Inspiratie - Martelaren voor Christus

Martelaren voor Christus

Dit is het verhaal van John (1907-1934) & Betty Stam (1906-1934). Twee jonge Amerikaanse zendelingen die hun leven gaven voor Christus en China. Hun moed tot in de dood zette de standaard voor het christelijke martelaarschap in de 20e eeuw.

 

Uitgezonden naar China
John Stam groeide op in een groot Nederlands hervormd gezin in Paterson, New Jersey. Zijn vader kwam tot het geloof in Jezus nadat een vrouw hem een Bijbel had gegeven. Deze Bijbel was zowel in het Engels als het Nederlands geschreven. Hij begon eruit te lezen met het doel een nieuwe taal te leren. Maar Gods doel was om hem tot de kennis en het geloof in een liefdevolle Redder te brengen.

Betty Scott groeide op in China als de dochter van Amerikaanse zendelingen. Ze studeerde aan het Wilson College in Pennsylvania (USA). Betty wist dat God haar riep om in haar ouders’ voetsporen te treden en als zendeling in China te werken.

Tijdens een gebedsdienst voor China ontmoette ze John Stam. Er ontwikkelde zich een vriendschap, die leidde tot een liefdesrelatie. Betty werd via de zendingsorganisatie China Inland Mission eerder uitgezonden naar China, terwijl John nog studeerde.

In 1932 werd ook John bij deze zendingsorganisatie aangenomen en herenigd met zijn geliefde. Een jaar later trouwden ze met elkaar en in oktober 1934 kregen ze een dochter: Helen Priscilla. Tijdens deze periode was de Chinese Burgeroorlog (1927-1950) gaande tussen de regerende partij en de communisten, die vijandig optraden tegenover christenen.

De gevangenneming
Het was een gure decemberdag in de met baksteen ommuurde stad Tsingteh (vandaag Jingde) in Zuid-Ahnwei, China. Het gerucht deed de ronde dat communistische soldaten onderweg waren naar de stad. John en Betty waren niet de eerste zendelingen die hun weg vonden naar deze geïsoleerde gemeenschap, maar wel de eersten die zich daar vestigden als gezin. Een gehuurde winkelpui diende als hun huis en kerk.

‘Denk je dat we moeten vertrekken, John?’ zei Betty, terwijl ze de baby die morgen in bad deed. ‘We wachten even af’, antwoordde John. Er deden namelijk wel vaker ongegronde geruchten de ronde. Niemand wist wat er precies aan de hand was.

Maar dit keer was het gerucht niet ongegrond. De Chinese autoriteiten werden overvallen door de troep communistische soldaten die de stad binnendrongen door de onbewaakte Oostelijke Poort. Het was toen al te laat voor John en Betty om nog aan vluchten te denken.

Ze besloten te blijven en de storm te doorstaan. Maar deze storm was anders dan alle stormen die Tsingteh ooit had meegemaakt. Terwijl ze hard schreeuwden, trapten de soldaten de voordeur van de Stams open. John en Betty kregen het bevel om zich klaar te maken voor vertrek.

Hoewel de Stams slechts een korte tijd in Tsingteh woonden, keken veel van hun vrienden stil en hulpeloos toe vanuit hun huizen hoe het jonge buitenlandse stel door de straten werd gesleurd. Johns handen waren strak vastgebonden op zijn rug.

Betty, te paard, hield baby Helen in haar armen. Niemand durfde ook maar iets te doen om hen te helpen. De stad was namelijk in de greep van terreur. Rijke mensen, landeigenaren, ambtenaren en anderen waren eerder al gevangengenomen. Uit angst voor een tegenaanval, werden de gevangenen geleid over een stenen weg naar Miaoshou, zo’n 20 kilometer ten zuiden van de stad.

Toen het gezin ’s avonds de nacht doorbracht in een lemen hut, waren Johns handen waarschijnlijk losgemaakt. Want in die eerste uren van hun gevangenschap schreef John een brief naar de leiders van de China Inland Mission.


Daarin schreef hij: ‘Mijn vrouw, baby en ikzelf zijn vandaag in handen van de communisten in Tsingteh. Ze eisen 20.000 dollar voor onze vrijlating … We waren simpelweg te laat. De Here zegene en leide u. Wat ons betreft, moge God grootgemaakt worden in ons lichaam, hetzij door leven, hetzij door dood.’

De executie
De volgende morgen werd het jonge stel door de stad geleid zonder hun baby. Hun handen waren strak vastgebonden en ze hadden geen bovenkleding aan, alsof ze criminelen waren. De soldaten lachten en riepen het volk bij elkaar om de executie te zien. De doodsbange mensen gehoorzaamden.

Tijdens de executie stapte een medicijnverkoper uit de menigte naar voren en pleitte voor het leven van de twee buitenlanders. De communisten gaven hem het bevel stil te blijven. Maar de man liet zich niet het zwijgen opleggen. Zijn huis werd doorzocht, en ze vonden een Bijbel en een zangbundel.

Ook hij werd meegesleurd om te sterven. John pleitte voor het leven van deze man. De communistische leider beval hem te knielen. Terwijl John zachtjes sprak, werd hij met een zwaard onthoofd. Betty schreeuwde niet. Ze trilde en viel naast het lichaam van haar echtgenoot neer. Terwijl ze daar knielde, maakte hetzelfde zwaard een eind aan haar leven.

Baby Helen
De communisten hadden baby Helen achtergelaten om te sterven. Ze lag daar twee dagen lang. Niemand hoorde haar gehuil, omdat het hele dorp was geëvacueerd. Een van de vrienden van de Stams, de Chinese evangelist Mr. Lo, hoorde van de moorden en kwam naar het dorp, in de hoop John en Betty’s lichamen te vinden, zodat hij ze kon begraven.

Terwijl hij door het dorp liep, hoorde hij plotseling een baby huilen. Hij vond baby Helen liggend op de keukentafel, met in haar slaapzakje een voorraad eten en een briefje van 10 dollar. Betty had namelijk zo veel mogelijk voorbereidingen getroffen toen ze dreigden te worden geëxecuteerd.

Hij bracht Helen eerst naar andere zendingsvrienden in China. Daarna werd ze geëvacueerd naar Amerika, waar ze opgroeide bij haar oom en tante.

Christelijk martelaarschap
De dood van John en Betty Stam leerden de mensen de waarde van het evangelie. Men vroeg zich af: als zij bereid waren ervoor te sterven en niet weg te rennen voor gevaar, wat was dan de boodschap die zij predikten?


Het bloed van de martelaren John en Betty is het zaad geworden van een nieuwe stroom van buitenlandse zendelingen. Hun dood is tot inspiratie geweest voor een generatie zendelingen en heeft veel christenlevens veranderd.

Tags: