Het-verhaal-van-Nicky-Cruz

Het verhaal van Nicky Cruz

Nicky Cruz was vroeger de bendeleider van de beruchte Mau Mau’s in Brooklyn, New York. Maar door een ontmoeting met de Here Jezus Christus veranderde zijn hele leven. Sindsdien reist hij over de hele wereld om de boodschap van hoop en redding te brengen aan gebroken jongeren. Dit is zijn verhaal.

Een liefdeloze kindertijd
Ik ben geboren in Puerto Rico in een gezin met zeventien broers en één zus. Mijn moeder was een heks en mijn vader was een satanische priester. Toen ik een kleine jongen was – ik was drieënhalf jaar oud – werd mijn moeder erg gewelddadig.

Zij sloeg mij zó erg dat ik vaak wakker werd in een plas van bloed, met een gebroken neus, kapotte lippen en ogen waarop zó hard was geslagen, dat ik ze niet eens meer kon openen. Daarna sloot ze me op in een kamer, waar ik geconfronteerd werd met mijn pijn.

Ik werd immuun voor fysieke pijn en niets kon mij meer lichamelijk pijn doen. Maar wat mij echt verscheurde, psychologisch en emotioneel vernietigde, was dat zij mij vertelde dat ik haar zoon niet was en dat ze de dag vervloekte waarop ik geboren was. Ze zei dat ik een zoon van de duivel en een mislukkeling was. En omdat mijn vader een satanische priester was, was ik in een vloek geboren.

Toen ik negen jaar oud was, wilde ik zelfmoord plegen door mezelf op te hangen aan een mangoboom. Ik zag het leven niet meer zitten. Ik haatte de dag dat ik was geboren en het gedrag van mijn moeder. Ik wilde nooit meer iets met haar te maken hebben. Maar mijn broertje redde mij. Hij huilde zó hard; ik had nog nooit zo’n wanhopig gehuil voor een ziel gehoord. Huilend zei hij: ‘Doe het niet!’ Ik besloot het niet te doen, maar vanbinnen stierf ik. Ik zweerde dat ik nooit meer zou huilen en nooit meer van iemand zou houden.


Bendeleider van de Mau Mau’s
Op mijn vijftiende stuurde mijn vader mij naar een oudere broer in New York. Maar ik bleef daar niet lang. Ik was gevuld met boosheid en woede en koos ervoor om mijn eigen weg te gaan. Ik werd lid van een andere familie: de beruchte bende genaamd de Mau Mau.

Wij waren een van de ergste bendes. We begonnen een oorlog tegen de politie en vochten met alle bendes. We waren erg sterk. Binnen zes maanden was ik hun leider. En vanaf dat moment ging ik de gevangenis in en uit. Ik leidde een gewelddadig leven. Er was veel criminaliteit en moord en ik heb veel pijnlijke herinneringen aan mensen met wie ik close was geworden en die voor mijn ogen werden gedood. Ik zat vol met gevoelens van haat in mijn binnenste.

Op een dag stierf mijn vriend Manny (Manuelito). Terwijl ik zijn hoofd vasthield – hij had 32 messteken in zijn borst – zei hij tegen mij: ‘Nick, ik hou van je.’ En ik zei tegen hem: ‘Ga niet dood. Het komt allemaal goed. Ik breng je naar het ziekenhuis.’ Maar hij stierf in mijn armen. Ik voelde me verloren. Ik keek naar de hemel; het sneeuwde. De sneeuw viel op mijn gezicht en ik wilde in tranen uitbarsten. Maar toen ik negen jaar was, had ik mezelf beloofd dat ik nooit meer zou huilen of van iemand zou houden. Ik had nooit iemand verteld dat ik van hem of haar hield. Dat was in mijn ogen gewoon onacceptabel. Maar ik wilde in zijn gezicht huilen, om hem te laten weten dat ik de pijn voelde.

Toen ik daarna naar mijn kamer ging, werd ik als een beest. Ik probeerde al mijn frustratie kwijt te raken. Ik begon van de ene naar de andere kant van mijn kamer te rennen.
Ik klapte tegen de muur aan en viel op de grond. Ik stond op en was aan het schreeuwen. De buren moeten hebben gehoord dat er iets mis was. Ik geloof dat de gruwel van eenzaamheid een van de ergste dingen is die ik heb meegemaakt in mijn leven. Deze eenzaamheid groeide in mijn binnenste en verwondde mij erg. Ik werd depressief, omdat ik in de val zat.

Ik herinner mij dat ik in de gevangenis hard tegen mezelf begon te praten en zei: ‘Als ik een mens ben, waarom gedraag ik mij dan als een beest? En als ik een beest ben, waarom zit ik dan gevangen in het lichaam van een mens?’

Ontmoeting met David Wilkerson
Ondanks dat mijn handen vol met bloed zaten, hield God zo veel van mij, dat de Geest van God in de kleine plaats Pennsylvania het hart van een eenvoudige prediker, David Wilkerson, bewoog om naar New York te komen.

Als je hem voor het eerst zou zien, zou je niet kunnen geloven dat God zo iemand zou sturen. Het was alsof God een fout maakte door Wilkerson te zenden, omdat hij zo mager was. Maar deze man, een plattelandsprediker, had het lef om rechtstreeks door te dringen tot het heetst van de strijd, tot het oorlogsgebied, en zichzelf twee centimeter van de hel te parkeren.

De politie waarschuwde hem zelfs: ‘Ga daar niet heen. Ze zullen je vermoorden. Je dwingt ons om te komen en je dode lichaam weg te dragen.’ Ik ging achter Wilkerson aan, bespuugde hem, sloeg hem, schold hem uit en vernederde hem te midden van 300 mensen.

In het begin was hij bang: hij wist dat hij ergens binnen was gelopen waar hij niet zomaar uit zou komen. Nadat ik hem het zwijgen had opgelegd, sloeg ik hem in zijn gezicht. Toen zei hij tegen mij: ‘Ik ben hierheen gekomen om jou een boodschap uit de hemel te brengen: ‘Nicky, Jezus houdt van jou.’’ Ik zei: ‘Wát?!’ Omdat ik niet begreep dat hij mij voor zo veel mensen ontwapende. Toen werd hij moedig. Hij begon tegen mij te schreeuwen: ‘Ga je gang; vermoord me maar, als dit je een goed gevoel geeft in het bijzijn van deze mensen. Ga je gang, maak me maar af!’

Ik raakte in de war. Niemand had mij ooit gevraagd om hem te vermoorden. Hij zei: ‘Je kan me vermoorden, je kan me in duizend stukjes snijden en ze op de straat gooien, maar elk stukje zal nog steeds schreeuwen dat Jezus van je houdt. Nicky, je kunt nooit, maar dan ook nooit, de liefde doden. Want God is liefde.’

En ik kan je vertellen: die woorden waren erg krachtig. En voor twee weken bleef die boodschap mij achtervolgen: ‘Jezus houdt van jou.’ Ik was de meest ongelukkige mens op aarde, omdat die woorden zo krachtig waren. Voorheen werd ik gevolgd door de schaduw van hekserij; nu werd ik gevolgd door de schaduw van de Heilige Geest.

Mijn bekering
Ik wilde luisteren naar wat Wilkerson te zeggen had, maar ik wilde niet alleen gaan. Daarom nam ik 75 man mee voor bescherming. Er waren twaalf verschillende bendes, tweeduizend mensen aanwezig. Ik voelde echt dat deze man oprecht was; dat er een God moest zijn.

Het was de kruisiging van Jezus Christus die mij raakte. Ik was een gewelddadige man, een bloederig persoon. Maar de kruisiging van Jezus was te krachtig. Toen begreep ik hoeveel Hij van mij hield; dat Hij Zijn leven voor mij gaf. En toen, voor de ogen van mijn bende, mijn vijanden en mijn vriendin, stortte ik ineen in de armen van Jezus en huilde. Die avond – ik was negentien jaar oud – liet ik dat jongetje, dat ik op negenjarige leeftijd had begraven, gaan om geliefd te worden door Jezus.

Ik liet Hem mij liefhebben, nadat ik nooit iemand toestond om zo dichtbij te komen. En Hij gaf mij de meest geweldige vrede die er maar bestaat. Ik wist dat Hij van mij hield; ik wist dat Hij bij mij binnenkwam en al mijn pijn wegnam. Het was een kus van vergeving uit de hemel.

Ik was geraakt. Ik liep daar naar binnen als een leeuw, maar verliet die plaats als een lammetje. Dat was de dag dat ik Christus erkende als Heer en Hem vroeg mij te helpen.

De kracht van vergeving
Het sleutelwoord in mijn getuigenis is – naast liefde – vergeving. Vergeving is het opgeven van je recht om iemand, die jou echt pijn heeft gedaan, iets aan te doen.

Toen ik 22 jaar was, lag mijn moeder op sterven en ging ik terug naar Puerto Rico. Terwijl mijn moeder stervende was, begreep  ik dat ik met dezelfde vergeving die mijn leven heeft aangeraakt en mijn zonden heeft vergeven, mijn moeder moest vergeven. En omdat ik deze daad van vergeving deed, gaf mijn moeder haar hart aan Jezus. Ik vergaf haar, wij vergaven elkaar en mijn moeder vroeg Jezus om in haar leven te komen. En die dag kwam de Geest van God op mijn moeder en genas haar. Ook de vloek van hekserij was verbroken. Daarna heeft mijn moeder nog 25 jaar en 7 maanden geleefd!

Mijn moeder bracht mijn vader tot Jezus en hij deed afstand van alle afgoderij. 13 van mijn broers zijn christen geworden; 3 van hen zijn predikant. Dat is de kracht van vergeving. En die eenzaamheid waar ik het eerder over had… Ik zal nooit, nooit, nooit meer alleen zijn, zolang Jezus in mijn leven is.

Lees ook: ‘Verbreek jouw onbreekbare slechte gewoontes’

 

Tags:
Vorig artikel

Dit is mijn wonder: Renate Nuiten

Volgend artikel

Een nieuw begin