Israel-mijn-glorie

Israël, mijn glorie! DEEL 1

Op dit moment doen veel wereldleiders hun uiterste best om overal in de wereld smeulende lonten te doven die aanleiding geven tot een oorlog. De Verenigde Naties zitten met hun handen in het haar hoe ze overal de vrede moeten bewaren. Het kleine landje Israël speelt een cruciale rol in de wereldgeschiedenis en zal deze ook spelen in de eindtijd.

Dal met doodsbeenderen
‘De kracht van de HERE rustte op mij en de Geest van de HERE nam mij mee naar een dal vol beenderen. Hij leidde mij er tussendoor. Toen zei Hij: ‘Mensenzoon, kunnen deze beenderen weer mensen worden?’ Ik antwoordde: ‘Och HERE, alleen U kent het antwoord op die vraag.’ Toen droeg Hij mij op te profeteren en tegen de beenderen te zeggen: ‘Verbleekte beenderen, luister naar de woorden van de HERE. Want de Oppermachtige HERE zegt: ‘Kijk, Ik ga u weer levend maken. Ik zal u weer vlees en pezen geven en u bedekken met huid. Ik zal u adem geven en u zult tot leven komen en weten dat Ik de HERE ben.’’ Ik sprak deze woorden van de HERE uit, precies zoals Hij mij had opgedragen. En plotseling klonk een luid geklepper door het dal. De beenderen van de lichamen kwamen bij elkaar en voegden zich aaneen zoals zij vroeger hadden gezeten. Met mijn eigen ogen zag ik dat daarna vlees en pezen op de beenderen verschenen en er huid overheen kwam. Maar leven was erin nog niet zichtbaar. Toen gaf Hij mij opdracht de wind te roepen en te zeggen: ‘De Oppermachtige HERE zegt: ‘Kom vanuit de vier windstreken, geest, en laat uw adem over deze dode lichamen gaan, zodat zij weer tot leven komen.’’ Zo sprak ik tegen de windrichtingen, zoals Hij mij had opgedragen en de lichamen begonnen te ademen, zij kwamen tot leven en stonden op: een onafzienbare menigte.’ – Ezechiël 37:1-10

Wat een vreemde opdracht kreeg de profeet Ezechiël hier van God. Hij moest spreken en profeteren tegen een hele berg doodsbeenderen, die overal op en door elkaar in een dal lagen. Eerst vroeg God aan Ezechiël: ‘Kunnen deze beenderen weer mensen worden?’

Heel wijs antwoordde Ezechiël: ‘HERE, alleen U kent het antwoord op die vraag.’ Hiermee zegt Ezechiël geen ‘ja’ en ook geen ‘nee’, maar laat hij het aan God over. En als deze knecht van God gehoorzaam is en begint te prediken tegen een hele berg dode beenderen, hoort hij een luid geklepper en ziet hij beweging komen in die beenderen.

Eén voor één zoeken de beenderen elkaar op, elk op de juiste plaats. En er komt vlees op de beenderen en spieren en huid. Dan moet Ezechiël tot de vier windstreken spreken. Het moment dat hij dat in gehoorzaamheid aan Gods Woord doet, beginnen al die mensenlichamen te leven en gaan ze op hun voeten staan. Een ontelbare menigte!

De betekenis van deze geschiedenis
Wanneer Ezechiël dit alles heeft meegemaakt, begint God aan Ezechiël uit te leggen wat deze gebeurtenis voor betekenis heeft. Dit is een van de belangrijkste gebeurtenissen voor de wederkomst van Christus.

‘Deze beenderen stellen alle inwoners van Israël voor. Zij zeggen: ‘Onze beenderen zijn uitgedroogd, er is geen hoop meer, het is met ons gedaan.’ Maar vertel hun dat de Oppermachtige HERE zegt: ‘Mijn volk, Ik zal uw graven van ballingschap openen en u weer laten opstaan, zodat u kunt terugkeren naar het land Israël. Uiteindelijk zult u, Mijn volk, dan weten dat Ik de HERE ben. Ik zal Mijn Geest in u laten wonen en u zult leven en terugkeren naar uw vaderland. Dan zult u erkennen dat Ik, de HERE, precies heb gedaan wat Ik u had beloofd.’’ – Ezechiël 37:11-14

Een mogelijke uitleg van deze geschiedenis is dat God bij machte is om geestelijk dode mensen weer tot leven te brengen, waardoor ze vrede, rust en blijdschap ontvangen. Maar ik geloof dat deze geschiedenis letterlijk de herleving van Israël inhoudt, die volgens de Bijbel moet plaatsvinden voordat Jezus terugkomt.

Er zijn twee zaken waaraan wij aandacht moeten schenken:

1) Wat heeft God beloofd?
2) Waarvoor heeft God gewaarschuwd?

Veel mensen, ook christenen, kennen Gods beloften en waarschuwingen niet, omdat ze simpelweg niet bekend zijn met Gods Woord. Als we iets willen begrijpen van de problemen in het Midden-Oosten, moeten we teruggaan naar de Bijbel, die over deze zaken spreekt.

1) Wat heeft God beloofd?
Het was vele eeuwen geleden dat God uit het hele aardoppervlak een stuk land uitkoos en dat gaf aan Abraham, die in de Bijbel ‘Gods vriend’ wordt genoemd. De Schepper van hemel en aarde gaf onvoorwaardelijk een stuk land aan Abraham, dat wij kennen als Kanaän en vandaag (een gedeelte) als Israël. We lezen dit verbond tussen God en Abraham in Genesis, waar God zegt:

‘Dit verbond zal overgaan op elke nieuwe generatie, voor altijd. Ook voor uw kinderen en hun kinderen zal Ik een God zijn. Het land Kanaän (Israël) ZAL VOOR ALTIJD VAN U en uw nakomelingen ZIJN. En Ik zal uw God zijn.’ – Genesis 17:7-8

Altijd betekent: ook nu, vandaag! Wat is dan het probleem? Het grote probleem is dat er meerdere volkeren zijn die zeggen dat Abraham hun vader is. En dat is waar! Abraham is de stamvader, ofwel aartsvader, ofwel geloofsvader, van meerdere zonen, van meerdere volken. Die zonen beroepen zich allemaal op hun vader Abraham, tegen wie God had gezegd: ‘Het land Kanaän zal voor altijd van u en uw nakomelingen zijn.’ Waar wringt dan de schoen? Volg mij wat verder in deze geschiedenis.

God had tegen Abraham gezegd: ‘Abraham, Ik ga u een zoon geven, een zoon van de belofte door wie de hele wereld gezegend zal worden.’ God bedoelde natuurlijk Zijn eigen Zoon, Jezus Christus, die later uit dit geslacht geboren zou worden. Abrahams nageslacht zou zo groot worden als de sterren aan de hemel en het zand van de zee.

Maar Abraham en zijn vrouw Sara werden steeds ouder en er kwam maar geen zoon. Jaren gingen voorbij. Sara was al 90 jaar en Abraham 100, en er was nog altijd geen zoon. De jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter Sara. Daarom zei Sara tegen Abraham: ‘Neem toch mijn slavin, Hagar, en verwek bij haar een kind, zodat we toch nageslacht zullen hebben.’

Abraham stemde met dit plan in. Zo werd er een zoon geboren uit Hagar, de slavin van Sara, en men noemde hem Ismaël. Hij was wel Abrahams eerste zoon, maar niet de zoon die God aan Abraham beloofd had. Het was de natuurlijke gedachte van Abraham en Sara om zo aan een zoon te komen die als erfgenaam kon dienen om Israël, het beloofde land, te bezitten. Maar het was zeker niet Gods gedachte!

Uiteindelijk wordt door een groot wonder van God de beloofde zoon, genaamd Isaak, geboren uit Sara en Abraham. Precies zoals God had beloofd!

Abraham en Sara waren tot de ontdekking gekomen dat er een groot probleem was ontstaan, doordat zij hun eigen weg waren gegaan. Hierdoor hadden zij een zoon van de slavin Hagar, Ismaël, maar ook de zoon van de belofte, Isaak.

Hierop nam Sara een beslissing en zei tegen Abraham: ‘Ik wil dat je Hagar en Ismaël wegstuurt, de woestijn in. Ik wil namelijk niet dat mijn zoon Isaak, de beloofde zoon, de erfenis deelt met Ismaël.’

Abraham had het hier heel moeilijk mee, want Ismaël was tenslotte zijn oudste zoon. Eigenlijk wilde hij niet naar zijn vrouw Sara luisteren. Maar toen kwam God en sprak de volgende belangrijke woorden tot Abraham. Woorden die voor ons vandaag belangrijk zijn om te weten.

‘U hoeft u geen zorgen te maken over die twee. Doe wat Sara heeft gezegd, WANT ALLEEN ISAAKS KINDEREN ZULLEN UW NAKOMELINGEN GENOEMD WORDEN. Maar ook Hagars zoon zal Ik stamvader van een volk maken, omdat hij ook een zoon van u is.’
– Genesis 21:12-13

Het grote probleem
Dit is nu het grote probleem in het Midden-Oosten dat veel mensen en politieke leiders in de wereld niet begrijpen. Hier vindt de oorsprong plaats van het langslepende conflict tussen de Palestijnen en de Joden. Aan de ene kant heb je Ismaël en zijn nageslacht, de Arabieren. En aan de andere kant heb je Isaak en zijn nageslacht, de Joden.

Beide volken claimen Abraham als hun stamvader. Het land Kanaän in de dagen van Abraham claimen de Joden als Israël en de Palestijnen als Palestina. Beiden maken aanspraak op Jeruzalem als hoofdstad. Wie heeft nu recht op dat kleine strookje land aan de Middellandse Zee dat zo veel verdeeldheid in de wereld zaait?

Het antwoord ligt in wat God tot Abraham gesproken heeft. De altijddurende erfenis van het stuk land Kanaän behoort zonder compromis toe aan de Joden, want God heeft gezegd: ‘Alleen Isaaks kinderen zullen uw nakomelingen genoemd worden.’

In dit licht is het niet juist om over ‘bezette gebieden’ te spreken, ofwel gebieden die Israël zogezegd ‘bezet’ zou hebben. Daar is namelijk geen enkele sprake van! Wanneer we de situatie in het licht van de Bijbel zien, dan zijn er een aantal Arabische broeders die in de loop van de jaren gebieden van Israël bezet hebben.

Het land Kanaän, dat God aan Abraham, Isaak, Jakob en hun nageslacht tot een eeuwig bezit heeft gegeven, strekt zich uit tot vér in het huidige Irak. Dit is hun erfdeel dat ze van God hebben ontvangen. Nogmaals: voor altijd! Kijk met mij nog even naar het gesprekje tussen God en Abraham.

‘En hij zei tegen de HERE: ‘Och HERE, het zou al mooi zijn als uw belofte voor Ismaël zou gelden.’ Maar God zei: ‘Nee, uw vrouw Sara zal een zoon krijgen die Isaak (Gelach) zal heten en Ik zal Mijn verbond ook met hem en zijn nakomelingen sluiten, voor altijd. U hebt Mij gevraagd of Ik Ismaël ook wil zegenen, dat zal Ik zeker doen. Zijn nageslacht zal groot zijn en onder zijn nakomelingen zullen twaalf vorsten zijn. Maar Mijn verbond sluit Ik met Isaak, die Sara volgend jaar om deze tijd ter wereld zal brengen.’’ – Genesis 17:18-21

Tags: