Lifestyle - Ik ben niet oud, ik ben NEWGEN!

Het zachtmoedige hart

Al als jonge schaapsherder in het veld van Bethlehem werd David door God en door de profeet Samuël tot koning gezalfd (1 Samuël 16:11-13). Hij was de man naar Gods hart. Daar, in de eenzaamheid, leerde hij God kennen en werd hij geïnspireerd om lofliederen voor God te zingen, waaronder Psalm 23.

David moest door veel beproevingen heen om een bruikbaar instrument te worden in Gods handen. Ook voor ons is dit soms de weg die wij moeten gaan om door de Heer gebruikt te kunnen worden. Soms begrijpen we het niet, maar God weet waarom die bepaalde beproeving zo nodig is.

David was door Samuël gezalfd tot koning. Maar David zou niet alleen koning zijn, maar ook een geestelijk leider. God maakte hem hiervoor klaar. Door de vele beproevingen had God Davids kracht gebroken. God had David laten zien dat hij een man was die vergeving nodig had.

Denk maar aan de situatie met Bathseba, met wie hij overspel pleegde. Daarna liet hij Uria, haar man, doden. Daarom kon hij in Psalm 51 uitroepen:

‘Het werkelijke offer waarop U wacht, is een aan U overgegeven geest van iemand die weet dat hij niet zonder U kan. En een hart dat geheel en al weet dat U de enige bent die helpen kan.’ – Psalm 51:9

David is daarnaast ook vele jaren door koning Saul vervolgd geweest. Koning Saul wilde hem zelfs doden. Maar David was niet haatdragend ten opzichte van Saul en zijn familie. Saul was samen met zijn zoons omgekomen in de strijd. Ook Jonathan, Davids beste vriend, was erbij. Jonathan was als een broer voor David. Zij hadden een belofte gemaakt, namelijk: als Jonathan zou sterven, zou David voor zijn kinderen zorgen (1 Samuël 20:15-17). David deed er alles aan om zich aan deze belofte te houden. We lezen dat David het volgende zegt tegen Siba, de dienstknecht van het huis van Saul:

‘‘Is er nog familie van Saul in leven? Als dat zo is, wil ik ter wille van God goed voor hen zijn.’ ‘Ja,’ luidde Siba’s antwoord, ‘er leeft nog een zoon van Jonathan, die aan beide voeten verlamd is.’’ – 2 Samuël 9:3

Siba vertelde hem over Mefiboseth, die in Lodebar woonde, wat wanhoop betekent. Mefiboseth woonde in het huis van Makir, wat betekent: verkocht. ‘Haal hem’, zei David tegen Siba. David was niet vervuld met wraakgevoelens vanwege het onrecht dat hem was aangedaan. Nee, David was vervuld met liefde en bewogenheid voor de krachteloze en de wanhopige.

Jezus is vervuld met liefde voor jou en mij. Hij wil ons te hulp komen in onze zwakheden. Sommigen zijn somber, maar de Heer roept je toe: ‘Richt je op, zie op Mij. Ik heb het voor jou volbracht. Er is kracht en macht in Mijn naam, die Ik jou gegeven heb.’

Mefiboseth hoorde dat hij moest komen, maar durfde niet in Davids tegenwoordigheid te komen. Hij viel op zijn gezicht voor hem neer. Maar David riep: ‘Mefiboseth’. Hij noemde hem bij zijn naam en sprak:

‘Wees maar niet bang! Ik heb u gevraagd hier te komen, omdat ik iets goeds voor u wil doen wegens mijn eed aan uw vader Jonathan. Ik zal al het land dat van uw grootvader Saul was, aan u teruggeven en u zult geregeld bij mij te gast zijn aan tafel!’ – 2 Samuël 9:7

De Here Jezus ziet ons ook zoals wij zijn, met onze tekortkomingen. En toch zegt Hij:

‘Ik ben gekomen om Mijn schapen leven in overvloed te geven.’ – Johannes 10:10

Hoor je dat? Niet alleen net genoeg, zodat je kunt overleven en met de hakken over de sloot de hemel kunt binnenkomen. Nee, Hij heeft voor ons een overvloed van haast niet te tellen zegeningen voorbereid. Mefiboseth zei tegen David:

‘Waarom is de koning vriendelijk voor zo’n dode hond als ik?’ – 2 Samuël 9:8

Hij zag zichzelf als een dode hond en dacht waarschijnlijk dat het geluk niet voor hem was weggelegd. Maar David zag het anders. Hij beschouwde hem als één van zijn eigen zonen en Mefiboseth mocht geregeld aan zijn tafel zitten. Zou het niet een belediging voor de koning zijn geweest als Mefiboseth te trots was geweest om te doen wat David hem vroeg?

Zo is het ook met ons. Wij mogen voortdurend in eenheid met God leven en aan de tafel van de Here zitten. Veel van Gods kinderen beseffen niet dat ze koningskinderen zijn en door genade alles mogen aannemen wat God hun aanbiedt en waarvoor Jezus, Zijn Zoon, betaald heeft.

Zie jij jezelf als een zoon of dochter van de Allerhoogste God? Door Jezus, onze Heer en Koning, zijn wij koningskinderen.

‘Maar toen de juiste tijd gekomen was, de tijd die God daarvoor had bepaald, stuurde God Zijn Zoon, die als mens uit een vrouw werd geboren en aan de wet onderworpen was. Hij zou ons vrijkopen van die wet, zodat God ons als Zijn kinderen kon aannemen. En omdat wij Zijn kinderen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in ons hart gegeven, zodat wij God echt kunnen aanspreken met Vader. Jullie zijn dus niet langer slaven, maar Gods eigen kinderen. Als Zijn kinderen heb je recht op alles wat Hij bezit.’ – Galaten 4:4-7

Laat je dus nooit door de duivel iets anders wijsmaken. De boze wil je beroven van de zegen van de Here en van de plaats die God jou door Jezus Christus gegeven heeft.

‘Hij heeft ons, die één met Jezus Christus zijn, samen met Hem levend gemaakt en ook met Hem een plaats in de hemel gegeven.’ – Efeziërs 2:6

Gebed
Bid met mij mee

‘Hemelse Vader, dank U wel dat ik mag weten dat U mij nooit zult verlaten. Ik bid voor mijn onbekeerde familieleden. Overtuig hen van zonde en rechtvaardigheid. Ik bid voor hen die vervolgd worden omdat ze Uw kinderen zijn. Geef hun kracht en laat hen Uw liefdevolle tegenwoordigheid ervaren. Ik bid voor deze wereld die verloren gaat. Help mij te getuigen van U, Heer, zodat nog veel zielen gered zullen worden. In Jezus’ naam. Amen!’

Tags: