Lifestyle - Interview Cobi van Dalen

Interview Cobi van Dalen

Cobi van Dalen (73) is al 53 jaar fulltime werkzaam bij de Stichting Johan Maasbach Wereldzending. In dit interview blikken we met haar terug op de afgelopen jaren. Wat motiveert haar om steeds door te blijven gaan?

1. Kunt u in het kort vertellen hoe u tot bekering bent gekomen?
Ik ben opgegroeid in een Nederlands Hervormd gezin. Wij woonden op Dubbeldam (tegenwoordig Dordrecht), waar de enige groenteboer van het dorpje tot bekering was gekomen tijdens de campagne met T.L. Osborn op het Malieveld in 1958.

Mijn vader is, hoewel hij de Hervormde kerk bezocht, zijn hele leven zoekende geweest. Deze groenteboer vertelde wat mijn vader miste in het geestelijke. Toen mijn vader thuis kwam, zei hij: ‘Nu heb ik het; dit is het! Ik ga ernaartoe.’ Johan Maasbach, vertaler van Osborn, begon namelijk samenkomsten te houden in Dordrecht.

Hij is ernaartoe gegaan en nooit meer weggegaan. Ook ik ging deze samenkomsten bezoeken en kwam al snel tot bekering. Dit had tot gevolg dat ons gezin uit de Hervormde kerk werd gezet en mijn vader zijn baan bij het postkantoor verloor. Dit was een moeilijke tijd voor ons, maar mijn vader
wist: hij had Jezus gevonden.

2. Hoe bent u daarna fulltime in het zendingswerk gekomen?
Toen ik nog op de MULO zat, hielp ik in mijn vrije tijd al op het zendingskantoor in de Zeugstraat in Gouda. In de periode dat ik mijn school had afgerond, verhuisde het kantoor naar de Koningstraat in Den Haag, waar ik ook hielp als vrijwilliger.

Ik weet nog goed dat ik daar binnen kwam en aan Broeder Johan Maasbach vroeg: ‘Wat moet ik doen?’ Hij zei: ‘Ga die kasten maar wit verven.’ Ik had nog nooit een kwast in mijn handen gehad en was op een gegeven moment witter dan de kast!

Ik heb eerst vier jaar bij de administratie van een warenhuis gewerkt, waar ik ontzettend veel heb geleerd over het kantoorwezen. In die tijd heb ik mijn passie om door te gaan in de mode op het altaar gelegd en maakte God mij gereed om in Zijn dienst te gaan.

Toen ik negentien jaar was, riep de Here me en wist ik: nu is het tijd. Dit gebeurde tijdens een dienst in de Duitse Kerk in Den Haag. Het knaagde al langere tijd aan me; ik wist dat de Here mij riep. Ik had inmiddels een belangrijke functie bij het warenhuis en kreeg een goed salaris.

Die avond werd het lied gezongen: ‘Al de weg leidt mij mijn Heiland’ (Joh. De Heer 5). Het waren niet de mensen die dat lied zongen, maar het was de Here Zelf die tegen mij zei: ‘Cobi, al de weg wil Ik jou leiden. Waarom zeg je geen ‘ja’?’ Ik heb alsmaar gehuild tijdens die dienst. Direct na afloop ging ik naar Broeder Maasbach toe en zei: ‘Ik ga mijn baan opzeggen en ik kom.’

3. Tot op de dag van vandaag bent u werkzaam op de boekhouding. Kunt u daar iets over vertellen?
Ik kwam niet gelijk op de boekhouding terecht, aangezien er nog geen boekhouding bestond. Het werk van de Johan Maasbach Wereldzending was namelijk nog een pionierswerk. Na eerst enkele weken in de winkel te hebben gestaan, ben ik, samen met iemand anders, de boekhouding gaan opzetten. Ik wist meteen: dit is mijn plek.

Ik heb vaak meegemaakt dat het moeilijk was, maar altijd voorzag de Here op een wonderbaarlijke manier. Ik denk persoonlijk: als al het geld had klaargelegen, was het geen geloofswerk geweest en waren we niet gevoelig genoeg geweest voor de Heilige Geest.

4. In welke The Blessing gemeenten hebt u mogen dienen?
Het begon in Dordrecht, waar ik de boekentafel deed en de jeugd mocht leiden. In Den Haag heb ik verschillende taken gedaan, waarna ik al gauw naar Schiedam vertrok. Daarna werd ik zangleidster. Ook ben ik voorganger geweest in Breda, Zwolle en Dordrecht.

Ik wist dat de Here mij daar plaatste en heb het altijd met blijdschap gedaan. Ik deed het omdat de Here mij stuurde, en dat doe ik vandaag nog. God geeft mij nu de gelegenheid om te spreken in de verschillende The Blessing gemeenten. Dit zie ik als een cadeautje op deze leeftijd en hiervoor ben ik erg dankbaar. Het is fijn om anderen te mogen bemoedigen en inspireren.

5. Wat is in al die jaren voor u persoonlijk het hoogtepunt geweest?
Alle nieuwe gebouwen en plaatsen die de Here ons gaf, waren stuk voor stuk hoogtepunten. Ik denk ook aan de geweldige doorbraken dat Broeder Johan Maasbach begin jaren ’60 over Radio Luxemburg ging uitzenden en Broeder David Maasbach sinds 2008 over SBS6. Maar de grootste hoogtepunten zijn de zielen die tot Jezus kwamen.

Mijn persoonlijke hoogtepunt is dat ik vereerd en dankbaar ben dat ik mag dienen in het werk van de Heer. Dat God mij daarvoor geroepen heeft en ik Zijn stem heb mogen verstaan. Het verstaan van je roeping van God en daaraan gehoorzaam zijn, is namelijk het hoogste in je leven.

6. Hebt u ook dieptepunten meegemaakt?
We hebben met het zendingswerk zeker dieptepunten meegemaakt. Ik denk aan scheuringen, waardoor het Lichaam van Christus geschaad werd. Dat is toch wel een dieptepunt, elke keer als het Lichaam van Christus en daarmee ook God Zelf geschaad wordt. Maar aan de andere kant leer je hierdoor wel los te laten en je oog helemaal op de Here te richten. Ook lezen we in de Bijbel dat dit in de gemeente gebeurde.

7. Wat is uw drijfveer en motivatie, waardoor u steeds kunt doorgaan?
Gods liefde en genade, dat wat Hij voor mij gedaan heeft. Maar ook het zeker weten dat ik door God geplaatst ben in Zijn werk, en niet in een werk van mensen. In principe kun je niet weglopen uit Gods werk, waarvoor Hij je bestemd heeft.

En als je dat wel doet, verlaat je Gods doel voor je leven. De wetenschap dat ik hier door God geplaatst ben, geeft mij kracht om door te gaan. En als je dit zeker weet, ga je met God dwars door een legerbende heen en spring je met Hem over een muur.

8. Wat is volgens u het geheim van een succesvol christenleven?
Dankbaar zijn. Leven uit genade. Niet denken dat jij zo succesvol bent, maar Christus in jou is succesvol. In Hem leven, Zijn wil doen; dat is succes. Maar dan moet je je eigen wil laten sterven.

Waar God je zendt, daar moet je zijn. En dan moet je gewillig zijn om, zoals Jezus Zijn leven gegeven heeft, ook jouw leven op het altaar te leggen. Zoals Hij zei: ‘Mijn voeding is het doen van de wil van God’ (Johannes 4:34).

9. Hebt u nog bepaalde dromen en wensen voor de toekomst?
Mijn wens is dat de Here mij nog lang vitaal houdt om het Woord te brengen en de mensen op Jezus te wijzen. Daarvoor heb ik geleefd en dat wil ik niet afsluiten bij een leeftijd van 65 of 67 jaar. Het zou dom zijn om verlangens te hebben om thuis te zitten en bijvoorbeeld mijn oude hobby op te pakken. Dan mis ik nog, op het laatste moment, datgene wat God voor mij heeft.

Tot slot: laat de omstandigheden, zowel goede als slechte, niet bepalend zijn voor de beslissingen in je leven. Waar de Here erg naar zoekt in de harten van Gods kinderen, is getrouwheid. Als je trouw kunt zijn, betoont Hij Zijn trouw. Mijn motivatie is: ‘Jezus en Jezus alleen!’

Tags: