Kerstmis, dan aan de sommen op het bord die hij toch al kent.

Het is ongeveer half twaalf wanneer de directeur de deur opent. Hij blijft bij de deur staan en vraagt of meester Siebe even wil komen. Meester Siebe blijft enkele minuten weg. Dan komt hij terug. Met een ernstig gezicht vraagt hij of Jeroen even wil komen. Jeroen staat verbaasd op en kijkt naar meester Siebe.

Op de gang groeit zijn verbazing. Daar staat mama, in een ernstig gesprek met de directeur. Jeroen kijkt haar aan en ziet dat er iets mis is. Mama veegt snel haar gezicht af. Ze heeft gehuild. Thea buigt zich voorover naar Jeroen en slaat haar arm om de schouders van haar enig kind. ‘Lieve Jeroen,’ zegt ze, ‘er is een ongeluk gebeurd met papa. Hij ligt in het ziekenhuis.’ Jeroen weet niets te zeggen. Hij schrikt wel en begrijpt dat er iets ernstigs is.

Maar echt bang is hij niet. Want hij weet nog dat een van zijn oma’s ook in het ziekenhuis lag. Maar dat was helemaal niet zo eng. Het was wel leuk eigenlijk. Want toen papa samen met opa oma ging ophalen met de auto, was het ook een beetje feest. Met taart en limonade. Jeroen begrijpt nu dat als je in het ziekenhuis ligt, je ziek bent. Maar hij weet ook dat je dan weer beter wordt en weer gewoon naar huis gaat. Die kinderlijke logica beschermt Jeroen tegen al te grote onrust.

Toch is die onrust er wel een beetje. Omdat drie grote mensen, mama, de hoofdmeester en meester Siebe, zo serieus, fluisterend met elkaar praten, en mama gehuild heeft. Dan houden ze op met praten, pakt mama Jeroens jas, doet hem die snel aan en samen lopen ze naar buiten. Jeroen kruipt, zoals altijd, op de achterbank en doet zijn veiligheidsriem om. Dan merkt hij nog wat vreemds. Mama laat de radio uit. Dat doet ze anders nooit.

Als ze de straat uit zijn gereden, zegt mama dat ze wat moet vertellen. ‘Lieve Jeroen,’ zegt ze, ‘je moet straks maar niet schrikken, maar papa ligt op een aparte kamer. Nee, niet zoals oma, samen met andere mensen die ook ziek zijn. Papa ligt alleen en bij zijn hoofd staan apparaten met lampjes en zo.’ Terwijl mama praat, kijkt ze af en toe via de achteruitkijkspiegel naar Jeroen. Jeroen begrijpt steeds beter dat het nu allemaal anders is dan toen met oma.

Hij buigt naar voren als mama even wacht. ‘Papa heeft een auto-ongeluk gehad’, vervolgt Thea. ‘Het gebeurde toen papa naar zijn werk reed. Bij dat ongeluk moet hij zijn hoofd erg hard hebben gestoten. Nou, je weet dat dat erg pijn kan doen. Maar eh… soms kan er iets anders gebeuren, lieve Jeroen. Door je hoofd heel erg te stoten, kun je in slaap vallen. Dat is anders dan wanneer je normaal in slaap valt. Dan ben je moe en dan rust je lekker uit door te slapen of te dromen van iets leuks. Bij papa is dat anders. De dokter zegt dan met een moeilijk woord dat papa in coma ligt. En dat kan soms heel lang duren.’

Dan stopt Thea met praten. Ze was eigenlijk van plan om Jeroen alles te vertellen wat de dokter haar verteld heeft, maar nu ze zo via het spiegeltje van de auto naar achter kijkt naar haar kleine Jeroen, kan ze het niet over haar lippen krijgen. Hoe kan ze haar kleine jongen vertellen dat als zijn vader niet snel zou ontwaken uit zijn coma, dat hij ernstig hersenletsel zou kunnen hebben of dat hij nooit meer wakker zou worden.

Hoewel Jeroen een beetje voorbereid is, schrikt hij toch als hij papa ziet liggen. Alles lijkt wit. Dat witte bed, met al die apparaten erachter. Papa’s gezicht lijkt ook veel witter dan anders. En om zijn hoofd is een verband aangebracht. Hij ligt daar stil, met gesloten ogen.

In de kamer staan twee stoelen, één aan de ene kant van het bed en één aan de andere kant. Jeroen zit daar tegenover mama, terwijl papa tussen hen in ligt. Mama pakt papa’s hand en knijpt hem zachtjes. Alsof ze wil zeggen: ‘We zijn er hoor, het komt wel goed.’ Jeroen weet niet zo goed wat hij moet doen. Hij kijkt maar naar papa en zegt niets.

Dan buigt mama zich naar hem toe en zegt zachtjes dat ze nog een tijdje in het ziekenhuis blijven, bij papa. Zodat ze hem af en toe even kunnen zien. En dat de oma’s en opa’s straks ook komen, om even bij papa te zijn. Nee, niet allemaal tegelijk. Papa heeft veel rust nodig. Met rust wordt hij misschien weer gauw wakker, en wie weet wordt hij dan ook weer beter.

Bij die laatste woorden snikt Thea even; ze kan haar tranen niet goed bedwingen. Ze voelt zich een beetje schuldig en vraagt zich af of ze Jeroen toch alles had moeten vertellen wat de arts haar gezegd had. Moet je zulk ernstig nieuws aan een jongetje van acht vertellen? Over zijn vader? Thea worstelt met die vragen. En met de tranen in haar ogen kijkt ze afwisselend naar Nico en Jeroen.

Met beiden heeft ze erg te doen: ze voelt medelijden met Nico, nu hij hier zo stil ligt. En tegelijkertijd voelt ze dat ook voor Jeroen, die zo stil, zo onwetend en nog zo klein hier bij zijn vader zit. Als ze eraan denkt dat Jeroen over enkele dagen of weken misschien geen vader meer zal hebben, huilt ze, met haar handen voor haar ogen.

Even schokken haar schouders van het diepe verdriet, de onzekerheid, de onmacht. Dan, in een flits, doet ze iets wat ze nog nooit heeft gedaan. Ze sluit haar ogen en vouwt haar handen. Verbaasd kijkt Jeroen naar mama.

Lees hier hoe het verhaal verder gaat.

Tags: