In-het-teken-van-herleving

In het teken van de herleving DEEL 7

De studie ‘In het teken van de herleving’ gaat dieper in op de verschillende aspecten van een opwekking. De komende tijd zullen we Gods Woord bestuderen over dit onderwerp. Een opwekking is iets heel bijzonders en belangrijks. Ons Nederland en de wereld heeft vandaag dringend een opwekking nodig. In dit deel zullen we het hebben over de verdere gaven. Open je hart en laat God tot je spreken!

In het vorige deel hebben we de gaven bestudeerd die Paulus heeft opgesomd in Efeziërs 4. Nu zullen we de andere gaven gaan overdenken die hij aanhaalt in 1 Korinthiërs 12. Paulus zegt:

‘De bijzondere gaven zijn verschillend, maar ze worden gegeven door dezelfde Geest.’
– 1 Korinthiërs 12:4

Alles wat ik zeg over de gaven is gebaseerd op het feit dat deze bovennatuurlijke gaven van de Geest zijn. De christen zelf kan ze op geen enkele manier uit eigen kunnen doen.

De Geest geeft sommige mensen speciale wijsheid, kennis, geloof enz. Maar dit betekent niet dat andere christenen geen gaven bezitten. Zulke geestelijke gaven zijn vaak een versterkte vorm van een vermogen dat God aan alle christenen geeft.

De gave van wijsheid laat dit duidelijk zien. Wij hebben allemaal geestelijke wijsheid gekregen, maar een persoon met deze gave heeft wijsheid in een heel speciale mate. Aan de andere kant geloof ik dat een gelovige de gave van genezing of wonderen heeft of niet heeft.

De gave van wijsheid en kennis
We kunnen drie soorten wijsheid bezitten. De eerste komt op natuurlijke manier tot ons. De tweede komt door het leren, dus het is iets wat ons onderwezen kan worden. Maar de hoogste vorm van wijsheid komt rechtstreeks van God door het bijzondere werk van de Heilige Geest.

Hoewel de Heilige Geest Zelf de bron is van alle waarheid, geeft Hij toch de gelovigen wijsheid op een unieke manier: door het Woord van God. Zo geeft Hij ook aan sommigen een speciale gave van wijsheid. Dr. Merrill C. Tenney van Wheaton College omschrijft deze gave als ‘de mogelijkheid om de juiste beslissingen te nemen op basis van iemands kennis’.

Dit brengt ons bij de tweede gave: de gave van kennis. Dit gaat over kennis van geestelijke informatie. Jezus besprak een geval waarbij een gelovige beide gaven nodig zou kunnen hebben. Hij zei:

‘Als je voor de rechtbank wordt gebracht, maak je dan geen zorgen over wat je moet zeggen. Zeg wat je op dat moment wordt ingegeven. Je hoeft zelf niet te spreken. De Heilige Geest zal het doen.’ – Marcus 13:11

Keer op keer moesten Jezus’ discipelen zich verdedigen tegenover bendes, bestuurders, prinsen en koningen. Die kennis, de gave van de Geest, is gebaseerd op uren van gedisciplineerde studie, waarin God ons onderwijst. Maar de bekwaamheid om dat wat we leren, toe te passen in ons dagelijks leven, gaat verder dan studie en komt rechtstreeks van de Heilige Geest.

Wijsheid is de gave van de Geest die ons laat zien hoe we kennis moeten gebruiken. Paulus verdedigde zichzelf door beide te gebruiken. Door dit te doen, illustreerde hij Petrus’ advies:

‘Vertrouw jezelf helemaal aan Christus toe. Hij is onze Here. Wees altijd bereid verantwoording af te leggen van de verwachting waaruit je leeft, als daarom gevraagd wordt. Maar doe het wel vriendelijk en met het nodige respect.’ – 1 Petrus 3:15

Het is opvallend dat Petrus ook zei:

‘Je moet in plaats daarvan geestelijk groeien en onze Here en Redder Jezus Christus beter leren kennen.’ – 2 Petrus 3:18

Door onze relatie met God krijgen we een hogere kennis en een hogere wijsheid dan de wereld.

De gave van geloof
Geloof komt van een Grieks woord dat getrouwheid of standvastigheid betekent.

‘De een krijgt ergens geloof voor en de ander de gave om zieken te genezen, beiden door dezelfde Geest.’ – 1 Korinthiërs 12:9

We moeten onderscheid maken tussen de genade van geloof en de gave van geloof. De genade van geloof betekent dat we kunnen geloven dat God zal doen wat Hij in Zijn Woord beloofd heeft te doen.

Alle christenen hebben de genade van geloof. Als we geen geloof hebben in wat de Bijbel belooft, zondigen we. Maar soms geeft de Heilige Geest ons de gave van geloof om te geloven voor dingen waarover de Bijbel zwijgt. Als we deze speciale gave van geloof niet hebben, is het geen zonde.

We zien een klassiek voorbeeld van de gave van geloof in het leven van George Müller uit Bristol, Engeland, die voor vele jaren heeft gezorgd voor duizenden weeskinderen. Müller weigerde om iemand een cent te vragen, maar hij bad het geld binnen. Dit is de gave van geloof die Jezus beschreef, toen Hij zei:

‘Als jullie geloof zoveel kracht heeft als een mosterdzaadje, dan kun je tegen deze berg zeggen: ‘Ga weg’ en dan gaat hij weg. Dan is niets onmogelijk voor je.’ – Mattheüs 17:20

Ik geloof echt dat er in ieders leven tijden zijn dat we beslissingen nemen op basis van Gods wil, en dat we door Gods Geest geloof krijgen om te doen wat God wil dat we doen, ondanks de gevolgen.

De gave van het onderscheiden van geesten
Het woord onderscheiden in 1 Korinthiërs 12:10 komt van het Griekse woord dat verschillende betekenissen heeft: zien, overwegen, onderzoeken, begrijpen, horen, nauwkeurig oordelen.

De Bijbel zegt dat er door de eeuwen heen veel valse profeten en misleiders zullen opkomen binnen en buiten de Kerk. Maar aan het einde van de tijd zal het alleen maar erger worden. Paulus zegt:

‘Maar denk nu niet dat het mij verbaast. Satan zelf kan zich voordoen als een engel van het licht. Het is dan ook geen wonder dat zijn handlangers zich voordoen als oprechte dienaren van God.’ – 2 Korinthiërs 11:14-15

Ik ben ervan overtuigd dat vandaag honderden religieuze leiders over de hele wereld geen dienaren van God zijn, maar van de antichrist. Ze zijn wolven in schaapskleding.

De grote vraag is: hoe kunnen we het valse van het echte onderscheiden? Dit is waarom gelovigen de gave van onderscheiding nodig hebben. Of men zou tenminste de mening moeten respecteren van degenen die deze gave hebben. De apostel Johannes zegt:

‘Vrienden, geloof niet iedere geest, maar ga eerst na of iemand door de Geest van God bezield wordt, want er lopen nogal wat valse profeten op deze wereld rond.’ – 1 Johannes 4:1

Met andere woorden: alle gelovigen moeten de vele verschillende geesten en leerstellingen die er vandaag zijn, testen met het Woord van God, de Bijbel. Maar God geeft aan sommigen speciale gaven om de waarheid te onderscheiden. De Bijbel zegt:

‘De een weet te onderscheiden wat wel en wat niet van Gods Geest afkomstig is.’
– 1 Korinthiërs 12:10

Iemand met de gave van onderscheiding kan vaak het verschil zien tussen wat van God is en wat niet. Zo’n persoon kan vaak valse leringen en valse leraars aanwijzen. Deze persoon heeft de bekwaamheid om hypocrisie, oppervlakkigheid, bedrog of onechtheid op te merken.

Door deze gave kon Petrus het bedrog van Ananias en Saffira doorzien. Hij doorzag ook Simon van Samaria, die beweerde dat hij was bekeerd en gedoopt in de Geest, maar die een huichelaar bleek te zijn (Handelingen 8:9-24). Paulus waarschuwde ‘dat er een tijd zal komen waarin sommigen in de gemeente zich van Christus afwenden en leraren gaan volgen die zich door de duivel laten leiden’ (1 Timotheüs 4:1). De Bijbel leert ons dat alles wat religieus is, erg nauwkeurig zou moeten worden onderzocht.

De gave om te helpen
De gave om te helpen wordt genoemd in 1 Korinthiërs 12:28. Het komt van het Griekse woord dat ondersteunen of bijstaan betekent. We hebben een voorbeeld van het gebruik van deze gave toen de apostelen besloten om helpers aan te stellen om de bedrijfszaken van de kerk over te nemen (Handelingen 6).

Hun werkzaamheden bestonden vooral uit het bedienen aan tafel en uit de verdeling van het geld aan de armen. Het gebruik van deze gave maakt het voor veel christenen mogelijk om te helpen in het Koninkrijk van God. Op verschillende manieren, zoals raadgeving, gebed, het regelen van bedrijfszaken van de kerk en getuigen.

Maar helpen betekent ook sociale dienst, zoals het bijstaan van mensen die lijden onder sociale ongerechtigheid en het zorgen voor weeskinderen en weduwen. Het kan ook betekenen: het klaarmaken van een maaltijd voor een zieke buurman, het schrijven van een bemoedigende brief, of het delen van wat we hebben met iemand in nood.

Helpen is de gave van het tonen van genade. Door te helpen bij praktische werkzaamheden in de kerk, geven we anderen de vrijheid om hun gaven te gebruiken.

‘Wie praktisch werk doet, moet dat doen door de kracht die God geeft. Als dat het geval is, zal God geëerd worden door Jezus Christus.’ – 1 Petrus 4:11

Zelfs Jezus verzamelde een team van mensen om Zich heen en zond hen daarna één keer uit om twee aan twee te dienen. Marcus was de helper voor Paulus en Barnabas (Handelingen 12:25). Paulus reisde voortdurend met een team van werkers. Zonder hen had hij nooit effectief door kunnen gaan met zijn bediening. Aan het einde van zijn brieven noemde Paulus meestal een paar van die trouwe helpers.

Een familielid van mij gebruikte elke zaterdagmiddag om de kleine kerk waar hij lid van was, schoon te maken. Hij maaide het gras en knipte de heggen. Weinig mensen merkten ooit het werk op dat hij zo opgewekt deed. Dit was zowat alles wat hij kon doen. Hij kon niet prediken; hij kon niet onderwijzen; hij vond het moeilijk om in het openbaar te bidden. Maar hij had de gave van helpen. En God gebruikte hem.

De gave van leiderschap
Leiding geven komt van het Griekse woord dat sturen, geleiden of richten betekent. We lezen over deze gave in 1 Korinthiërs 12:28. Aan bepaalde mensen is de gave van leiderschap gegeven die door de Kerk wordt erkend.

De Bijbel leert ons dat kerken leiders nodig hebben, professioneel of onprofessioneel. Jezus bracht meer dan de helft van Zijn tijd door met maar twaalf mannen, om hen tot leiders te ontwikkelen. Zij zouden doorgaan met Zijn werk, nadat Jezus was teruggegaan naar de hemel. Overal waar de apostels kwamen, stelden zij leiders aan over de kerken die zij hadden opgericht. De Bijbel zegt dat Paulus en Barnabas ‘in elk van de christengemeenten leiders aanstelden’ (Handelingen 14:23).

Terwijl sommige kerken Gods werk proberen te doen zonder een aangewezen leider, geloof ik dat dit bijna onmogelijk is. Als we deze gave niet erkennen, leidt het tot verwarring. Het lijkt mij dat dit onbijbels is, omdat het werk van de Heilige Geest verhinderd wordt, die de mensen de gave van leiderschap geeft. De schrijver van het boek Hebreeën zegt:

‘Gehoorzaam uw voorgangers en doe wat zij zeggen.’ – Hebreeën 13:17

Hier bedoelt hij degenen die autoriteit hebben in de kerk.

De eigenschappen van een leider worden verschillende keren genoemd in het Nieuwe Testament. Hij/Zij moet niet dictatoriaal zijn, egoïstisch of streng. Hij moet eerder nederig zijn, genadig, beleefd, vriendelijk en gevuld met liefde, en tegelijkertijd standvastig. Daarom is de gave van kennis gecombineerd met wijsheid nodig.

De Here Jezus Christus is het meest volmaakte voorbeeld van een goede leider.

‘Zelfs Ik, de Mensenzoon, ben niet gekomen om Mij te laten dienen. Nee, Ik ben gekomen om te dienen en Mijn leven te geven als losgeld voor velen.’ – Marcus 10:45

Jezus zegt ons dat iedere echte leider een helper, een dienaar of zelfs een slaaf zou moeten zijn.

De Bijbel moedigt ons in Galaten 5:13 aan: ‘Dien elkaar door de liefde.’ Dit is een opdracht, niet een voorstel. En dit geldt in het bijzonder voor leiders.

Conclusie
God heeft niet bepaald dat de Kerk doelloos op de zee van onzekerheid zou moeten drijven, zonder kompas, kapitein of bemanning. Voor de werking van de Kerk in de geschiedenis heeft Hij de gaven van Zijn Geest gegeven. De Bijbel zegt:

‘U moet streven naar de belangrijkste gaven.’ – 1 Korinthiërs 12:31

Of de Heilige Geest ons nu één gave of meerdere gaven geeft, het is voor ons belangrijk om twee dingen te doen: 1) We moeten de gave(n) die God ons heeft gegeven, herkennen. 2) We moeten die gave(n) koesteren en alles doen wat in ons vermogen ligt om ze te verbeteren terwijl we ze gebruiken.

Op een dag moet iedereen verantwoording afleggen over de manier waarop we de gaven hebben gebruikt die God ons heeft gegeven. Aan wie veel is gegeven, daarvan wordt veel geëist. Laten we onze gaven zo volledig mogelijk gebruiken en vol verwachting uitkijken naar de woorden van Jezus: ‘Goed gedaan, goede en trouwe dienaar’ (Mattheüs 25:21), bij het oordeel van de heiligen.

Tags: