Ons-gethsemane21

Jezus in Gethsemane

Met Pasen staan we elk jaar stil bij het ontroerende lijden van Jezus, Zijn dood en Zijn opstanding. Vaak staat Jezus’ overwinning over de macht van de zonde en de dood centraal. Want aan het kruis betaalde Hij de prijs voor al onze zonden. Maar aan deze grote overwinning ging een geweldige voorbereiding vooraf: Gethsemane.

‘Hij ging een paar stappen verderop en knielde met Zijn gezicht op de grond en bad: ‘Vader! Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet wat Ik wil moet gebeuren, maar wat U wilt.’ Diezelfde avond ging Jezus met hen naar Gethsemane, een tuin op de Olijfberg. ‘Blijf hier zitten,’ zei Hij tegen hen. ‘Ik ga wat verderop om te bidden.’ Hij nam alleen Petrus, Jakobus en Johannes mee. Hij begon angstig en onrustig te worden en zei: ‘Mijn hart breekt van verdriet. Blijf hier met Mij waken.’ Hij ging terug naar Zijn drie leerlingen en zag dat zij in slaap waren gevallen. ‘Petrus,’ zei Hij. ‘Konden jullie niet een uur met Mij wakker blijven? Blijf toch wakker en bid dat jullie niet in verleiding komen. De geest is gewillig, maar het lichaam is zwak.’ Opnieuw zonderde Hij Zich af en bad: ‘Vader! Als deze beker niet kan voorbijgaan, zonder dat Ik hem leegdrink, laat dan Uw wil uitgevoerd worden.’ Toen Hij weer bij hen terugkwam, zag Hij dat ze door slaap waren overmand. Hij liet hen slapen. Voor de derde keer ging Hij weg en bad hetzelfde gebed. Hierna kwam Hij weer bij Zijn leerlingen en zei: ‘Liggen jullie nog rustig te slapen? Het is zover, Ik, de Mensenzoon, zal in de handen van zondige mensen vallen. Sta op, laten we gaan. Kijk, daar is Mijn verrader al.’’ – Mattheüs 26:36-46

Gethsemane staat niet los van Golgotha. Gethsemane is de voorbereiding van Golgotha, en Golgotha is het gevolg van Gethsemane. Een Gethsemane waarop geen Golgotha volgde, is even ondenkbaar als een Golgotha, waaraan geen Gethsemane was voorafgegaan.

In de hof van Gethsemane werd de losprijs bepaald, die op Golgotha werd betaald. Op het moment dat Jezus in de olijvenhof neerknielde en, ondanks Zijn grote angst en verdriet, met Zijn hele hart uitriep: ‘Maar niet wat Ik wil moet gebeuren, maar wat U wilt’, was door Hem al een begin gemaakt aan het offer, de strijd al gestreden en de overwinning al behaald.

Angstig en onrustig
Na de beek Kidron te zijn overgegaan, kwam Jezus met enkele discipelen aan de ingang van de hof van Gethsemane. Wat een tegenstelling: Hij had zojuist de feestzaal verlaten, waar Hij met Zijn discipelen het Heilig Avondmaal had gevierd, en ging nu de donkere olijvenhof binnen.

Alles rondom Hem sprak van donkerheid, somberheid en nacht. Op dat moment werd het ook nacht in Zijn binnenste. Het sombere kruis kwam in het vooruitzicht. Jezus begon angstig en onrustig te worden.

  • Hij, die onwankelbaar bleef staan in het midden van elke storm,
  • Hij, de steunpilaar, waarop al Zijn discipelen met hun volle gewicht konden leunen,
  • Hij, die in de heftigste storm tot Zijn discipelen geroepen had: ‘Vrees niet’,
  • Hij, die in de verzoeking in de woestijn de satan glansrijk overwonnen had en daarna door de engelen was gediend.

Later op de avond was Jezus zelfs zo bang dat Hij terugliep naar Zijn discipelen om bij hen troost en bemoediging te zoeken. Hoe ontroerend dat de Heer van alle heren om bemoediging en menselijk medeleven vroeg.

Maar Hij kreeg geen bemoediging of medeleven. Nee, Hij moest de weg alleen gaan. Niemand van Zijn vrienden was met Hem of kon deze weg met Hem gaan. Hij, die altijd naar de eenzamen zocht om hun Helper te zijn, moest alleen staan in de grootste strijd van Zijn leven.

De worsteling
Wat Jezus niet vond bij Zijn discipelen, zocht Hij bij de Vader. ‘En Hij begon vuriger te bidden. Hij was zo verschrikkelijk bang geworden’ (Lucas 22:44). Zijn benauwdheid bracht Hem dichter bij de Vader. Hoor Hem bidden, smeken, worstelen met de Vader. Zie hoe Zijn borst hijgt, hoe Zijn oog huilt, hoe het zweet als grote druppels bloed uit Zijn poriën wordt geperst.

Dat is de worsteling van iemand die alles wil loslaten om aan God de overwinning te laten. Jezus worstelde met de Vader, met Zichzelf en met Zijn menselijk gevoel. Dat laatste zag natuurlijk flink tegen het ontzettende lijden van Golgotha op. Jezus worstelde ook met Zijn liefde, die Hij niet kon en wilde loslaten. De redding van de mens hing namelijk daarvan af. Hij hield niet op met worstelen, voordat Hij de Vader opgewekt in de ogen kon kijken en met koninklijke overgave kon zeggen: ‘Laat Uw wil uitgevoerd worden.’

Toen Jezus Zijn eigen wil naar die van de Vader had omgebogen, had Hij ook Zijn overwinning behaald. Maar het lijden werd niet van Hem weggenomen. Hij moest de beker tot de bodem toe leegdrinken.

Het plan van de Vader bleef onveranderd. Maar er was geen innerlijk verzet meer, en de Zoon was volkomen bereid om de weg van de Vader te gaan. De overwinning van Gethsemane werd dan ook niet in het hart van de Vader, maar in dat van de Zoon behaald.

De grote strijd van Jezus in Gethsemane
Wat was nu eigenlijk de grote strijd van Jezus in Gethsemane geweest? Het is onmogelijk om daarop een volledig antwoord te geven. Maar om een beetje een beeld van Zijn strijd te geven, volgen hier een paar punten.

Als eerste werd Jezus benauwd en angtig door het sombere vooruitzicht om gekruisigd te worden. We moeten niet vergeten dat de Here Jezus ook helemaal mens was zoals wij. Wij nemen aan dat Jezus al vanaf het begin wist hoeveel bittere tranen en lichamelijke pijn de redding van de mens Hem zou kosten. Maar nu dat ogenblik eenmaal was aangebroken, is het niet vreemd dat dat lijden Hem angstig en onrustig maakte.

Toch was deze angst voor lichamelijke pijn niet de belangrijkste oorzaak van Jezus’ benauwdheid. Gethsemane betekende het begin van Golgotha. Daar zou de grote strijd gestreden worden tussen het rijk van de duisternis en het rijk van het licht. Nu zou de hel met de grootste brutaliteit tegen Hem optreden. Nu zou de duivel met al zijn wapens op Jezus afgaan en Hem uitdagen voor de laatste beslissende strijd. Nu zou het gaan om de overwinning of de ondergang.

Ook werden daar, in Gethsemane, alle zonden op Jezus’ schouders gelegd. Hier werd Hij voor ons ‘tot zonde gemaakt’, zodat wij rechtvaardig zouden worden in Hem. Het dragen van de zonden van de mensheid zou niet alleen de pijn van Golgotha kosten, maar ook het verdriet van het door God verlaten worden.

Maar de wil van de Vader ging voor Jezus boven alles. ‘Zou Ik de beproeving die de Vader Mij stuurt, uit de weg gaan?’ (Johannes 18:11). Op Golgotha zou het lichaam van Jezus gekruisigd worden. Maar in Gethsemane moest de wil van Jezus gekruisigd worden.

In Gethsemane legde Jezus al Zijn wensen en verlangens neer. Hij en maakte Zich helemaal ondergeschikt aan de wil van de Vader. De last van de zonde, de vloek van het kruis, de boosheid van de Vader, de pijn en het verdriet van het lijden; alles werd op Zijn schouders gelegd.

Jezus nam de schuld en de vloek van de wereld op Zich en droeg die weg naar Golgotha. Dat is de strijd van Gethsemane. Geen discipel die met Hem waakte en bad; Hij kreeg geen troost en medeleven. Alles, maar dan ook alles, moest Hij afstaan, opgeven, wegdoen, zodat alleen de wil van de Vader zou zegevieren. Zelfs al kostte die overwinning Hem Golgotha.

De verandering
Na het derde gebed vond er een opvallende verandering plaats bij Jezus. Nog voordat de engelen kwamen om Hem te dienen, was de Vader gekomen en had Zijn bloedzweet van het voorhoofd geveegd. Hij had Hem een woord ingefluisterd, waardoor alle verdere vragen er niet meer toe deden.

De Vader had Zijn Zoon verzekerd dat deze weg naar Golgotha de enige weg van verlossing voor de mens was. Deze zekerheid van de Vader zorgde ervoor dat de Zoon helemaal bereid was om de lijdensweg helemaal te gaan. De mens móest namelijk verlost worden. Dat zei de liefde van de Vader toen Hij Zijn Zoon naar de aarde stuurde. En dat zei ook de liefde van de Zoon, toen Hij Zichzelf gaf als losprijs voor onze zonden. Er was geen twijfel over: de mens móest worden gered. Al zou het moeten komen tot het uitroepen van de woorden:

‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ – Mattheüs 27:46

Hoe trots en koninklijk liep Jezus nu naar Zijn discipelen met de woorden:

‘Sta op, laten we gaan. Kijk, daar is Mijn verrader al.’ – Mattheüs 26:46

Hoe kalm gaf Hij Zich nu over aan Zijn vijanden zonder om de twaalf legioenen van engelen te bidden. Hoe vol stille majesteit stond Hij later voor Kajafas, voor Pilatus en voor Herodes. Hij verdroeg spot, beledigingen, vuist- en geselslagen. Na Gethsemane was Hij een Koning met meer dan aardse glans.

De overwinning in Gethsemane gaf Jezus’ hele weg naar Golgotha en de kruisiging een hemelse gloed. Toen de Zoon helemaal bereid was om de Vader in alles te gehoorzamen, werd de wil van de Vader ook helemaal de wil van de Zoon. En, hoewel de grote lijdensweg nog moest beginnen, kon Jezus nu als overwinnaar Gethsemane verlaten.

Gestreden en overwonnen
Jezus heeft gestreden en overwonnen. En zo heftig Zijn strijd was, zo groot is nu ook de heerlijkheid van het loon en de kroon die Hem geboden wordt. Dat loon is de verlossing van de mens. Door de ongehoorzaamheid van één mens (Adam) is de zonde in de wereld gekomen. En door de gehoorzaamheid van Jezus (de tweede Adam) tot in de dood is de verlossing in de wereld gekomen (zie Romeinen 5:19).

Omdat Jezus Zich in Gethsemane zo diep heeft gebogen, kan Hij ons nu verhogen. Omdat Jezus ‘amen’ heeft gezegd op de wil van de Vader, zou de Vader later ‘amen’ zeggen op het werk van de Zoon. Omdat Jezus de weg naar Golgotha tot het einde toe heeft bewandeld, kunnen en mogen wij nu het pad naar de hemel bewandelen.

Gethsemane heeft ons oneindig veel gebracht. Door Jezus’ lijden kunnen wij nu juichen. Door Zijn strijd kunnen wij nu overwinnen. Door Zijn tranen kunnen wij ons nu verblijden. Door Zijn bloed kunnen wij nu redding ontvangen. Waar Gethsemane voor Jezus de poort was naar Golgotha, is Gethsemane voor ons de poort naar de hemel.

Wil je meer weten over Gethsemane? Klik hier en koop het boek ‘Gethsemané’ van David Maasbach. Een 25-daagse reis tot ver binnenin Gods overweldigende, grote liefde!

Tags: