Studie - In het teken van herleving

In het teken van de herleving DEEL 6

De studie ‘In het teken van de herleving’ gaat dieper in op de verschillende aspecten van een opwekking. De komende tijd bestuderen we Gods Woord over dit onderwerp. Een opwekking is iets heel bijzonders en belangrijks. Ons Nederland en de wereld heeft vandaag dringend een opwekking nodig. In dit deel gaan we het hebben over de gaven en de bedieningen van de Geest. Open je hart en laat God tot je spreken!

De gaven van de Geest

Toen onze kinderen opgroeiden, lagen er met kerst veel cadeautjes rond de kerstboom. Ze waren liefdevol uitgezocht naar de wensen van elk kind. De cadeaus werden vol verwachting geopend en iedereen was opgewonden. Ze werden vol liefde en met waardering aangenomen, en de hele dag gebruikt. Maar helaas begon in de avond de jaloezie en de ruzie.

Is dit niet ook het geval bij geestelijke gaven? (Wel met de uitzondering dat geestelijke gaven zijn gegeven om anderen te dienen, en niet voor persoonlijk genot.) Nog altijd komen de geestelijk onvolwassen christenen uit op het punt dat ze met jaloezie kijken naar de gaven die ze niet hebben ontvangen.

Soms is er een trots aan de kant van de ontvanger. Maar de geest waarin de gave was gegeven, kan niet beoordeeld worden door de houding van de ontvanger. Het Nieuwe Testament somt de ‘gaven van de Geest’ op in drie passages: Romeinen 12:6-8; 1 Korinthiërs 12:8-10; Efeziërs 4:11.

De gaven en het lichaam
De apostel Paulus vergelijkt de Kerk met ons lichaam. Elk lid heeft een unieke functie, maar tegelijkertijd werken alle leden samen.

‘Een lichaam bestaat niet uit één enkel deel, maar uit vele delen. Als de voet zou zeggen dat hij niet bij het lichaam hoort, omdat hij geen hand is, hoort hij daarom niet bij het lichaam? Nee, God heeft alle verschillende delen op hun eigen plaats in het lichaam gezet, zoals Hij het goed vond. Maar er zijn vele delen en samen vormen zij één lichaam. Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ En het hoofd kan ook niet tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb jullie niet nodig.’’ – 1 Korinthiërs 12:14-15, 18, 20-21

Zoals het menselijk lichaam, is het Lichaam van Christus een compleet organisme, door God gemaakt. Maar elk lid van het lichaam is uniek.

De oorsprong van geestelijke gaven
Deze gaven komen van de Heilige Geest. Hij kiest wie welke gave krijgt, en Hij deelt ze uit zoals Hij wenst. We zijn verantwoordelijk voor het gebruik van elke gave die Hij ons geeft. Maar we hebben geen verantwoordelijkheid voor de gaven die ons niet zijn gegeven.

We moeten ook niet verlangen naar wat iemand anders heeft. God geeft de gaven aan wie Hij daarvoor heeft uitgekozen. We moeten de gave ontdekken en gebruiken voor Zijn glorie. Elke christen hoort een gave van de Geest te hebben, maar niet elke gelovige heeft dezelfde gave(n).

Het doel van de gaven
Paulus zegt dat het doel van deze geestelijke gaven is ‘om God te dienen, zodat de gemeente, het Lichaam van Christus, zal groeien en sterk en volwassen zal worden’ (Efeziërs 4:12). Met andere woorden: God heeft een ieder van ons een taak gegeven en de gaven van de Geest om ons sterk te maken.

De Bijbel leert ons dat elk mens op een dag voor de troon van God zal staan. We zullen allemaal verantwoording moeten afleggen hoe wij onze gaven hebben gebruikt.

‘Wij zullen allemaal eens voor Christus rekenschap moeten afleggen. Dan wordt alles blootgelegd. Ieder van ons zal krijgen wat hem toekomt, voor wat hij in zijn aardse lichaam heeft gedaan, goed of kwaad.’ – 2 Korinthiërs 5:10

In 1 Korinthiërs 12:7 zegt de apostel Paulus dat de gaven zijn gegeven ‘tot welzijn van de hele gemeente’. Dus we moeten onze gaven niet egoïstisch gebruiken. In plaats daarvan moeten we ze gebruiken om elkaar te helpen. Verder zegt Paulus:

‘Wees niet egoïstisch en probeer niet de eer naar jou toe te trekken, maar wees nederig en sla een ander hoger aan dan jezelf. Denk niet alleen aan jouw eigen belang, maar ook aan dat van anderen.’ – Filippenzen 2:3-4

God heeft de gaven gegeven om het Lichaam van Christus één te maken. Vlak voordat Paulus de gaven opsomt, dringt hij er bij ons op aan om ‘de eenheid te bewaren die de Heilige Geest onder jullie tot stand heeft gebracht, door in vrede met elkaar te leven’ (Efeziërs 4:3). De gaven van de Geest zouden dus nooit het Lichaam van Christus moeten verdelen, maar juist meer één maken.

Hoe je jouw gave kunt herkennen
Mij wordt vaak gevraagd: ‘Hoe kan ik ontdekken welke gave ik heb?’ en: ‘Hoe kan ik mijn gave zo goed mogelijk gebruiken?’ Ik zou je het volgende aanraden.

  1. Je moet beseffen dat God je minimaal één geestelijke gave heeft gegeven. Hij wil dat je weet wat jouw gave is en dat je deze gebruikt voor Zijn glorie.
  2. Ik geloof dat we moeten bidden dat God ons zal leiden om onze geestelijke gaven te herkennen. We moeten ook bereid zijn om onze geestelijke gaven te gebruiken op een manier die God eert.
  3. We moeten begrijpen wat de Bijbel zegt over de geestelijke gaven.
  4. Je moet jezelf kennen en weten wat je talenten zijn.

We moeten simpelweg bepaalde manieren ontdekken waarop onze gaven naar voren komen. Probeer bijvoorbeeld verschillende bedieningen in de kerk. Andere mensen kunnen ons ook helpen.

God wil ons gebruiken voor Zijn plan. Maar we kunnen nooit Zijn plan helemaal vervullen, totdat we weten welke gaven God aan ons heeft toevertrouwd. Ik geloof dat iemand die vervuld is met de Heilige Geest, zijn gaven makkelijk zal ontdekken. Hij wil namelijk dat God zijn leven leidt, en dat is de soort persoon die God laat zien welke gaven van de Geest hij heeft ontvangen.

De vijf bedieningsgaven

Paulus schrijft in zijn brief aan de Efeze over de vijf bedieningsgaven:

‘Christus heeft sommigen aan de gemeente gegeven die apostel zijn, anderen die namens Hem spreken; sommigen die het goede nieuws aan ongelovigen vertellen, anderen die de christenen geestelijk verzorgen en weer anderen die onderwijzen. Met elkaar moeten zij de christenen klaarmaken om God te dienen, zodat de gemeente, het Lichaam van Christus, zal groeien en sterk en volwassen zal worden.’ – Efeziërs 4:11

De apostel
Het Griekse woord voor deze gave betekent ‘iemand die wordt gestuurd met een opdracht’. Het woord ‘apostel’ is in het Nieuwe Testament waarschijnlijk gebruikt in drie betekenissen. Als eerste in de algemene betekenis dat een ieder van ons de wereld wordt ingestuurd en door Jezus de bediening van een apostel heeft (Johannes 17:18; 20:21). In de breedste zin van het woord zijn we allemaal apostelen.

Als tweede is het woord minstens twee keer gebruikt om ‘de vertegenwoordigers van de gemeenten’ te beschrijven (2 Korinthiërs 8:23; Filippenzen 2:25). Dit zijn mensen die met bepaalde boodschappen zijn gestuurd van de ene kerk naar de andere. In deze betekenis kan het woord toegepast worden op zendelingen en andere christenen die met een speciale opdracht zijn gestuurd. Als derde verwijst de gave van een apostel naar de twaalf discipelen van Jezus (Lucas 6:12-13), en Paulus (Galaten 1:1).

De profeet
In de apostolische tijd had de gave van profetie twee delen. Als eerste de communicatie tussen God en de mens door de profeet. Volgens 1 Korinthiërs 14:3 was het tweede deel van de profetische bediening de stichting, de vermaning en de bemoediging van de gelovigen in lokale gemeenten.

De Bijbel leert duidelijk dat we de gave van onderscheiding moeten hebben, omdat er veel valse profeten zijn. Velen van hen zijn wolven in schaapskleding. Paulus was bezorgd over de Korinthiërs, omdat ze weinig onderscheiding hadden, en iedereen verwelkomden als een ware profeet van Christus. De test van een ware profeet in de Bijbel was dat al zijn profetieën uitkomen.

De evangelist
De term ‘evangelist’ komt van het Grieks en betekent: ‘iemand die goed nieuws verkondigt’. De gave van evangelisatie is simpelweg een speciaal talent om het evangelie over te brengen. Bij de boodschap van de evangelist staat de ‘inhoud’ van het evangelie centraal: de dood, begrafenis en opstanding van Jezus, Zijn terugkomst, en de noodzaak voor alle mensen om in Hem te geloven.

Evangelisten kunnen geen overtuiging brengen van zonde, rechtvaardigheid of oordeel; dat is het werk van de Geest. Ze kunnen niemand bekeren; dat is het werk van de Geest. De evangelist kan mensen uitnodigen om Jezus aan te nemen, en hen aanmoedigen. Maar het is de Heilige Geest die werkt in de gedachten, het hart en de wil van de ongeredde mensen.

Ik wil alle christenen dringend verzoeken om het werk van een evangelist te doen – of ze nu fulltime in het evangelie werken of niet! We hebben geen keuze. Jezus Zelf heeft ons namelijk de opdracht gegeven.

‘Ga er daarom op uit om alle volken tot Mijn leerlingen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.’ – Mattheüs 28:19-20

De voorganger
Jezus Christus wordt ‘de goede herder’ genoemd (Johannes 10:11). Petrus spreekt over de ‘Opperherder’ die op een dag zal verschijnen (1 Petrus 5:4). Als Jezus de Opperherder is, zijn degenen die door de Heilige Geest zijn geroepen als voorgangers, assistent-herders van de schapen.

Voorgangers hebben de gaven gekregen om de kudde raad te geven, te leiden, te waarschuwen en te beschermen. 1 en 2 Timotheüs en Titus worden de pastorale brieven genoemd. Ze vertellen de herders hoe ze over de kudde moeten waken.

Ik geloof dat duizenden christenen over de hele wereld wel de gave van een herder hebben. Ze worden misschien dan geen herder van de gemeente, maar kunnen deze gave wel gebruiken om leiding te geven op andere gebieden van het leven.

De leraar
Het Griekse woord in Efeziërs 4:11 voor de gave van leraar betekent ‘instructeur’. Wanneer de boodschap van het evangelie heeft geleid tot bekeringen, moeten de christenen daarna onderwezen worden. God heeft ons in Mattheüs 28:18-20 de opdracht gegeven om het evangelie overal te vertellen. Daarna gaf Jezus de volgende opdracht: ‘Leer hen altijd te doen wat Ik jullie heb gezegd.’

De Kerk van vandaag heeft meer Bijbelleraars nodig. Onderwijzen is simpelweg het talent, door God gegeven, om de kennis van Gods Woord te vergroten en deze kennis toe te passen op het denken en gedrag van mensen. Onderwijzen heeft als doel om christenen meer op Jezus te laten lijken. De gave van onderwijzen kan gebruikt worden in verschillende situaties. De Bijbel zegt:

‘Je moet aan anderen doorgeven wat ik jou en vele anderen geleerd heb. Leer deze grote waarheden aan betrouwbare mannen, die ze op hun beurt weer aan anderen kunnen doorgeven.’ – 2 Timotheüs 2:2

De vijf bedieningsgaven in jouw leven
Apostel – profeet – evangelist – voorganger – leraar: vijf bedieningsgaven van de Heilige Geest. Maar misschien zeg je: ‘Ik ben niet een voorganger of een evangelist. Dat zijn gaven van iemand anders, maar niet van mij. Wat hebben ze met mij te maken?’ Ze hebben veel met jou te maken!

Als eerste kan het zijn dat God je een van deze gaven heeft gegeven. God roept je misschien om een voorganger te zijn, of een evangelist, of een Bijbelleraar. Als tweede geeft de Bijbel ons de opdracht om degenen te steunen die God heeft geroepen als leiders in de Kerk. Bid bijvoorbeeld regelmatig voor jouw voorganger, voor zendelingen en voor anderen die betrokken zijn in Gods werk.

Als derde moeten we leren van degenen die God op posities van christelijk leiderschap heeft geplaatst. ‘Vergeet de voorgangers niet en doe wat zij zeggen. Gehoorzaam jullie voorgangers’ (Hebreeën 13:7, 17). Dank God voor de gaven die Hij aan deze leiders heeft gegeven,zodat de gemeente, het Lichaam van Christus, zal groeien en sterk en volwassen zal worden’ (Efeziërs 4:12).

Tags: