Onder-de-jeneverbessenstruik-zw

Onder de jeneverbessenstruik DEEL 3

We kunnen veel lessen leren uit het leven van Elia. Toen hij op de berg Horeb was, was hij niet op de plaats waar God hem nodig had. Maar ondanks dat Elia ongehoorzaam was en niet in de wil van de Here, bleef God vol liefde. Hij wilde tot Elia doordringen.

God was geduldig met Elia. God wist dat Hij op het juiste moment moest wachten om tot Elia door te dringen. En het juiste moment was aangebroken op de berg Horeb. God had voor de eerste keer de vraag aan Elia gesteld: ‘Wat doe je hier?’ Elia had geprobeerd deze vraag te ontwijken. Toen zei de Here dat hij bij de ingang van de grot moest staan.

‘‘Ga naar buiten en kom vóór Mij staan op de berg,’ droeg de Here hem op. En toen Elia daar stond, zou de Here voorbijgaan, maar een vreselijke windstoot schoot over de berghelling, deze was zo hard dat enkele bergen uiteenscheurden en stukken rots losraakten. De Here Zelf was echter niet in die windstoot aanwezig. Op de windstoot volgde een aardbeving, maar ook daarin was de Here niet aanwezig. De aardbeving werd gevolgd door een vuur, maar ook daarin was de Here niet te bekennen. En na dat vuur volgde een zacht suizen van de wind. Toen Elia dat hoorde, verborg hij zijn gezicht in zijn mantel, ging naar buiten en bleef bij de ingang van de grot staan. En een stem zei: ‘Waarom ben je hier, Elia?’’ – Koningen 19:11-13

De Here Zelf was niet in de geweldige windstoot aanwezig. Hij was niet in de aardbeving, en ook niet in het geweldige vuur. Nee, de Here was aanwezig in het zachte suizen van de wind. De aanwezigheid van de Here bracht Elia voor Zijn aangezicht en Elia moest zijn gezicht bedekken in zijn mantel.

Het zachte suizen van de wind bracht Elia op de plaats waar God tot hem kon doordringen. God wilde daar tot Elia spreken. Hij wilde hem vertellen dat Hij in de stilte aan het werk was en dat Hij nog steeds alles onder controle had. God wilde hem laten weten dat Hij met Elia was.

God had Elia op dat moment ook een uitbrander kunnen geven. Elia had namelijk zijn plek verlaten, juist toen de tijd rijp was voor een opwekking. Hij was niet aanwezig om de verandering door te zetten die had plaatsgevonden in de harten.

Maar in plaats van een uitbrander en een hard woord, spreekt God met Zijn lieflijke stem tot Elia. Hij vraagt hem nog een keer: ‘Waarom ben je hier, Elia?’ Op dezelfde manier spreekt God misschien ook nu tegen jou. God vraagt aan jou:

‘Waarom ben je hier? Waarom ben je op deze plaats?’

Wat is jouw antwoord op deze vraag? Ben je oprecht en vertel je eerlijk wat je dwarszit en hoe je je echt voelt? Of ontwijk je de vraag, zoals Elia deed? Weet dan dat God weet wat er in je hart speelt. Hij kent jou vanbinnen en vanbuiten en Hij wil jou de kans geven om terug te komen.

De Here houdt op dit moment net zoveel van jou als toen je leefde in volle blijdschap, overgave en toewijding aan Hem. God houdt van jou en Hij vraagt alleen:

‘Wat doe je hier?’

Misschien ben je moe en zie je het niet meer zitten. Misschien zeg je: ‘Ik heb het helemaal verprutst; er is geen weg meer terug voor mij.’ Weet dan dat de Here genadig is en vol liefde. Hij roept jou om terug te komen bij Hem en Hij noemt je bij jouw naam.

Jij bent Zijn dochter. Jij bent Zijn zoon. Hij spreekt met jou met een lieflijke, maar wel met een dringende stem:

‘Wat doe je hier? Waar ben je naartoe op weg? Kom toch terug en neem je plaats weer in. Ik zal met je zijn. Ik zal je niet begeven en Ik zal je niet verlaten. Dat heb Ik je toch beloofd?’

God zal je altijd vergeven als Zijn kind. Maar als Zijn dienstknecht kan het zijn dat als je je post verlaten hebt, je nooit meer de kans krijgt om daar terug te komen. Maar laat dit je niet tegenhouden, want God heeft nog steeds een plaats voor jou!

Maak vandaag heel eenvoudig de beslissing om weer terug te gaan naar de Here. Laat je door God herstellen. Bid dit gebed mee en hef je handen omhoog als teken van overgave aan de Heer:

‘Hemelse Vader, ik kom tot U in de naam van Jezus. Ik dank U dat U vandaag zo lieflijk tot mij spreekt om mijn post weer in te nemen. Ik geef toe dat ik heb toegegeven aan mijn emoties; mijn angst; mijn boosheid; mijn teleurstelling; verkeerde verlangens. Dank U voor Uw liefdevolle stem. U wilt niet dat dit het einde is van mijn verhaal. U wilt niet dat ik de eeuwigheid inga, zonder het werk af te maken dat U mij gegeven hebt te doen. Here, ik vraag U om genade. Vergeef mij.
Ik heb U lief met heel mijn hart en ik wil Uw weg gaan. Here, ik heb de kracht van Uw Heilige Geest nodig. Ik heb Uw hulp nodig. Ik heb Uw zegen nodig. Dank U dat U mij helpt om mijn roeping te vervullen tot het einde. Amen!’

Lees ook: ‘Het zijn maar 4 hele kleine woordjes’

Tags: