Studie - In het teken van herleving

In het teken van de herleving DEEL 8

De studie ‘In het teken van de herleving’ gaat dieper in op de verschillende aspecten van een opwekking. De komende tijd bestuderen we Gods Woord over dit onderwerp. Een opwekking is iets heel bijzonders en belangrijks. Ons Nederland en de wereld heeft vandaag dringend een opwekking nodig. In dit deel gaan we het hebben over de gaven van tekenen. Open je hart en laat God tot je spreken!

De gaven van tekenen worden genoemd in 1 Korinthiërs 12:9-10. Met gaven van tekenen bedoel ik de gaven van de Heilige Geest die vaak duidelijk de werking van God laten zien. De gaven van tekenen bestaan uit genezingen, wonderen en tongen.

Genezing
De Heilige Geest geeft de gave van genezing. In het Oude Testament zien we veel wonderen van genezing. Maar ook het Nieuwe Testament staat vol met voorbeelden waarin Jezus en Zijn discipelen de zieken genazen. Door de hele geschiedenis van de Kerk heen zijn er ontelbare wonderen van lichamelijke genezing opgeschreven.

De gave van genezing betekent dat iemand met deze gave precies kan doen wat Jezus deed door de kracht van de Heilige Geest. Met deze gave kan je de zieken meteen en blijvend gezond maken: een gebroken arm is direct hersteld, kanker verdwijnt, het proces van longontsteking stopt en de longen worden gezond.

Er is een verschil tussen de gave van genezing en een tweede methode van genezing. Sommigen leggen de nadruk op het geloof van degene die genezing nodig heeft. Men vertelt hun dat het wonder zal gebeuren, als ze alleen maar geloven. Deze vorm van genezing heeft meer te maken met geloof dan met de gave van genezing op zich.

Ik geloof dat genezing kan en zal komen van God door de gave van genezing en de gave van geloof. Maar God gebruikt ook medische middelen. Christenen hebben Gods wijsheid nodig om te bepalen of ze natuurlijke middelen zouden moeten gebruiken of alleen moeten vertrouwen op gebed of degenen met de gave van genezing.

Mijn schoonzus was stervende aan tuberculose. De röntgenfoto’s lieten zien hoe ernstig haar situatie was. Ze vroeg haar vader, een chirurg, voor toestemming om te stoppen met de medische behandeling, omdat ze geloofde dat God haar zou genezen. Hij gaf toestemming, en enkele Godsmannen en -vrouwen zalfden haar met olie en baden het gebed van geloof.

Daarna werd een nieuwe serie van röntgenfoto’s gemaakt. Tot de verbazing van de dokters zagen zij niet langer tekenen van actieve tuberculose. Meteen begon ze aan te komen, en werd ze een actieve Bijbellerares, een gezond persoon.

Het is interessant om op te merken dat Jezus de mensen niet altijd op dezelfde manier genas. In sommige gevallen sprak Hij simpelweg het woord en vond de genezing plaats. Andere keren gebruikte Hij middelen. Jezus nam de hand van de schoonmoeder van Simon Petrus, en ze werd direct genezen (Mattheüs 8:15).

Toen Jezus Lazarus opwekte uit de dood, riep Hij met een krachtige stem: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ (Johannes 11:43). Maar Jezus genas de man die blind was geboren, op een totaal andere manier: Hij mengde klei en spuug, spreidde het uit op de ogen van de blinde man, en gaf hem de opdracht om het eraf te wassen in de vijver van Siloam (Johannes 9).

In het geval van de knecht van de hoofdman, was de zieke man niet eens in de buurt van Jezus toen hij werd genezen (Mattheüs 8:5-13). En de bloedvloeiende vrouw werd genezen door simpelweg Jezus’ mantel aan te raken (Mattheüs 9:20-22).

De zieken en degenen die hen zalven, moeten niet denken dat de genezing te danken is aan het opleggen van handen, aan het zalven met olie, aan hun persoonlijk geloof, of zelfs aan hun gebeden. De genezing komt van God.

‘De Here zal hem gezond maken.’ – Jakobus 5:15

Wonderen
Een wonder is een gebeurtenis die voorbijgaat aan de kracht van elke lichamelijke wet. Het is een geestelijke gebeurtenis die plaatsvindt door de kracht van God.

De wonderen die Jezus Christus en de apostelen deden, gaven zekerheid aan hun boodschap. En op strategische momenten liet God Zichzelf opnieuw en opnieuw aan de mensen zien door wonderen. Dit was hét bewijs dat de woorden die ze van Gods dienstknechten hoorden, waar waren.

Een voorbeeld uit de Bijbel om dit principe te verduidelijken, is Elia op de berg Karmel. Hij was bezig aan een vreselijke strijd, waarin het volk van Israël moest kiezen tussen God en Baäl. Elia daagde de priesters van Baäl uit om een altaar op te zetten en er een brandoffer op te plaatsen.

Hij zei tegen het volk van Israël dat ze moesten kijken naar een teken om hen te overtuigen of de ware God Baäl was of de Heer. De Baälpriesters riepen het in wanhoop uit naar hun god, maar er gebeurde niets. Daarna goot Elia kruiken water over het brandoffer op zijn altaar. God zond vuur vanuit de hemel dat het offer verbrandde, ondanks het water. Dit was een wonder!

Paulus zei dat mensen konden weten dat hij een apostel was, door de wonderen.

‘Toen ik bij u was, is in alle opzichten gebleken dat ik een apostel van Christus ben. Met grote volharding heeft de Here door mij wonderen onder u gedaan en bewijzen van Zijn macht gegeven.’ – 2 Korinthiërs 12:12

Maar het heeft mij altijd geïnteresseerd dat velen van de grote Godsmannen uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament geen wonderen deden. Johannes de Doper laat dit zien:

‘Velen kwamen naar Hem toe en zeiden tegen elkaar: ‘Johannes heeft geen wonderen gedaan. Maar alles wat hij over deze Jezus zei, is waar gebleken.’ En velen kwamen tot geloof in Jezus.’ – Johannes 10:41-42

Dus hoewel Johannes geen wonderen deed, verhoogde hij de Here Jezus Christus. En velen gingen in Jezus geloven. Jezus zei over Johannes:

‘Onthoud dit: van alle mensen die ooit geboren zijn, is niemand groter dan Johannes de Doper. Toch is de kleinste in het Koninkrijk van de hemelen groter dan hij!’ – Mattheüs 11:11

Vandaag, wanneer het evangelie wordt verteld, gaan wonderen en de verspreiding van het evangelie hand in hand. Op sommige plaatsen in de wereld heeft de Heilige Geest mensen aangewezen om wonderen te doen.

Zoals voorspeld door de profeten Hosea en Joël, mogen we verwachten dat wonderen zullen toenemen, naarmate we de eindtijd naderen. Zoals de aanvallen van satan toenemen in kracht, zo zal God toestaan dat er meer tekenen en wonderen gebeuren.

Spreken in tongen
Het spreken in tongen wordt in maar twee boeken van het Nieuwe Testament genoemd: De Handelingen van de Apostelen en de eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs. Het woord wordt op twee verschillende manieren gebruikt. Eén manier heeft te maken met de gebeurtenissen op de pinksterdag, toen de Heilige Geest werd uitgestort.

Als we deze passage in Handelingen 2 goed bestuderen, zien we dat de ‘tongen’ bekende talen waren die werden verstaan door buitenlandse bezoekers in Jeruzalem. Deze groep christenen was dus een bovennatuurlijke gave gegeven om in andere talen te spreken.

Wat gebeurde er met Pinksteren? Handelingen 2 vertelt ons dat er 4 dingen plaatsvonden. Dit was het begin van een nieuw tijdperk. 1) Er kwam uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag, die het hele huis vulde. 2) Iets dat op tongen van vuur leek, verspreidde zich boven ieder van hen. 3) Zij werden allemaal vervuld met de Heilige Geest. 4) Zij spraken allemaal in tongen, zoals de Geest hun de bekwaamheid gaf. Deze tongen waren talen die bekend waren bij de mensen vanuit heel het Romeinse Rijk, die naar Jeruzalem waren gekomen voor Pinksteren.

Handelingen 19 vertelt het verhaal van Paulus in Efeze. Hij ontmoette daar enkele gelovigen die niets hadden gehoord over de komst van de Heilige Geest. Daarna staat er:

‘Toen Paulus zijn handen op hen legde, kwam de Heilige Geest over hen. Zij spraken in vreemde talen en gaven woorden van God door.’ – Handelingen 19:6

Hier zegt de Bijbel niet dat ze vervuld werden met de Geest. In ieder geval spraken ze in tongen en profeteerden, hoewel er geen tongen van vuur waren en geen geweldige windvlaag zoals bij Pinksteren. Ook staat er niet of de tongen die werden gesproken, talen waren die de mensen daar verstonden. En het zegt ook niet of er vertalers aanwezig waren.

In 1 Korinthiërs lijkt het spreken in tongen te verschillen van de gebeurtenissen in de Handelingen van de Apostelen. Toch wordt hetzelfde Griekse woord gebruikt voor ‘tongen’ in Handelingen en 1 Korinthiërs. Met Pinksteren spraken de discipelen in tongen die bekend waren bij de mensen die Jeruzalem bezochten. Zij kenden zelf deze talen niet, maar hun toehoorders wel.

Maar in 1 Korinthiërs hoorden de toehoorders niet een taal die zij kenden, en dus waren er vertalers nodig. De vraag is of de tongen in 1 Korinthiërs wel of niet bekende talen waren. Het feit dat ‘vertolking’ wordt gezien als een geestelijke gave, maakt dat ik geloof dat de gave van tongen die is genoemd in 1 Korinthiërs niet een bekende taal was die kon worden verstaan door iemand die van nature die taal spreekt.

Een aantal punten over de gave van tongen:
1) Er is een bepaalde gave van tongen, die waarschijnlijk anders is dan die op de pinksterdag, omdat er daar geen vertaling nodig was.
2) Het spreken in tongen is een gave van de Heilige Geest, niet een vrucht van de Geest. Elke christen die in de Geest wandelt, zou de vrucht van de Geest (zie Galaten 5:22-23) moeten bezitten. Aan de andere kant worden de gaven van de Geest verdeeld onder de gelovigen zoals God het wil.
3) De gave van tongen is duidelijk een van de minder belangrijke gaven van de Geest. De reden hiervoor is dat het vaak geen enkel geestelijk voordeel geeft aan andere gelovigen.
4) De gave van tongen is niet per se een teken van de doop van de gelovige in het Lichaam van Christus door de Heilige Geest.
5) Zowel de Bijbel als ervaring waarschuwen ons dat de gave van tongen makkelijk misbruikt kan worden en zelfs gevaarlijk kan zijn.
6) De tongentaal kan persoonlijk gebruikt worden als een manier om jezelf op te bouwen, God te prijzen en Zijn gemeenschap te ervaren.

Kortom, er is een echte gave van tongen. Velen van hen aan wie deze gave gegeven is, zijn geestelijk veranderd – sommigen tijdelijk en sommigen blijvend. God gebruikt tongen op bepaalde momenten en op bepaalde plaatsen om het Koninkrijk van God te bevorderen en de gelovigen innerlijk te op te bouwen.

Conclusie
De gaven van tekenen – genezingen, wonderen en tongen – trokken waarschijnlijk evenveel aandacht in de eerste eeuw als vandaag. Soms veroorzaakten ze ook verwarring en misbruik, zoals vandaag. Toch heeft de Heilige Geest ze gegeven aan sommigen in de Kerk, om ze te gebruiken voor Zijn glorie.

Deze gaven mogen nooit uitgebuit worden voor zelfzuchtige redenen. Ze mogen ook geen bron worden van scheiding of trots. Ze moeten gebruikt worden in overeenstemming met de Bijbelse principes en bijdragen aan de eenheid van de Geest.

En als God ervoor kiest om deze gaven aan sommigen te geven, moeten we altijd bidden dat ze gebruikt worden ‘tot welzijn van de hele gemeente’ (1 Korinthiërs 12:7) en voor de bevordering van het Koninkrijk van God.

Tags:
Vorig artikel

POINT: Doorlopen of stoppen?

Volgend artikel

Vraag Hem!