Kom-laten-wij.-aanbidden

Kom, laten wij aanbidden!

Wist je dat kerstfeest een feest van aanbidding is? Aanbidding heeft alles te maken met een nederig hart dat aan God is overgegeven. Het is Gods verlangen dat wij Hem aanbidden met ons hele hart.

Aanbidding is er al geweest vanaf het begin van de wereld. In het eerste Bijbelboek, Genesis, lezen we al over aanbidding. Abraham aanbad God terwijl hij beproefd werd (zie Genesis 22:5). Aanbidding is onlosmakelijk verbonden met het hart van de mens. Echte aanbidders zullen God niet alleen aanbidden wanneer alles goed gaat. Zij leren Hem te aanbidden, ook wanneer er tegenslagen zijn en het hart bezwaard is.

Er zijn miljoenen mensen in de wereld die ‘aanbidden’. Een groot aantal aanbidt de natuur, de zon, de maan of de sterren. Veel volken en stammen aanbidden beelden van hout of steen. Vandaag zien we ook massa’s jongeren die popsterren, modellen en beroemdheden adoreren, ofwel aanbidden. Geld is ook iets wat door miljoenen mensen aanbeden wordt. Mammon is de naam van die afgod.

Maar nu wil ik stilstaan bij het kerstfeest, dat een feest van aanbidding is. Laten we even een kijkje nemen bij de hoofdpersonen van het kerstverhaal. Door hen van dichtbij te bekijken, zien wij dat aanbidding alles te maken heeft met een nederig hart dat aan God toegewijd is.

Maria was een jonge, reine, nederige vrouw die God eerde. Ze was niet rijk of beroemd, maar God had haar aanbiddend hart gezien en koos haar uit om Zijn Zoon voort te brengen.

‘‘Wees niet bang, Maria,’ zei de engel, ‘want God heeft besloten u heel bijzonder te zegenen.” – Lucas 1:30

Toen Maria haar nicht Elisabeth ontmoette – die op hoge leeftijd zwanger was geworden – aanbad zij God met de prachtige woorden die wij kennen als ‘de lofzang van Maria’ (zie Lucas 1:47-55). Dit is de kern waaruit aanbidding voortkomt:

‘Mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker.’ – Lucas 1:47 (HSV)

Maria verblijdde zich in haar Heer, omdat Hij naar haar, een gewone vrouw, omzag. Maria noemt God ‘mijn Zaligmaker’. In Het Boek-vertaling staat er: ‘mijn Redder’. Dit laat zien dat zij een persoonlijke relatie met Hem had. Het is zo belangrijk dat we persoonlijk verbonden zijn met God, zodat wij kunnen zeggen: ‘Hij is mijn Zaligmaker, mijn Redder.’

Beste lezer, besef je dat de hemelse Vader naar jou heeft omgezien? Er wordt vandaag zo veel gemopperd, en helaas ook door christenen. Het is nodig dat christenen zich weer gaan verblijden in hun Redder, want we putten kracht uit de vreugde die God ons geeft (Nehemia 8:10).

God verlangt ernaar dat wij, als Zijn kinderen, Hem zullen aanbidden met een blij hart. Een hart dat dankbaar is omdat Hij naar ons omziet.

‘Maar er komt een tijd, en die is er nu al, dat iedereen die de Vader echt wil aanbidden, dat overal kan doen, door de Geest die Waarheid schenkt. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden.’ – Johannes 4:23

Een echte aanbidder is dus iemand die zich verblijdt in God Zelf. Zacharias en Elisabeth, de ouders van Johannes de Doper, loofden God met een aanbiddend hart. ‘Want Hij heeft omgezien naar Zijn volk en heeft het verlossing gebracht’, zei Zacharias in zijn lofgebed.

De herders hoorden van de engel dat de Redder, Christus de Here, geboren was. Zij haastten zich naar Bethlehem. Nadat zij het kindje Jezus gevonden hadden, liggende in een kribbe, gingen zij weer terug, terwijl zij God prezen om alles wat zij hadden gehoord en gezien.

Aanbidding is in de eerste plaats niet een lichaamshouding, of gebonden aan een plaats of tijdstip. Aanbidding is het hart dat naar God uitgaat en zich verheugt in Hem. Hieruit vloeien lofprijs, gebed, dankuitingen, lofzangen en ook de motivatie om te geven voort.

De wijzen hadden een bijzondere ster in het Oosten gezien. Uit de Schriften begrepen ze dat er in Bethlehem een Koning geboren was. Zij zochten het kindje Jezus, omdat zij Hem wilden aanbidden. Na een gevaarlijke, lange tocht, kwamen ze bij het huis aan waarboven de ster bleef.

En we lezen dat zij enorm blij waren. Toen zij het huis binnenkwamen en het kind met Maria zagen, knielden zij vol eerbied voor Hem neer en eerden Hem. Met andere woorden: ze aanbaden Jezus en gaven uiting aan hun dankbaarheid door het geven van hun kostbaarheden: goud, wierook en mirre (zie Mattheüs 2:1-12). Een ware aanbidder is niet gierig, maar kent het geheim van geven met een blij hart.

Simeon was een oude, rechtvaardige man die de vertroosting van Israël verwachtte. Hij had een aanbiddend hart. De Heilige Geest leidde hem op een bepaalde dag naar de tempel. Toen Jozef en Maria daar met het kind Jezus binnenkwamen, begon hij, terwijl hij het kind in zijn armen hield, God te loven.

‘Met eigen ogen heb ik de Redder gezien die U aan de wereld gaat geven.’ – Lucas 2:30-31

Hanna was een profetes, en was op dat moment in de tempel. Zij was ongeveer 84 jaar oud en al lange tijd weduwe. Dag en nacht diende zij God met vasten en bidden in de tempel. Zij kwam bij Simeon staan en ‘ook zij begon God te danken. Aan iedereen die uitkeek naar de bevrijding van Jeruzalem, vertelde zij dat de Christus was gekomen.’ (zie Lucas 2:38).

Beste lezer, aanbidding is erg belangrijk. Satan, onze vijand, wil ook door ons aanbeden worden. Toen hij Jezus op de proef stelde, zei hij namelijk, terwijl hij Hem de koninkrijken van de wereld liet zien:

‘‘Dat zal ik U allemaal geven, als U voor mij neerknielt en mij aanbidt.’ ‘Ga weg, Satan,’ zei Jezus. ‘Er staat immers in de Boeken: ‘Aanbid de Here, uw God, en geef niemand anders eer.” – Mattheüs 4:9-10

God wil niet dat wij iets of iemand anders aanbidden dan Hem alleen. Dit zien we ook in de tien geboden (zie Exodus 20).

‘Here, onze God, U bent alle lof, eer en macht waard.’ – Openbaring 4:11

‘Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.’
– Mattheüs 6:13b

Tags: