Lifestyle - Het verhaal van Baas Abbott

Het verhaal van Baas Abbott

‘Baas Abbott’ leefde in een tijd van veel strijd tijdens de geboorte van een grote natie, de Verenigde Staten van Amerika. Abbott was een man van groot geloof, met een vurige liefde voor God en een intens verlangen om Gods wil te doen.

Een vrij evangelie
Benjamin Abbott was een vechter, vloeker, speler en drinker. Op een dag ging hij werken bij een van zijn broers op een tabaksplantage in New Jersey. Zodra hij oud genoeg was om in het bezit te komen van het geld dat zijn vader – een rijke landbouwer – hem bij zijn sterven had nagelaten, huurde hij zelf een boerderij. Benjamin was intussen getrouwd. Zijn wilde leven scheen hij achter zich gelaten te hebben. Hij begon hard te werken en verdiende genoeg voor het onderhoud van zijn gezin.

Benjamin had nog nooit gehoord van een vrij evangelie, dat je je moest bekeren, of van vergeving van zonden, en de blijdschap die je krijgt als je de liefde van God mag ervaren. Nu gebeurde het dat de plaats bezocht werd door een methodistenopwekkingsprediker. Zijn samenkomsten waren het onderwerp van gesprek in de hele streek. Benjamins vrouw haalde hem over mee te gaan naar de zondagavonddienst. In de menigte toehoorders zaten veel mensen te huilen van berouw over hun zonden.

De prediker sprak over de verschrikkingen van de hel, de heerlijkheid en werkelijkheid van de hemel en de liefde van God. Daarna nodigde hij de mensen uit om Jezus aan te nemen in hun hart. Onderweg naar huis voelde Abbott de last van een verspild leven, en verlangde naar redding en bevrijding.

‘Ik stierf voor jou’
Kort daarna sprak de evangelist vlak bij Abbotts boerderij. Het hele gezin ging naar de samenkomst. Maar weinig aanwezigen daar hadden gehoord dat men al in dit leven de zekerheid van vergeving van zonden kon hebben. De evangelist bracht Gods boodschap met zo veel kracht, dat Abbott daar verslagen zat, terwijl de tranen over zijn gezicht stroomden. Hij riep luid tot God om genade. De mensen om hem heen zeiden: ‘Baas Abbott wordt gek!’

Na afloop ging hij snel naar huis om na te denken. Hij was zich voor het eerst bewust hoe vaak hij in zijn jeugd de Heilige Geest had tegengestaan. Satan zag meteen het voordeel dat hij kon behalen en fluisterde hem toe: ‘Je dag van genade is voorbij. Je bent een van die vervloekte zondaars, die bestemd zijn voor het verderf. Bid maar, roep maar; niets zal helpen. Je komt toch bij mij terecht.’

Abbott was grootgebracht in het geloof dat alleen een aantal uitverkorenen gered kon worden. De pijl van de vijand drong dan ook diep door en hij was wanhopig. Een paar dagen later, toen hij door het bos naar huis reed, voelde hij zich zo wanhopig en ellendig, dat hij besloot zichzelf op te hangen. Hij kon namelijk toch alleen maar verloren gaan.

Hij sprong van zijn wagen en zocht een sterke boom die zijn gewicht zou dragen. Maar opeens hoorde hij een stem die hem waarschuwde: ‘Deze kwelling is nog niets in vergelijking met de hel.’ Hij sprong weer op zijn wagen en joeg zijn paard snel naar huis. Hij was zich zo bewust van de aanwezigheid van de vijand, dat hij niet achterom durfde te kijken.

Terug in zijn woning, trok hij zich terug in een kamer en huilde en beefde. De volgende morgen, op 9 oktober 1772, toen hij een stuk grasland begon te maaien, werd hij ziek van angst en zei: ‘Voordat de zon ondergaat, ben ik dood en verdoemd.’ Hij schreeuwde het uit: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig!’ Dit gaf hem een beetje verlichting, maar hij kon van angst nog niet eten.

Die avond ging hij met zijn vrouw naar de samenkomst. De prediker sprak zo krachtig, dat hij weer begon te roepen: ‘Heer, red mij, of ik verga!’ Na de samenkomst zagen ze de prediker aankomen en Abbott vertelde hem: ‘Ik ben een arme, ellendige, de hel verdienende zondaar.’ De prediker antwoordde blij: ‘Dan moet u in de Here Jezus Christus geloven om gered te worden. U bent de persoon voor wie Jezus stierf, anders had Hij uw ziel niet wakker geschud. Hij kwam juist om het verlorene te zoeken. Hij stierf om u te redden.’


Die nacht, toen hij alleen was, droomde hij dat hij in een stromende rivier met een man worstelde, maar opeens uit het water gered werd. Toen hij wakker werd, voelde hij de tegenwoordigheid van Jezus, die met uitgestrekte armen naar hem toeliep en zei: ‘IK stierf voor jou.’

Toen hoorde hij de heerlijke woorden: ‘Ik vergeef u al uw zonden, om wat Jezus Christus voor u gedaan heeft.’ Een geweldige vreugde doorstroomde hem en hij begon luid God te prijzen. ‘s Morgens vroeg riep hij het hele gezin bij elkaar en begon in de Bijbel te lezen en met ongewone kracht met hen te bidden.

Onmiddellijk na het ontbijt ging hij alle buren vertellen dat God zijn ziel gered had. Maar waar hij ook kwam, niemand begreep of geloofde hem. Sommigen lachten hem uit, anderen spotten, en er waren er veel die het nieuwtje rondbazuinden dat Baas Abbott erg in de war en misschien wel helemaal gek was.

Door God geroepen
Abbott werd door God geleid naar de methodisten van die dagen. Want daar vond hij vrijheid om een volle, vrije en complete verlossing te verkondigen. De methodisten werden, omdat ze geloofden in de vergeving van zonden en volkomen verlossing, vooral door vele presbyterianen gehaat en vervolgd. Maar Abbott had besloten om ten koste van iedere prijs de Heer te volgen. Zijn vrijheid lag alleen in gehoorzaamheid aan God.

Toen sloot Abbott een verbond met God. Hij beloofde eropuit te gaan en overal te prediken, als de Heer hem Zijn kracht zou tonen. Hij begon te preken tegen struiken en bomen en was vastbesloten om bij de eerste gelegenheid die hij kreeg, tot mensen te prediken. Vanaf die tijd waren zijn lippen nooit meer voor de woorden van God gesloten.

Hij kwam tot grote vrijheid en openbaarde veel kracht van God. Overal vandaan kreeg hij uitnodigingen om te komen spreken. Tijdens zijn spreken werd hij vaak gestoord, want er was veel tegenstand. Maar niets daarvan had ook maar de minste vat op hem.

Tegenstand
Er waren mensen die een afkeer hadden van zijn manier van strijd voeren tegen de zonde. Op zekere dag toen hij in de plaats Deerfield zou spreken, kwam zijn gastheer hem bevend van angst tegemoet. ‘Abbott, ga terug,’ riep hij: ‘er staan veel mensen klaar om je op teer en veren te trakteren als je het waagt te spreken.’

Onmiddellijk was er een stem die hem in zijn ziel toefluisterde: ‘De dienstknecht is niet meer dan zijn Heer.’ Abbott zette zich flink in het zadel, keek zijn gastheer in de ogen en zei kalm: ‘Ik zál spreken, al zou het mij m’n leven kosten.’ Ze kregen al gauw een menigte mensen in zicht, te groot voor de hal waar hij zou spreken.

Abbott ging naar binnen en zette meteen een lied in. Maar niemand zong mee. Er heerste een dodelijke stilte. De duivel was dichtbij en iedere zenuw in Abbotts lichaam begon te trillen. ‘Laten we bidden’, zei hij. Toen hij zijn ziel begon uit te storten in gebed, daalde de kracht van God op zo’n manier neer, dat alle mensenvrees van hem week.

Hij stond op en begon te spreken. Al snel hadden velen tranen in hun ogen. De leider van de onruststokers verklaarde hardop dat hij in geen tijden zulk spreken had gehoord. Er kwam rust over de menigte. Op weg naar huis ontmoette Abbott een prediker die hem vertelde dat God nog meer voor hem zou doen, als hij trouw bleef.

Hij zei: ‘Want dit is Gods wil: uw heiligmaking.’ Vanaf dat uur bestudeerde Abbott zijn Bijbel en hongerde en dorstte naar de volle verlossing. Op een keer bad hij met zijn hele hart: ‘Kom Here, kom en heilig mij, geest, ziel en lichaam!’ Op dat ogenblik viel hij op de grond en was een tijdlang zonder enige kracht of gedachte, alleen bewust van Gods tegenwoordigheid.

In vele gevaren
Abbott begon veel reizen door het land te maken, en predikte overal over de genade van de Here Jezus. Iedere dag reed hij een eind verder en iedere avond stopte hij op een plaats waar een vergadering kon worden gehouden. En in alle samenkomsten waren er geweldige bekeringen, onder kerkmensen en ongelovigen.

In een zeker stadje had hij het geluk om de vergaderhal van de presbyterianen te krijgen, waar een grote menigte bij elkaar kwam om te horen wat hij te zeggen had over: ‘U moet wederomgeboren worden.’ Toen hij van de preekstoel kwam, werd hij omringd door een groep van 20 donkerkleurige indianen, die de handen smekend naar hem uitstrekten en vroegen wat zij moesten doen om gered te worden. Ook alle blanken om hen heen huilden van berouw en kwamen tot bekering. Wat een avond vol zegeningen!

Vaak werd Abbott uitgenodigd om in een dorp of stad te preken. Maar hij werd niet altijd door iedereen vriendelijk ontvangen. Hij kwam in een plaats waar men hem, toen hij na afloop van een samenkomst naar buiten kwam, bedreigde met een pak slaag, als hij het waagde terug te komen. Die avond in de samenkomst kwam een kapitein van de infanterie met enkele soldaten hem arresteren. Maar de Geest van God ‘arresteerde’ die officier, zodat het enige wat hij kon doen, was om genade roepen.

Abbott reisde maar steeds door en kwam bij een dorp waar hij op verzoek zou prediken. Zijn gastheer zei gejaagd: ‘Vader Abbott, ik wil u waarschuwen. U bent hier in een presbyteriaanse omgeving, dus ik raad u aan om gunstig over de oorlog te spreken.’ ‘Vriend, ik zal zo prediken als de Heer mij leidt’, was Abbotts kalme antwoord. De streek was helemaal in opschudding.

Toen zij vlak bij de vergaderplaats kwamen, vonden zij minstens tweehonderd paarden aan palen en heiningen vastgemaakt. Abbott deed met zijn paard hetzelfde en trok zich in het bos terug om te bidden. Hij beloofde God dat hij zijn werk zou voltooien, al zou het hem de gevangenis en de dood brengen.

Toen hij opstond, kwam er een diepe vrede over hem en Gods blijdschap vervulde hem. Hij zei onder andere tegen de afkerige menigte: ‘Uit liefde ben ik, mijn leven wagend, tot u gekomen. O, vlucht tot Jezus, mijn vrienden, want Hij is de enige Ark van het Behoud. Alle dingen zijn nu gereed. Als u Hem zoekt, zult u Hem vinden. Als u klopt, zal de deur van genade voor u geopend worden.’ Toen smolten de mensen als het ware in berouw en tranen weg. Maar er was nog steeds weerstand.

En de Here voegde dagelijks toe…
In een dorp in Pennsylvania kwam een kleine groep mensen naar de boerprediker luisteren. Ook daar riepen en huilden de mensen om genade. Tijdens meerdere samenkomsten werkte de Heilige Geest met zo’n overweldigende kracht dat overal mensen op de grond vielen en hun geroep tot op verre afstand te horen was.

Vader Abbott probeerde het geluid enigszins te overstemmen en vroeg de methodist naast hem een lied in te zetten. Maar zodra deze begon te zingen, werd ook hij ter aarde geslagen en lag als dood op de grond. Abbott zei tegen een ander: ‘Zet u dan maar een lied in.’ Deze probeerde het, maar voor hij iets kon uitbrengen, viel ook hij neer, alsof hij door een onzichtbare hand aangeraakt was.

Abbott realiseerde zich dat hij tegen God streed en liet de Geest Zijn werk doen. Deze samenkomst begon om 11 uur ‘s morgens en zette zich tot ver in de avond door. Hoewel Abbott ouder werd en minder sterk, vervolgde hij toch zijn lange reizen.


Vaak waren er tegenslagen en teleurstellingen, maar de vreugde van de Heer was letterlijk zijn sterkte. Zijn geest was altijd vol blijdschap en zijn hart vloeide over van dankzegging aan God. Terwijl hij onderweg dronk uit Gods beek, deed hij iedereen in zijn omgeving dorsten naar het Levende Water, Jezus Christus.

Tags:
Vorig artikel

Kom’s naar de kerk!

Volgend artikel

De kracht van voorbede